VAN J A P A N. I.
geene in onze kaarten ycrbeclt woi d jwant zy zeggen , dat zy haar beginneemt gelyk de Ganges, van Bengale ,in -de hooge bergen van Imaas , alwaar zyhaar zelf verspreyd in verscheidc armen,welke door Cambodia , Stam , en Pegu inzeeloopen; en zy geven voor, dat de-ze armen wederom door verscheldekleindere takken zaamen loopen, niet al-Ieenlyk met elkander, maar ook met deGanges zelve; indien men ze alle niet lie-ver moet aanmerken, als zo veele armenvan die zelve rivier afgeleyt. Zo hetniet ware om de groote moeyte die daartoe vereifcht wierd om alle deflelfs ver-scheidene armen en kanaalen door debofschen en de wocstenyen naar te speu-ren , en om een vaart te openen, zoudehet misschien mogelyk zyn, om metvaartuygen van hier naar Bengale te zey-len. ik wil niet in staan voor de waar-heid van dit verhaal ; maar wat betreftde bescrvving van de rivier van Judia totaan de zee, en de loop, zo als ik ze be-schreven heb, dit vereifcht geen bevesti-ging ; voor zo ver heb ik genoegzaamegelegentheidten ledigen tyd gehad om zein ’t op en afzeylen af te tekenen. In denloop, gelyk ik ze aan den lezer in de 7 .tafel vertoom, heb ik haaien natuurlyken* loop afgemaalt, met haare verschcidedraaiingen,met een groot kompas, haareverschelde armen , zo daar zy zich af-scheiden , als daar zy weder in een loo-pen , de gelegentheid der oevers , en deaangrenzende boflehen, Dorpen, Tem-pels, en de nieuwe sterktens onlangs op-enworpen , om de ontvluchting van denFranfchen Generaal en zyne Zoldaatenvoortekomen.
Merk- Verschelde merkwaardige byzonder-waardige heden zyn in deze rivier aan te merkenheden in* 7^ ^rfpreyt ^ aar kakken gelyk dede Mei- Nyl in Egyptcn, hoewel op tegengestel-nam aange- de tyden, en door het land onder watermerkt. tc zc tten, maakt ze het zelve vruchtbaar.
Deze overstrooming begint met denherfstmaand of wel vroeger , als de zonde kreefts-keerkring ingaande,door haareaannadering, de sneeuw op de hooge ge-bergtens ten noorden gelegen doed smel-ten. Hier toe helpt mede niet weinighet regenachtig taifoen, ’t welk m dientydt in valt, en vernomen word in alleLandschappen tusschen de twee zonne-keer-kringen gelegen, wanneer de zon overde hoofden der Inwoonderen gaat. Eenaller merkwaardigst bewys van de wys-heid en goedheid des almachtigcn Schep-pers. In de wintermaand begint het wa-ter allengskens te vallen, en besluyt zicheindelyk binnen zyne voorige boorden.
Boek. III. Hoofdst. zx
II. Schoon men door ’t graven in dcgrond ziet dat het water even hoog ismet het water in de rivier, merkt menevenwel dat het schielyk ryst, en overde vlakte van het land stroomt, zelfsvoor dat het water in dc rivier begint tezwellen, of voor dat ze eenig water overhaare boorden in het platte land kanuytlaten.
III. Al het water dat door in dengrond te graven opkomt heeft een tal-peterachtige , geen zoute smaak ’t gehee-le land door, en gevolglyk niet goed omte drinken ; daar in tegendeel het rivierwater, schoon modderig, altyd evenwelzoet, goed om te drinken,en gezond is.
IV. Daar alle wateren natuurlyk nade zee loopen, als laager leggende m op-zicht van het land, vind men echter, datdeze overstrooming zo zeer niet gaatover het land na by het zee strand, alswel over het bovenste en de middelstegedecltcns van het Koninkryk.
V. Door dien de wateren de bezaaydevelden overstroomen geraakt de ryst zoschielyk aan ’t groeyen, dat het stroo alzo ras opwascht als het water ryst, ende aayren boven dc vlakte van ’t water uyt-steeken,die als ze ryp zyn, door de maayersin schuyten worden afgesneden en ver-zaamelt; maar het stroo ’t welk veeltydsvan een ongeloofelyke lengte is, wordin ’t water gelaten.
VI. Als het water valt, en weer bin-
nen haar eige bestek keert,’t welk voor-valt ontrent het begin van ’t noorderiai-soen, gelyk men ’t noemt, wanneer dcnoordeiyke winden het water afdryven,en desselfs aflooping bevorderen,vreezenzy dat ’er eene groote sterfte van men-leken en vee op tal volgen ; om welkonheil af te wenden, men een plechtigfeest houdt, door het geheele land, omde verstrooyde geesten , na ’t afloopenvan ’t water overgebleven. te bevredi-gen. De plechtigheden bestaan in ’t ont-steeken van lichtende papiere lantaarnen;by de voornaamste Tempels, in ’s Ko-mngs Paleys, en in dc huysen der voor-naamste luyden van aanzien, en van dePriesters, zingende en lezende de gebe-den in hunne Kloosters. Onze Euro-piers hebben opgemerkt, dat indien denoordelyke winden , die op dien tydt,doorgaans zeer hard waayen , niet hoogof sterk genoeg zyn om het water af tedry ven, en het gevolglyk zeer flap af-loopt , dat ’er dan een flym op de grondblyft, welkers verrotting en stank nietonwaarschynlyk de oorfaak is van de ge-melde sterfte. _ Dyken van
De dyken van deze rivier zyn laag en de rivier
voor Meinam.