Buch 
De Beschryving Van Japan : Behelsende Een Verhaal Van Den Ouden En Tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, Van DeszelfsTempels, Paleysen, Kasteelen En Andere Gebouwen; van deszelfs Metalen, Mineralen, Bommen, Planten, Dieren, Vogelen en Visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Gestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van De Oorspronkelyke Aftamming, Godsdiensten, Gewoonten en Handwerkselen der Inboorlingen, en van hunnen Koophandel met de Nederlanders en de Chineesen.Benevens eene Beschryving van het Koningryk Siam / In't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kaempfer ... Uyt het oorspronkelyk Hoogduytsch Handschrift, nooit de vooren gedruckt, in het Engelsch overgezet, door, J. G. Scheuchzer ... voorzein met kunstige Kopere Platen, Onder het opzicht van den Ridder Hans Sloane uytgegeven, En uyt het Engelsch in't Nederduytsch verstaalt. Het Leven van den Schryver / J. G. Scheuchzer
Entstehung
Seite
71
JPEG-Download
 

van JAPAN.

Niniki no Mïkotto. Hy wierd opgevolgtdoor

Demi. 4. De mi no Mikotto , of met alle zyneTytels , Fikusoo foo Demi no Mikotto. De-zen volgde op

Awascdfo. 5 - Fbisase Dsu no Mikotto , of andersweydlopig Tuki Magi/a Take Ugei JakujsaFuki Avtadfi Dsuno Mikotto. Met dezeneindigt deze tweede, of zilvere eeuw ge-lyk ment mag noemen, van de Japan-lche waereld. Jn het eerste Hoofdstukvan het tweede boek zal dezen aangaan-de noch verder worden gespróken. Denaamen van de vyi aardlche Goden vandeze tweede opvolging worden genoemtin de 16. Tafel.

Generee- Deze zyn de opvolgingen van dering dezer Goddelyke en half Goddelyke wezensvolgingen van we ' ke de laponeefen den oorfpron-van God- kelyken afkomst van deze Natie asley-heden. den: het verhaal dat zy geven hoe dezeGoden waren geschapen , en hoe zy el-kander genereerden is niet minder hers-senfchimmig en fabelachtig. De eersteder zeven groote Hemelsche Geesten ,zeggen zy,was het eerste ding dat voort-quam uyt de Chaos , zynde deslêlfs zuy-verste en onzichtbaarste gedeelte énkracht. Zyn Zoon en Erfgenaam sprootuyt hem op een wyzet menschelyk ver-stand te bovengaande, of gelyk sommigezich onderwinden het uyt te leggen, enhet dus verstaanbaar te maken, door debeweeging en werkelyke kracht der he-melen en ondermaanlche Elementen. Opdeze wyze dan waren de zeven grooteHemelsche Geesten van de eerste opvol-ging voortgekomen. De laatste van dezewas het, die zyn Vrouw op een vlee-schelyke manier bekennende, het twee-de geslacht der Godt-menschen , vanhals Goddelyke en half Menschelykewezens gewan. Deze, schoon zy vet-te kort fchooten aan de volmaaktheidhunner Voorvaderen , hadden echternoch, uyt kracht dezer Goddelyke hoe-danigheden , behouden , dat zy hunleven behielden , en de opvolging vanhaare Regeering aan haare nakomeling-schap overdroegen, welke zy gewonnenop een vatbaarder wyze, voor,een onbe-denkelyke tyd, ver te boven gaande hettydperk waar aans menschen leven nubepaalt is. Eindelyk stierven zy alle uytin den persoon van Awase Dsuno , denlaatsten van deze tweede stam , die deVoorvader wierd van het derde geslacht,de tegenwoordige Inwoonders van Japan.

geüacht rde ^ an deZe van derde g eflac bt, die invan Men- ecn rcc hte linie afdaalen van den eerst-schen hoe gebooren Zoon van Avtafè Dsuno Mikot-feert 12 ' t0 * Van ^ eZ£S eerstgeboorenen, en zo

I. Boek. VII. Hoofdst. 71

vervolgens, of by gebrek van kinderenaan hunne Erfgenaamen, werd door deJaponeescn toegeschreven een boven na*tuurlyke, byna Goddelyke macht, eneen onbepaald gezag over hunne mede-schepselen. Dit word eenigermate uyt-gedrukt door de groote Tytels en hoog-luydende bynaamen , welke zy aan ditgeheele geslacht, maar inzonderheid aanhun Hoofd of Vorst geven. Gelykdaar zyn Oodai ,t groote geslacht: Mi-kaddo , Keyzer (zynde Mikotto alleeneige aan de eerste en tweede opvolgingvan Goden en halve Goden.) Tcnoo ,Hemelsche Prins, Tenjin , Zoone desHemels, Tee , Prins, en Dairi , door wel-ken naam menigwerl betekent wordtgeheele Hof van den Kerkelyken Erf-Keyzer, zie de 17. tafel.

Tot dus ver de gemeene overlevering Eenigeder Japoneefen ontrent de oorsponkelyke aanmer 'afstamming van haare Natie, dewelke alzo Heylig gehouden word als het ge- beiachtigezag voor de Heylige schriften onder de overleve-Christenen. Het zou onnodig zyn de- i^Ance-zelve te weerleggen , zynde uyt haar } e n.zelven van zo een zwak gestel dat zetonderzoek van zelfs het allergeringsteverstand niet zou kunnen lyden. Som-mige zullen het misschien niet ongerymdhouden, dat onder deze twee opvolgin-gen van Goden bedektelyk gezinfpeeltword op de goude en zilvere eeuwen derGrieksche Schryvers , of op de eersteeeuwen der waereld voor en na de Zond-vloed. Maar hoe zullen zy dan over eenbrengen die eindeloosen tyd, welken deJaponeesers voorgeven dat deze tweeopvolgingen van Geestelyke wezens dewereld hebben geregeert, met dat kleingetal van jaaren dat verlopen is zedeitde Schepping , volgenst Goddelykverhaal in onze Heylige Schriften onsovergelevert. Het ichynt dat de Japo-neesen niet minder wilden zyn dan deEgyptiers, de Chaldeuwen, de Brami-nen en andere hunner Oostersche nabuu-ren, die alle volgens de trotsheid enlaatdunkentheid , alle Oostersche Natiëneige, hunnen oorspronk zo hoog aflei-den als zy konden, en het heerlyk ach-teden , dat zy konden wonen een gehee-len reeks van Monarchen, die over haarhadden gehcerscht. Maar waar op zyvoornamentlyk schynen gedoelt te heb-ben, is, om hunne nabuuren de Chinee-sen de loef af te steeken; want in hunneHistorische Schriften stellen zy Tenpo DatDsin , den eersten voortzetter van de Ja-pansche Natie veele duyzenden van jaa-ren eerder , dan den eersten,en , zo alszy hem noemen, verdichten grondlegger