rz 3 Van de Buiging van Stralen in hunne Breking.
te G G, werkende van A A naar D D in Lijnen, die loodregt vallenop de Oppervlakte G G, zeer sterk in de Aanraking , maar onmerk-baar op een kleinen afstand van die Oppervlakte, welke werking wenoemen zullen de Aantrekking van de Oppervlakte GG, zonder inaanmerking te nemen, of het een wezenlijke Kragt in die Oppervlak-te zij,'of de werking van een Middelstof derwaarts voortftootende.Laat 'er Lijnen gesteld worden i i, 2 2,3 3 , die de Lijnen uit-drukken , waar in de Aantrekking werkt, en de Lijn M M (tenuitersten nabij aan G G) de scheidpalen van de Aantrekking, voor-bij welke een Ligtstraal geene aandoening kan geven. Laat deLigtstraal R a, bewegende uit een ijle Middelstof in een digte in denStreek R r, naar de Oppervlakte GG komen met zulken Hoek, dathij gebroken worde. Wanneer.de Straal komt tot a , zal hij door deAantrekking in a bewerkt worden in de Lijn a 6 , en (volgens de be-kende Wetten van de Beweegkunde) uit den weg gebogen worden inden Streek ae, in plaats van a r. Wanneer hij gekomen is tot b,Zal, dewijl hij bewerkt wordt in den Streek b 4, zijn niewe Streekworden b s. In c zal hij door ’t Vermogen, werkende in den Streekc 5, zijnen Streek veranderen in eg, en in d zal hij eindelijk in hetGlas gaan in den Streek d h, in die regte Lijn blijvende, terwijl hijin die Middelstof beweegt.
Indien nu de Lijnen 1 1, 2 2, 3 3, f, i, oneindig digtbij elkander zijn, (gelijk ze ondersteld moeten worden te zijn) zalde Straal, in plaats van gebroken te worden in verscheiden regteLijnen ab, bc en cd, gebogen worden tot de kromme Lijn a b c d,en de uitschietende Straal dh> zal den zelfden Hoek maken met deninvallenden, of stootenden Straal Rr, als of de Breking in eens ge-schied waar in het Punt «, welk Punt aangemerkt kan worden, alsin de Oppervlakte G G, omdat M M ondersteld is ten uitersten nabijte zijn aan die Oppervlakte. Men kan dan ook Straalbrekingen, ennagespoorde Stralen in alle Stellingen van de Gezigtkunde, in ’tgrosaanmerken, als of ze zulk een kromme Lijn niet maakten, als we zooeven beschreven hebben.
Pl. Wederom laat D ( Plaat XXVII. Fig. 2.) verbeelden de digte Md-xxvu. delstof, of Glas, en A de ijle Middelstof, of Lugt; R a een Ligt-tg ' 2 ‘ straal, komende uit de digte in de ijle Middelstof in den Streek Rr,waar in hij gebroken kan worden. Laat hij met de Loodlijn P a een
Hoek