Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

' •?*"

rz6 Proeven ontrent âe Breekbaarheid van Ligt stralen.

in R vallende, een roode plek maakten; maar wanneer ik ze zeer stijfneep, werd de plek breeder, wit in 't midden, en alleenlijk rood aande kanten. Ter zelfder tijd zag het Oog een zwarte plek in 't Beeldvan de kaars in k. Een bijstander, scheuin kijkende op de plaats I (al-waar de Glazen elkander raakten}'zag als een gaatje door het Prismazoo groot, als het plekje k. Dog indien de Prismaas maar zagt te-gen elkander gedrukt worden, verdwijnen alle de andere Verschijn-Pl. iels, uitgezonderd het eerste kleine plekje, gelijk in Figuur 11.i Wanneer de kaars gezien wordt door Terugkaatsing van de onder-ste Oppervlakte van een Prisma, gelijk in de 7de, 9de en 1 ode Figuren ,gaan de Stralen geheel door die Oppervlakte, en worden door deAantrekking van de zelve weer opgebogen in kromme Lijnen, zoodat ze weer, in het Prisma gaan, en dan (weer door de OppervlakteA C gaande) opgaan naar het Oog in E. In dit geval maken de meestbreekbare Stralen , die gemakkelijkst gebogen worden , de kleinstekromme Lijnen, welker Toppen digter aan het Glas zijn, dan dievan de grootere kromme Lijnen, die gemaakt worden door de minstbreekbare Stralen. Dit wordt bewezen door de VI. Proef, waar inhet onderste Prisma van de Terugkaatsing van het bovenste Prisma al-leenlijk neerwaarts trekt de rood makende Stralen, gelijk in Ftg. ir.,alwaar het plaatje Lugt tuffen de Prismaas van eenige kleine dikte is.Maar wanneer de Prismaas, welker Oppervlaktens een weinig verhe-ven rond zijn, stijf tegen elkander gedrukt worden, is het onderstePrisma nabij genoeg, om Stralen van een groote Graad van Breek-baarheid aan te trekken; en daarom wordt de plek dan wit in het mid-den , en maar rood om de kanten, welke voortgebragt worden doorzulke gedeeltens van het onderste Prisma, als zoo-nabij niet zijn aanhet bovenste Prisma.

Daar zijn twee omstandigheden in de VI. Proef, welke RizzettiSbewering (bladz. 125,) namenlijk dat 'er een gewaarwordelijke Te-rugkaatsing is, zelf daar de Glazen elkander raken, wederleggenwant wanneer de Glazen raken in I ( Fig. 10.) zoo toont de zwarteplek , in het Beeld van de kaars k gezien wordende , dat 'er in Ieen gebrek is van die Stralen, die, van 't midden- van de kaars ko-mende, gewoon zijn opwaarts te rug gekaatst te worden naar het Oogin E, cn derhalve dat A B, de te rug kaatsende Oppervlakte van hetbovenste Prisma ophoudt van te rug te kaatsen in een kleine ruimte4 ronr