VAN DEN SCHRYVER. ,3
Pietz met Borannetz in de Rusche, en Borannek in de Poolsche Taaie,waar door betekent word een zonderling soort van Schaapen, ontrent .de Kaspische Zee, in ’t B uigaarsch Tart ar yen en Chorasmien. Van de bit-tere wateren in de Kaspische Zee : over de oprechte Persiaansche na-tuurlvke Mummy , Muminahi genaemt: over de sorpedo, een zonderlin-ge Visch, welke de vingers der geene, die dezelve aanraaken ver-kleumt: van de Sanguis Braconis gemaakt uyt de Vrugten van de Bal-ma Conisera: over d eDracunculus, of vena Medeni der Arabische Scha-vers: overd z Andrum, een soort van Hydrocele of Waterbreuk , en deBerical , een zweer in de beenen, twee Landziektens onder de Malaba-ren ; over de Japansche wyze van het Kolykte genesen door de Naalden-steek,en over de Moxa, een brand-middel in groot gebruyk onder de Chi-neesen en Japoneesen.
By zyne te rug komst in zyn \ aderland, meende hy aanstonds zyne Pa-pieren en Schriften in bequaame order te brengen,en aan het gemeen me-de te deelen ’t geene hy in zyne Reyzen aangemerkt had, en zekerlyk zou-de het toen daartoe de beste tyd zyn geweest, wanneer alles noch verschin zyn geheugen was: Maar zyne achting en ervaarenheid, en de Eere ,welke de Graaf van der Lip zynen Souverein hem aandeed, door hem aante stellen tot zyn Arts, en over zyn Huysgezin, wikkelden hem ras in zul-ken uytgestrekten praktyk , dat ze met een menigte van andere bezighe-den, hem weerhielden dit pryslyk voornemen met dien kracht, als hy zelfwenschte,en desselfs eige aardt en gewicht verdiende te vervolgen. Om dezereden was het voornamentlyk, dat AtAmoenitates Exotica niet eerder danin ’t jaar 1712,. in druk quamen; Dat Werk, ’t welk alleen gericht wasals een staaltje of voorlooper van andere, ontmoete (gelyk het waarlyk welverdiende van wegen de menigte en byzonderheid van nieuwe en keurlykeOpmerkingen) een algemeene toejuiching, en’t verwekte in alle de Lief-hebbers van geleerdheid en ernstige aanmerkingen aanhouding om zyneandere deelen in de voorreede belooft; te weten, zyne Historie van Ja-pan, die hier nevens aan het Gemeen word medegedeelt, zyne Herba-rium ultra Gangeticum , of de Beschryving en de Afbeeldingen der Plan-ten door hem opgemerkt in verschelde Oostersche Landen over de Gan-ges , en eindelyk een volkomen verhaal van alle zyne Reyzen.
In ’t jaar 1700. trouwde hy Maria Sophia Wils ach, eenige dochtervan JVolsraad Wils ach, een groot Koopman tot Stolzenau, en ge wan byhaar een Zoon, en twee Dochters, die alle zeer jong stierven.
De langdurige Reyzen, de ongemakken van zyn beroep, en eenige by-zondere tegenspoeden in zyn Geslacht, hadden veel schaade toegebrachtaan zyne gesteltenis, en in het laatst van zyn Leven wierd hy dikwyls ge-.plaagt met het Kolyk, waar van hy twee zeer sterke aanstooten had, eenm November 171*, en de tweede in het begin van het jaar 1716, dezelaatste bleet hem by drie wecken, evenwel raakte hy weder zo ver, dat hyin staat was den Graaf van der Lip met zyne familie te verzeilen naar Pyr*mont als hunne Artz, en in July wederkeerde op zyn Landgoed totbtemhos, naby Lemgo'w, in eene redelyke gezondheid. Op den /Septem-ber daar aan volgende wierd hy ylings overvallen door flaauwtens, en eenbloedbraaking, welke hem den gantschen nacht byblyvende, in een zeerslechten toestand brachten. Van dien tyd bleef hy in een quynende staat,doch met ten eenemaal zonder hoop van herstelling, hebbende weder zover zyne krachten gekregen, dat hy door zyne kamer wandelde. Maar opden 24. October, zedert zynen vorigen aanstoot altyd geplaagt zynde ge-weest met eene walging en verloeren Eetenslust, quam hem weder over
^ een