80
van zedewet of rede denkbaar is. Wal hier op aarde on-omstootelijk waar is, zooals de wiskundige waarheden, moetook waar zijn door het geheele heelal. Wat hier zondereenigen twijfel zedelijk goed is , is ook goed voor alle tijdenen plaatsen en dus ook op andere werelden.
Inderdaad, men kan dit geschrift niet lezen, zonder zichtol den schrijver er van aangetrokken te gevoelen en lot deovertuiging te komen, dat de man, die zoo schrijven kon,ook een edel mensch moet geweest zijn , al plooit ook som-tijds een glimlach de lippen , waar hij in de schildering vanden vermoedelijkert toestand der planeethevvoners verder gaatdan ons, kinderen der skeptische negentiende eeuw, geoor-loofd toeschijnl.
Huygens had den leeftijd van 66 jaren bereikt, toen ditgeschrift voltooid was, en hij had het reeds gedeeltelijk terperse gezonden. Hij zoude echter de uitgave niet beleven.Herhaaldelijk reeds had hij in den loop der laatste jarenaanvallen van jicht en andere ongesteldheden ondervonden.Den 24sten Mei 1694 schreef Huygens aan Leibnitz en ver-meldde in dien brief, dal hij wederom ongesteld was ge-weest en sedert dien tijd een onregelmatige en tusschenpoo-zende pols had. Echter ging hij nog steeds met zijnewerkzaamheden voort. Doch allengs begreep hij, dat hijzich tot den dood moest voorbereiden, en hij schreef eigen-handig een uitvoerig testament 82 ). Vier maanden later, den8sten Julij 1698 , ontsliep hij.
In dit testament droeg Chrisliaan Huygens de zorg voorde uitgave van den Cosmotheoros op aan zijnen geliefdenbroeder Constantijn. Deze volgde hem echter reeds in1697. Het werk verscheen eerst in 1698. Zijne overigenagelaten geschriften en zijne met verschillende geleerden