Het toéval heeft gewild, dat, juist eenige maanden voordat dezeleugenachtige berigten te Parijs werden opgedolven, de lens, waar-mede Huygens zijne ontdekking deed, in het physisch kabinet teUtrecht werd teruggevonden, na bijna anderhalve eeuw lang spoor-loos verdwenen te zijn. Ik heb van deze merkwaardige vondst reedsberigt gegeven in het Album der Natuur , 1867 , bl. 274 en volg.,en veroorloof mij den belangstellenden lezer, die een meer omstan-dig verslag verlangt, daarheen te verwijzen. Het volgende mogehier voldoende zijn.
Het bedoelde glas werd door mij gevonden in een oude kist,toebehoorende aan het physisch kabinet te Utrecht, te middenvan vele andere lenzen van korteren en langeren brandpuntsaf-stand. Langs den rand staat met een diamant gegrift:
Admovere oculis distantia sidera nostrisen daartegenover :
3 FEBK, cïoioclv ,
terwijl dezelfde dagteekening er nog eens meer buitenwaarts en inkleinere cursyve letters op gelezen wordt, maar later gedeeltelijkweder is uitgewischt door het schuins bij slijpen van den rand vanhet glas.
De middellijn van het glas is 5,7 centim. , zijne dikte 3,2 millim.Het is aan de eene zijde vlak, aan de andere bol. De brandpunts-afstand bedraagt 3,17 meter of nagenoeg juist 10 Itijnl. voeten.
Deze kenmerken zijn voldoende om met volkomen zekerheidvast te stellen, dat dit glas do lens is, waarmede Huygens zijneontdekking deed.
Dat er het bedoelde opschrift op gevonden werd, is het eerstvermeld door ’s Gravesande in zijn Levensberigt van Huygens,geplaatst voor de in 1724 door hem uitgegeven Opera varia. Toenwas het glas, met andere door de gebroeders Huygens nagelatenglazen voor verrekijkers, nog in het bezit der familie , gelijk blijktuit een mede onder de Huygensche handschriften in de Leidschebibliotheek bewaarden geschreven catalogus, die afkomstig is vaneenen neef van Christiaan, C. Huygens, die, op verzoek van’s Gravesande, hem eenige gegevens had verstrekt om daaruit hetlevensberigt van zijnen oom zamen te stellen. In dien cata-logus wordt dit glas met de volgende woorden vermeld: No. 3.10 voeten 3 Febr. 1655, Admovere oculis distantia sidera nostris.
Uit eene aanteekening van Huygens zelven, door Uylenbroek(Oratio , Ann. 13) reeds vroeger medegedeeld naar het handschrift,blijkt, dat hot glas aan de eene zijde vlak , aan de andere bol enuit een stuk spiegelglas geslepen was.
Het in het Utrechtsch physisch kabinet gevonden glas draagtderhalve al de kenmerken van het echte glas te zijn , waarmede