Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
4
JPEG-Download
 

Puli Thin-

gi-

Puli 'Oor.

Puli Ti-mon.

4 DE BESCHRYVING

anderiyke wind, en schoon weeder, naeenen regenachtigen nacht. Wy vor-derden maar tameiylt , en konden voorden avond, dat wyt anker uytwierpen,niet uyt het gezicht van Puli Lingan ra-ken.

Twee uuren vóór Zonnert opgang opden zeventienden May lichteden wy hetanker; wy stevenden N. W. dog zagendien geheelen dag geen land : de ströomendreven ons met groot geweld N. en naarhet N. N. O : Het waaide zeer stap-jens ,s avonds ankerden wy öp vier-endertig vademen waters, en ten tienuuren haalden wy de zeylen weder op.

Den geheelen achtienden Mey 'was dewind zeer veranderlyk en waayde som-tyds Zeer straf. Wy stierden naar het

N. W. zonder land te zien,en bcüotenPuli Timon aan te doen, (alwaar volgensde bevelen van de Maatschappy deSchepen doorgaans inloopen, om houdten water,) en met deze zuydclyke win-den , recht Noordelyk voort te gaannaar Stam.

Wy zeilden den gantschen nacht, endes ochtens op den negentienden den topvan een. Berg aan bakboord bespeuren-de , hoopten wy, dat het zoude zyn hetEyland Puli Tbingi , derhalven steldenwy het recht daar op aan. Wy warenook niet bedrogen in onze Hoop , en5 s nademiddags kregen wy in 't gezichtPuli Aur , of Puli Oor , en kort daar naPuli Pisang.

5 s Morgens ontrent acht uuren op dentwintigsteii Mey ankerden wy voor hetEyland Puli Timon , leggende N. O. ten

O. Ik ging met verschelde andere aanland, zoom de gelegeiidheid vant ge-melde Eyland te zieii, als om aan temerken , welke planten en andere na-tuurlyke dingen het voortbracht, hetwelk in alle myne reyzen een van mynegrootste liefhebberyen en tydkortingengeweest is.

Puli Timon is een van de grootste Ey-landen,gelegen naar de Oóstersche Kus-ten van Malacca. Het is onderhoorig aanden Koning van Johor , die zyn Zetelhoudt tot Siperka op het vaste land vanMalacca. Hy regeert het doof twee OrangKays , aan yder zyde van het Eyland'een. de Maleydsche Taaie betekentOrang Kay , een Bosch-wachter, of y-mand , aan wien het toeverzicht en zorgover de Bosschert en Wildernisten toe-vertrouwt is. De Inwoonderen zyn eensoort van ballingen, die dit Eyland eengeruymen tyd bezeten hebben, en zedeitkorten tydt zo aangegroeyt zyn, dat over«enige Jaarcn een van hunne Orang Kafs

EN GESCHIEDENIS

die aan boord van een onzer Schepenquam, pochte, dat zy niet 'minder dantwee duyzend sterk waren, schoon hetgetal misschien niet half zo groot is. Zyleven afgezondert van elkander in armekleine hutten, alleen bestaande uyt eenvertreck, met een klein venster en deurom in te komen. Deze Hutten zynniet meer dan vyf of zes paden lang, entwee of drie brepdt. De geheele Huys-raadt bestaat in een bank rondsom alle demuuren , om op te zitten of om op teleggen : van buyten staan eenige Pinang-Boomen : want alhoewel het Eylandtbyna uyt niets anders bestaat dan uytsteyle klipachtige plaatzen , hebben zyevenwel de zodanige tot hunne Wonin-gen verkoren, daar zy een kleine èfTegrond kunnen hebben rondom hunneHutten, met oogmerk,om er eenige Pi-nang of andere Boomen te planten. DeInwoonders zyn redelyk levendig en welgeschapen. Zy zyn eenigzins zwarterdan de Javanen , gel yk ze ook nader byde evennachts Lame woonen, sommigederzelve scheenen my zeer ongezond . Zyplukken de hairen uyt hunne baarden,gelyk de Bewoonders van Malacca enSumatra ook doen, het welke hen doedschynen onguure oude wyvert. Zy zynalle Mahometaansch, hebbende zich de-ze Gods-dienst by na over het geheeleOosten verspreidt. Hunne kleeding be-staat uyt een stuk van ruuw laken, ge-maakt uyt de schors van een Boom,twelk zy om hun midden dragen. Ómhunne hoofden dragen zy een stuk vanhet zelve stof, op de wyze van eenkransje gevlochten ; sommige dragenhoeden van Gabbe Gabbe bladeren. Gab-le Gabbe is een Boom, die door alle deOost-Indien gemeen is, den Palm-Boomniet zeer ongelyk. De Indiaanen makendaar van hun Saga , het welk zy eeten.in plaats van brood. De Inwoondersquamea aan boord van ons Schip in .kleinebootjens,pasjens groot genoeg onseen menseh te voeren, en daar en bovenzo licht, dat een alleen dezelve gemak-kclyk op strand kan halen. De voerder ,zit int midden, hebbende de goederenachter zich: de riemen zyn meer dan eenmans lengte, en dus gemaakt, dat wan-neer de roeyer dezelve in het midden'houdt, hy met beide enden aan weerkantenvan de boot roeyt. Zy hebben ook groo-ter booten, dewelke bequamelyk viermenschen kunnen inhouden, en met de-ze durven zy zich waagen tot op deKusten ván Malacca. Zy brachten onsuytnemende kloeke Mango^s , grooter danik zc ooit gezien heb ; Pisangs (Indiaan-se!»'