En bovendien, de Cosmotheoros is geenszins van weten-schappelijk belang ontbloot. Behalve de zamenslelling vanhetgeen men in dien tijd aangaande de physische gesteldheidder hemelligchamen wist, vindt men er nog eene zeer ver-nuftige methode in medegedeeld, om den vermoedelijkenafstand der vaste sterren, op grond harer lichtsterkte, ver-geleken met die der zon, hij benadering te bepalen 81 ).
Maar zelfs al moge het voor den man der zuivere we-tenschap onverschillig zijn, öf Huygens zijnen Cosmotheorosgeschreven heeft of niet, voor zijnen levensbeschrijver iszulks in geenen deele het geval. In dit geschrift leert menden schrijver nog van eene geheel andere zijde kennen,dan uit zijne overige werken. Uit dezen spreekt tot onsalleen de man met den scherpen waarnemingsblik , die denatuurverschijnselen naauwkeurig gadeslaat, de man met hetdoor veelzijdige kennis geoefend verstand, dat deze verklaarten het noodzakelijk verhand lusschen oorzaak en gevolg aan-toont. Hier daarentegen openbaart zich Huygens aan ons ookvan de zijde van zijn gemoed. Hij vertoont zich hier alseen »geheel man.” Hij is niet enkel natuuronderzoeker,maar ook natuurbeschouwer, een levendig bewonderaar dernatuur, die hoogelijk ingenomen is met de voortreffelijkeorde en harmonie, welke in de geheele schepping heerschen.Komt hij tol het besluit, dat op andere hemelbollen ookplanten en dieren zijn, dan is het omdat de planten- endierenwereld aan de oppervlakte van onze planeet zoo heer-lijk schoon zijn en daarin de wijsheid Gods zoo sterk door-straalt. Meent hij, dat daarop ook zedelijke en redelijkeschepselen wonen, die ongeveer zoo handelen en denken alswij, dan is het omdat hij de menschelijke zedewet en derede zoo voortreffelijk acht, dat er geen tweederlei soort
4