ïi H E T L E V E N
't vervolg vair Zyne Reyzen, inzonderheid door Bersten , het Eyland Ceylon ,liet Koningryk van Stam , en het Keyzerryk van Japan , welke alle nu inhanden zyn van den Ridder Hans Sloane. Hy had voorzeeker veele goedenodige hoedanigheden om een Kruydkundige te zyn, voor eerst eene be-quame kennis in die wetenschap, tot zover als ze in dientydt was ge vor-dert, ten tweeden een Lichaam aan ongemakken gewent, ten-derde zeergroote naerlligheid en yver, en eindelyk, het geene myns bedunkens nietmin wezentlyk is, een keurlyke hand om ze te tekenen. Met alle dezevoordeelen bepaalde hy zich zelven niet blootelyk aan het innerlyk gedeel-te van deze wetenschap alleen , namentlyk eene naauwkeurige beschryvingvan de Planten en der zelver deelen, dewelke hoe noodzaakelyk ze ookzy, door de meeste Lezers echter gehouden word voor een te droogen on-derwerp. Hytrachtede zyne opmerkingen van nutte te maaken aan hetMenfchdom, en hy nam zeer groote moeyte om de menigvuldige gebruy-ken der Kruyden die hy beschreef te onderzoeken, het zy ze raaken deGeneeskunde, of den Landbouw, Handwerkselen en diergelyke ; als me-de na de manier van dezelve voort te teelen ,om ze te bereiden dat ze kon-den dienen tot deze verscheidene eindens. Hoe gelukkelyk hy daar in ge-flaagt heeft, zullen de beschryvingen van de Thée en van de Papier-boom,welke ik hier achter in het aanhangsel van deze Historie, tot blyk * om geenmeer andere op te haaien, bygevoegt heb, genoegzaam aantoonen en doenblyken.
In May 1690. ging hy op reys van Batavia naar Japan , in hoedanigheidals Geneesheer van het Gezantschap, dat de Nederlandsche Oost-IndischeMaatschappy eens ’s jaars zend naar’s Keyzers Hof, en om zo veel mogelykalle bedenkelyke voordeelen te doen op deze Reys, verkreeg hy verlof omaan boort te gaan van dit Schip, ’t welk Stam moest aandoen, op dat hydus ook gelegentheid mócht hebben van dat Ryk te bezichtigen. De aan-merkingen die hy op dezen Reystocht naar het Koninkryk van $iam,e n na-derhand in zyn tweejaarig verblyf in ’t Ryk van Japan maakte, het onder-werp zynde van deze Historie, oordeele ik het onnodig daar van hier veelte spreeken. Japan was niet alleenlyk het laatste Oosterfche Ryk, dat hymeende te bezien, maar ook het geene, waar na hy altoos van over langentyd hadde gehaakt, en het zelve aangezien voor een verdiénend onderwerpvan een arbeidzaam onderzoek : De byna onoverkomelyke zwarigheden ,groot genoeg om zelf den alleryverigsten af te schrikken, spoorden hem aanom met des te meer moeyte onderzoekingen te doen, en hy offerde zeergewilliglyk op zyn tyd, kunst en geld om voor zich zelven en voor andereníe bezorgen een grondige kennis van een Land , van het welk tot dien tydtoe gçen voldoenend verhaal gegeven was : Met welken gevolg en uytstaghy dit gedaan heeft, laaten wy over aan het Gemeen om te oordeelen.
In November 1692.. verliet hy Japan , en February 1693. Batavia , omweder te keeren naar Europa. Hy bleef ontrent eene Maand aan de Kaapde Goede Hoop, en quam in OBober daar aan volgende tot Amsterdam. InApril 1694. wierd hy gevordert tot Leeraar in de Geneeskunde op deHooge Schoole tot Leyden , en by deze gelegentheid, gelyk het gebruyke-lyk is op buj\.Qn\mèS.ch.Q Academiën voor Heeren na diergelyke vorderingenhaakende, om een openbaar blyk te geven van haare beqüaamheden, ’twelk zy noemen Theses Inaugurales , deelde hy mede aan de geleerde Wae-reld tien zeer zonderlinge en fraaije Aanmerkingen, die hy gemaakt hadin vreemde Landen, over de beroemd z Agnus Scythica, oï Borometz, eenvoorgewendt Plant-Dier, ’t welk hy toonde een zuyver verdichtzel te zyn,veroorzaakt misschien door eenige overeenkomst tuflchen den naam Boro-
metz