6 VOORREDEN
aan het ander : eene gunst: welke zelden toegestaanword aan een jongman van zyne jaaren, maar ooknooit gedaan was voor zulken langen tyd. Geiyk ikmyn oogmerk niet wel had kunnen bereyken, zon-der aan hem te leeren een bequaame kennis van deNederduytsche Taaie, zo onderrechte ik hem daarinmet zulken goeden gevolg , dat hy in den tyd vaneen jaar beter kondeleezen en schry ven, dan iemandonzer Tolken. Ik gaf hem ook alle de Onderrech-ting die ik konde in de Ontleed- en Natuurkunde,en ik gaf hem verder een jaerlijks onderhoudt enwedde, zo veel als myne inkomsten het toelieten,daar regens stelde ik hem te werk, om voor my tebezorgen zo veel als doenlijk was, zulke wydlopigeverhaalen, van den Staat en gesteldheid van het Land,van deflèlfs Regeering, van het Keyzerlijk Hof,van de Religie in het Rijk vastgestelt, vandeHisto-ry der voorige eeuwen en van merkwaardige dage-lijkfche voorvallen. Daar was geen boek over heteen of’t ander onderwerp, dat ik wilde zien, of hybracht het by my en leyde my uyt het zelve uyt, hetgeen ik wilde wee ten. En nadien hy verplicht en ge-noodzaakt was in ’t onderzoeken en uytvorschen naverscheide dingen, dezelve of te leenen of te kopenby andere , zo zond ik hem nooit uyt zonder hemtot deze Eindens geld te geven boven zyn jaar-geld. Zulken kostbaaren en moeijelijken zaak is hetvoor de Vreemdelingen, om, zedert dien tyd dat hetRyk opgesloten is, eenige onderrechtingen van hetzelve te krygen: Het geene ik bequaam geweest hebte kunnen doen , deele ik zeer gaarn mede aan hetGemeen in de tegenwoordige Historie.
HET