VAN JAPAN I.
Zout, Het Zout word gemaakt in de ver-schelde Zee-Provintien van Zce-water.Zy maken het aldus. Zy beperken eenplek lands , en vullen die met fyn loszand, dan gieten zy daar op het zee-wa-ter en laten het droogen. Dit lierhaalenzy verscheide maaien, tot dat zy oordee-len dat het zand genoegzaam doortrok-ken is van het zout. Dan nemen zy ’tdaar uyt, en doen het in een grootenTrog met gaten in den bodem ,en verschzee - water daar op gietende laten zy hetdoor het zand heen zyperen. De loogword gekookt tot een bequaame dikte,en het dus gewonne Zout word gebrandin aarde potten, tot dat het wit, en be-quaam word om het te gebruyken en teverknopen.
Agaaten. Agaaten van verscheidenerley soort,sommige uytnemend schoon en vaneen blaauwachtige kleur , de Saphieren |
Jaspis, gelyk; als mede Cornalyne ende Jaspis ;worden gebracht van den Berg Tsngaar , :op de noorderste grenzen van de groote ,Provintie Osju, tegen over het land van ,Jedo gelegen. j
Paerlen. De Paerlen, door de Japoneefèn ge- :noemt Kainotamma , ’t welk zo veel te jzeggen is als Schulp Jwweelen of Jircoeelen jgenomen uyt Schulpen , worden meest |overal gevonden ontrent Saikokf in Oes-ters en andere verscheide soorten vanzee-schelpen. Het staat aan yder een even |vry dezelve te vislehen. Voortyds maak- 1ten de Inboorlingen weinig of geenwerk daar van, tot dat zy beter geleertwierden door de Chinecfen, die grootesommen daar voor wilden geven, zyn-de de Chineese Vrouwen zeer hovaardigom kettingen en andere vercierselen vanPaerlen te dragen. De grootste en fyn-ste Paerlen worden gevonden in eenkleyn slag van Oesters, Akoja genoemt,dewelke zeer gelykt na de PersiaanschePaerlschulp , zeer na van dezelve ge-daante , beide de klappen of schulpendicht fluytende, ontrent eenc hand breed,zeer uytstekend dun , en bros, zwart,glad, en van buyten blinkend, van bin-nen redelyk ruuw en ongelyk van eenwitachtige kleur, en glinsterende gelykPaerlemoer. Deze Paerel-schulpen wor-den alleenlyk gevonden in de Zeen on-trent Satzuma en in de golf van Omura.Sommige Paerlen wegen van vier totvyf Condonins , en die worden verkochtvoor honderd Colcms het stuk. De In-woonders der Rïuktt Eylanden koopende meeste der geene die ontrent Satzumaworden gevonden wyl zy met die Pro-vintie handel dryven. In tegendeel diegevonden worden in de Golf van Omura
Boek VIII. Hoofdst.
worden voornamentlyk verkocht aan deChinecfen en Tonquineesen, en men re-kent op dat zy jaarlyks voor ontrent5000. Thails koopen. Dit groote voor-deel gaf voet tot die scherpe bevelen,welke niet lang daar na uytquamen vande Prinslèn van Satzuma en Omura , be-helzende, dat deze Oesters in het toeko-mende niet meer zouden verkocht wor-den op de markt met de andere Oesters,gelyk voormaals gedaan wierd. Ik kreeg’cr eenige voor my in ’t geheim, nietzonder veel moeyte, van Omura. My isiets by uytnemendheid zeldsaams ver-haalt van dit soort van Paerlen,en krach-tig verzekert van de waarheid der zaakwelke is, dat zy iets van een voorteel-lende hoedanigheid hebben ; want alssommige der grootste gedaan worden ineen doos gevult met een byzonder ver-nisch voor ’t aangezicht der Japoneesente stryken, welke gemaakt word vaneen andere schulp Takanagal (die ik opeene andere plaats zal belchryven) tweeof drie jonge paarlen aan de zyden aan-geregen, druypen dezelve, wanneer ze totrypheid komen) ’t welk geschied in driejaaren tyds, af. Deze Paerlen wordenvan wegen de schaarsheid in byzondcrcFamilicn gehouden en de eigenaars schei-den zeer zelden daar af, ten zy by eendringende noodzaakelykheid. Dit alle?evenwel geef ik slechs op van hoerenzeggen, nadien ik zelf geene Paerlen vandit soort gezien heb. Daar is een andere| schulp die zomtyds Paerlen geeft dieovervloedig gevonden word op alle deJapansche kusten, en door delnwoondersAavahi word genoemt. Ze bestaat uyti eene klap, meest langwerpig rond, re-1 delyk diep, aan eene zyde open, daar zeaan de klippen en aan de bodem van dezee vast is met een ry gaten, die grooterworden hoe ze nader komen aan denomtrek van de schulp, ruuw en kalk-I achtig aan de buytenkant , menigmaalmet Coralen, Zee- planten en andere schel-pen bezet, aan de binnekant uytstekendglimmende als de fynste Paerlemoer ,zomtyds verheven in witachtige Paerl-achtige uytwaslchen , welke insgelyksbespeurt en gezien worden in de gemee-ne Persiaansche Paerlschulp. Een grooteklomp vleesch vuld de holligheid vandeze schulp, om welke reden alleen zyby de Vistchers gezocht worden, zyndezeer goede waar om te verknopen. Zyhebben met voordacht een werktuyggemaakt, om ze daar mede af te trekkenvan de zyden der klippen daar ze aanvast zitten. Een andere schulp, waar vanik de naam niet leeren kon, geeft een
zeer