26 de beschryving
Waar ge- Ik vincle dat het verhaal dezer Hcyde-
o°ien. ncn raa l ccn de zyn afkomst cn vaderlandniet overeenkomt. De Siamiten noemenzyn geboorteland Lanen , het welk hetDy land van Ccylon is, waar van zy zeg-gen , dat haaren Godtsdienst eerst tothaar overgebracht is, en naderhand we-der voort gezet door de nabuuri ge Land-schappen tot aan China en Japan. Ver-volgens zyn 'er noch eenige overblyfiê-icn van haaren Godsdienst te zien ,gelyk ook van dien die ze eerst oeffen-den, als of de andere in desielfs plaatsopgewelt was , op den top van eenenhoogen berg in het Eyland Ceylon , doorde kuropeers AdamsPiek genoemt,wel-ken zy Heylig achten , en dezelve inhunne Landkaarten in ’t middelpuntder aarde plaatsen. De Ceyloncelers zelfnoemen zyn geboorteland Macca Dejia ,daar mede meenendc ’t Koninkryk Stam •want zy gebruyken den Pali of de By-bel der Siamiten , welken de Peguaanennoemen Maccatapafa , in de haare Khom ,of taaie van de Kbomuts , toestaande datzy die van de Siamiten hebben. De Chi-neefen en de Japoneescn wenden voordat deze Heylig, en de lecre, welke hygcopenbaait heeft, hun begin hadden inhet land van Magatta , of gelyk de Japo-neefers noemen, *T mfik Magatta Koks , datis het groot landig Magatta , ’t welkvolgens haare beschryving en gevoelenhet vaste land van Indien is, bevattendePeg» en Siatn , daar noch by voegende,dat Siaka was de zoon van den Koningdezer landen, van welke de Inwoondersaan elkander toeschryven den oorsprongvan hun Leeraar , een Profeet, zo hetschynt, altyd hooger geacht wordendeom dat hy uyt een vreemd land is af-komstig. De Her,jatten en de Brabtnamengeloven dat Btulha noch vader nochmoeder heeft gehad, en gevolglyk er-kennen zy, dat zy niets weten van zynegeboorte noch vaderland. Zy beeldenhem af in de gedaante van een man metvier armen , en voor ’t overige hebbenzy geene andere Legenden rakende zynewonderwerken en daaden, behalven eenoverlevering van zyne aanbiddelykeGodtvrucht, hebbende nu 26430. jaa-ren gezéten op een 1 arate bloem, en dengrooten Godt altydt gedankt en gelooftzedert 2x639. jaaren (te rekenen na hettegenwoordige jaar 1690. na Christus ge-boorte,) wanneer hy eerst te voorfchynquam, en zich zelven aan de waereldopenbaarde. Maar de Siamiten , en an-dere oosterlyker Natiën hebben gehceleboeken van de geboorte, van ’t levencn de wondenverken van dezen Godt
EN GESCHIEDENIS
Pr ah of Siaka. Ik zie geen kans om de-ze verschillende en tegenstrydige verhaa-len, welke ik in de bovengenoemde lan-den by een vergadert heb, over een tebrengen , dan door te onderstellen , ’tgeen ik oprechtelvk mcene waarheidt tezyn; namentlyk, dat de Siamiten en an-dere, oostelyker leggende volkeren,eenjonger Leeraar met Bndha vermengthebben, en by mistlag den eenen voorden anderen genomen , welke verwar-ring in de Goden cn in hunne benamin-gen zeer dikwils voorkomt in de Griek-Ichcen Egiptische historiën • zo dat Pr ahof Siaka dezelve niet is met Budba , veel Siaka enmin met Ram , of Rama gelyk vader Kir- st ud,la
' , ^ J' DlPt ppn pn
eber hem noemt m zyrt China lllujlrata , delfde(verlicht China,) zynde deze eenigehonderd duyzend jaaren te vooren ver-schenen , maar dat hy was een nieuwebedrieger, die zig stechs ontrent vyf hon-derd jaaren voor Christus geboorte op-gedaan heeft. Behalven dit maken ookveele omstandigheden het onwaarschyn-lyk, dat de Prah , of Siaka geen Asiatierof Indiaan, maar een voornaam Egyp-tisch Priester moet zyn geweest, waar-schynlyk van Mempbis, en een Moor,die met zyne broederen uyt zyn geboor-teland verdreven , den EgiptischenGodtsdienst in de Indiër» overgebrachten daar voortgezet heeft, en wel om de-ze navolgende redenen.
I. In verschelde hoofdpunten blykt er ’*■ Oos ‘een overeenkomst tusschen dit Oos- dendom^"tersch en het oud Egyptisch Heydendom; afkomstig. want de Egyptiers verbeelden hunne van denGoden, gelyk deze Heydenen nu doen,op de wyze van verschelde soorten van Gods-dieren, en menschelyke monsters; daar dienst,in tegendeel hunne nabuuren in AJta, byvoorbeeld de Persmanen, de Chaldeeu-wen , en andere volkeren den zelvenGodsdienst belydende, liever de Hemels-lichten , inzonderheid de zonne en hetvuur, als haare afbeeldsels, dienden; enhet is waarschynlyk, dat voor de in-voering van het hedendaags Heydendomonder de Indiaanen , zy de zelve sooitvan dienst hadden als de nabuurige Chal-deeuwen en Persiaanen. Want gelykhet niet kan onderstelt worden, dat dezegevoelige volkeren zonder eenige deminste Godtsdienst leefden, gelyk debeestachtige Hottentotten ; zo is ’t tenhoogster» waarschynlyk, dat zy de god-delyke almacht eerbied aandeden doorop de wyze der Chaldeen , de Zon enandere Hemel-lichten te dienen, als zul-ke deelen van de Schepping, die de uy-terlyke zinnen verbaasen, en ’t verstandvan verwondering ontrent haare onbe-
vatbaa-