nergens mede zamenhangt en eene helling op de aardbaanheeft”
Hoe is Huygens tot die verklaring gekomen? Geenszinsdoor de bloote waarneming. Was hij eenvoudig blijven staanbij hetgeen deze hem leerde , hij zoude evenmin als zijnevoorgangers die verklaring gevonden hebben. Zijn kijkerwas welligt iets beter dan die van anderen, maar men waneniet, dat het voldoende was dezen naar Saturnus te rigten,om dadelijk te ontdekken, dat deze een ring even als demaan had. Integendeel, hier leeren wij Huygens niet enkelkennen als een goed waarnemer, maar inzonderheid als eenman van buitengewone scherpzinnigheid , die uit eene reeksvan door hem en door anderen verrigte waarnemingen hetjuiste besluit wist af te leiden. Bij hem was het oog desgeesles nog scherper dan het ligchamelijk oog. Voorzekerwas het denkbeeld, dat Saturnus door een ring omgevenwas, toen dit het eerst bij hem opkwam, niets anders daneene hypothese en wel eene zeer stoute hypothese. Nietsjj toch was er in het geheele overige planetenstelsel, dat,door eenige, zelfs verwijderde overeenkomst, daarvoor denminsten grond aanbood. Alle andere hemelligchamen, wiery gedaante men kende, waren bollen , en het was zelfs toteen soort van dogma geworden, dat alle hemelligchamendie gedaante moesten hebben. Maar het gold hier eenehypothese, welke aan de waarneming kon getoetst worden.En dit is het wat Huygens deed op eene wijze, die ook nunog, na twee eeuwen, zijn geschrift leerrijk maakt voorallen, die iets meer willen worden dan enkel waarnemersvan het feitelijk bestaande, maar die *de kunst willen leerenhoe men de afzonderlijke feiten behoort te combineren, opdater eene hoogere en algemeenere waarheid uit voortvloeije.