Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
22
JPEG-Download
 

Japan i:by de Ou-den nietbekentgeweest.

2i INLEYDING

handel en gf meenschap met vreemde landen, dan wanneer het vry en voordezelve open stond.

Het is niet waarschynlyk dat de ouden eenige kennis hebben gehad vande Eylanden van Japan , ten minsten niet voor noch in de tyden van Pto-lomaus , die bloeyde onder Trajanus , Adrianus , en Antonius Pms te A-lexandrïen , (een vermaarde School van geleerdheid, en een der uyf-muntendste Koopsteden int Romeinsche Ryk, ja zelf een groote stapelmarkt van Indiaansche waaren) en die door het verbeteren der werken vanStrabo , Plinius , Pomponius Mela , Marinus van Tyr en van andere land-beschryvers voor hem,en door alle de gedeeltens van de toen bekende wae-reld te brengen tot de bequame graaden van de lengte en breedte,de Land-beschryving gestelt heeft in den heldersten dag, welke ze in dien tyd heb-ben kon. Deze Schryver gewaagt van de Landschappen der Seres ende Si-na (ongetwyffelt het Ryk van àà, misschien met een gedeelte van betGroot Tart aryen ten noorden, en de Koninkryken van Tunquin en Cochin-china ten zuyden) als van het uytterste gedeelte van Ajlen Oostwaards, datin zyne dagen was bekent, en hy zegt uitdrukkelyk,dat de Seres grensdenten Oosten, en de Sina beide ten Oosten en ten zuyden aan yw ly^sn, eenonbekent Landschap,t welk schynt te verstaan te geven dat zy toen nieteens wisten, dat China door den Indiaanschen Oceaan aan het Oosten grensde,en dat zy gevolglyk volkomen onkundig hebben moeten zyn in alle dieLanden en Eylanden, welke zedert dien tyd zyn ontdekt, buyten de Ooster-sche kusten van dit Ryk.

ik weer zeer wel, dat sommige uytleggers van Ptolomaus anders hebbengeoordeelt, en zekerlyk was'er een ruym veld opengelaten voor gillingen,nadien hy gemeldt en genoemt had veele Eylanden, leggende in de IndischeZee, welker gelegentheid hy nietaanwyst, enwaarlyk in geen staat wasom het te doen met een genoegzame naauwkeurigheid. Tot een Staaltjeuyt veele ; de Heer de IJ Ijle y heeft aan de Oude Landbeschryvers een zeerdiepe plichtbewyzing gemaakt in zyne kaart van deze waereld-deeien, wel-ke hy stelt, dat hen zyn bekent geweest. Hy verbeeld zich dat d e InfulaManiola , welke Ptolomaus zegt dat bewoont wierden door Anthropopha-gie Cannibale , de Philippynsche Eylanden zyn, waarvan het voornaamstetot op dezen huydigen dag genoemt word Mantlhas , dat de drie EylandenSatyrorum de Eylanden zyn van Japan , dat door de Sinus Magnus moetworden verstaan de Baay van Tonquin ; en door TerraIncognita (int vier-de hoofdstuk vant zevende boek zyner Aardryks-beschryving, gemeldt )het Land Jejfo of Kamfchatka , gelyk de Russen het noemen,het welk eenonbekent Land gebleven is tot nu zedert deze weinige voorledene jaaren,. Ikzoude zeer gewillig zyn geweest my te onderwerpen aan zulken goeden ge-zag, zelfs in een stuk, waar van de bestiffing op het beste afhangt van wei-nig meer dan gissingen, maar, op de onderzoeking van den oorfpronkely-ken text van Ptolomaus schynt het my toe, dat dese stelling al te onbestaan-baar is met de gelegentheid der plaatsen, zo als ze ter neergelegt word doordezen vermaarden Aardryks-beschryver, om eenige overeenbrenging toe telaaten, al stond men zelf toe al wat men wilde, aan den kindschen Staat vande Aardbeschryving in die dagen.. De Infula Maniola , by voorbeeld,worden door Ptolomaus geplaatst op vyftien graaden Westwaards van hetAurea Chersonefiis ,t welk van elk een toegestemt word dat het is het halfEyland van Malacca , en meerdan op twintig graaden van de SinusMag-mis: de drie Infula Satyrorum , gelegen tegen over de Sinus Magnus enbeide deze Eylanden ten Zuyden van den Evennachts Linie,c welk hetten hoogsten on waarschynlyk, indien niet volstrektelyk onmogelyk maakt,

dat