58
■waarnemingen zoude verrigt hebben, en verzoekt Pascal daarvanmededeeling te doen aan Boulliau.
De nu volgende brieven van Boulliau en Huygens dragen geenjaartal, maar alleen eene maand- en dagteekening. Den 17denJunij schrijft Boulliau aan Huygens, dat Pascal een werktuig vanGalilei had ontvangen, hetwelk de voorwerpen verwonderlijk ver-groot vertoonde, en waarmede Galilei gemeend had een maan bijSaturnus te zien, die in 15 dagen, 22 uren en i rondom deplaneet liep. Boulliau erkent in de waarneming daarvan nietgeslaagd te zijn en zendt daarom den kijker aan Huygens, erbijvoegende: „Voyez donc par vous mesme, si plus heureux
„serez. Alors la gloire vous en appartiendra.”
Huygens nu antwoordde den 2den December, dat hij den kijkerontvangen had, dat hij daaraan eenige verbeteringen had aange-bragt, zoodat deze meer dan honderd maal vergrootte, en dat hijdaarmede werkelijk den wachter van Saturnus had gezien, dieinderdaad een omloopstijd had van 15 dagen, 22 uren en i, zoo-als Galilei gezegd had. Ook den ring had hij er weder door gezien,waarover hij Boulliau meermalen gesproken had.
Hij zegt van plan te zijn aan den wachter den naam van Gali-lei te geven, maar wil eerst het antwoord van Boulliau afwachten,alvorens kennis van de ontdekking te geven „a la Société.”
Boulliau antwoordt daarop den 22sten December, dat hij hemraadt de ontdekking voor zich te houden. Galilei was al beroemdgenoeg. Op de stilzwijgendheid van Boulliau kan hij rekenen.„Yous me comprenez,” voegt hij er bij.
Men ziet, de insinuatie , alsof Huygens eenvoudig met de veercnvan Galilei zoude gepronkt hebben , is zoo volledig mogelijk. Erontbreekt geen enkele schakel in de keten der gebeurtenissen.Galilei ontdekt den wachter en zijn omloopstijd en zendt den kijker,waarmede hij de ontdekking deed, aan Pascal. Pascal geeft dienaan zijnen vriend Boulliau en deze op zijne beurt zendt het werk-tuig aan Huygens, die nu niet anders doet, dan de ontdekkingvan Galilei bevestigen en daarop, vertrouwende op de beloofdestilzwijgendheid van Boulliau , haar als de zijne bekend maakt.Alleen is het niet duidelijk, welke de Société is, waaraan de be-kendmaking zoude geschieden. Noch de Pransche Akademie, nochde Royal Society bestonden in 1655 , en hier te lande waren ooktoen nog geene geleerde gezelschappen.
Het is inderdaad gelukkig, niet alleen voor den roem 'maarvooral voor den goeden naam van onzen landgenoot, dat al de bij-zonderheden , zoowel der ontdekking van den wachter van Saturnusals van het vervaardigen der kijkers, waarmede zij plaats had,zoo haarlijn bekend zijn, deels door reeds voorlang gedrukte stuk-