Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
5
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. J. Boek. I. Hoo

sche vygcn ) ook van een ongemenegroote, "ontrent anderhalve span lang,en ontrent een span in haaren hoekigeomtrek: zeer groote Suurfacks ,pyn ap-pelen, kleine Lemoentjes, Vogels, eneen byzonder soort van Rammen,rood-achtig van coleur, lang van hair, en eengroote stachtand aan yder zyde. ,Zytrachten geene van hunne Handwerk so-len aan boord -, dan zakken van Fïfeng ,netjens gevlochten, en kleine mattenvan ’t zelve flag, gelyk ook van GabbeGabbe bladeren, insgelyks zeer kunstiggewerkt. Zy wilden voor hunne goe-deren geen geld nemen ; maar Linnen,Hembden,Ryst, Yzer en andere snúyí-scryen waren hen zeer aangenaam. Zyschynen geen de minste kennis van Geldte hebben, want hen verschelde stukkengetoont hebbende, eyschteden zy vooreen kleine mat tienmaal meer dan zewaerdig was. In tegendeel zouden zyVoor een klein stukje grof Linnen, datmisschien geen blank waardt was, eet-waren ter waarde van twee of drieschellingen gereykt hebben. Zo als íkreeds gezegt bebbe , bestaat het geheeleEyland byna uyt niet anders, dan uyteen hoop Steerien, of Rotzert, en Too-rens hooge Bergen,en 5 t geen my even-wel aanmerkelyk voorquam , was, dathaare barre toppen, daar men miffehienwerk hebben zou twee of drie duymbreed grond te vinden , bekleed warenmet boomen struyken. W y klommen

op de rotsachtige Heuvels,dm na versebwater te zien , niet zonder moeite engevaar, door ’t behulp der wortels vande boomen, welke opwaards na den topgroeye, en om laag na de aarde tot tien,twintig en meer vademen schietende,ONs dienden voor touwen om langs de-zelve op te klonteren. Tusschen dezepnynhoopen, want ik mag ze dus welNoemen, vind men vceltyds kleinebellen en bronnen zoet water,bet welksommige plaatsen zo koud is, dat ik ,ee -ns uyt vermaak gebaad hebbende,eenige dagen zeer onpastelyk ge-■ °elde. w y zagen eene rivier die grootW as om twee molens te doenPcn 0 ?^ 11 ’ ^ ezc stuam af van de top-feti ei ' ° er g er L Lopende over de rotzend nt r e ^ en ’ met bulken snelheid en ge-kant”’ à wy daar by staande, el-Het v Naauwelyks verstaan konden.*ny ee, 1 ater . w . as .klaar', koel, en scheenzo veel Witter van Knaak. Ik hadalle dc niet a k ik wel wensebte omsneiirm ™ t ntcn van dit Eyland na te

alhier veelei al S emeeu merkte ik, dataltaeiralc àr

FDST. f

ik gevonden had op het eyland Edam,eene weinige mylen van Batavia gelegen,en onder de planten van dat Eyland be-schreven hebbe. Langs het strand gaan-de , nam ik in ácht deze volgende Boo-men en Heesters.

7 erum Lauk, een Heester van een mid- Terutrtdelsoort, met langwerpige bladen, twee kaakof drie duym lang, en anderhalf duymbreed, doorgaans donker, met een groo-te zenuw ongeschikt kruviselings overhet midden Lopende. De bloem wasgeel, bestaande uyt vyf bladeren, óp dewys vail een star geschikt ; het zaad wasby uytnemendheid schoon, geheel groenen gelyk een star van zeven straalen ;drié, vier of vyf vart deze Starswyse zaa-den waren aart elkander gegroeyt, de-welke te zamen een sehoone gedaantevertoonden.

Prya Liut is een Heester, welke een Ptyá Láút.bezie voortbrengt iets grooter dan onzegenever bezie, groen, en van een vlees-achtige stofte. De bladeren zyn zaags-w.yze gesneden ; dezelve plant heb ik op-gemerkt in Persien ontrent Gamron , ofBanderabafi , en ik had dezelve afgete-kent,en wydlopig beschreven onder my-rte persiaansche planten.

Maanbu , een redelyke groote Boom, Maatibv,met veele stompe tedere Bladen, zachtin ’t handelen, zonder een zenuw in ’tmidden, aan het einde der takken zamenLopende. Den zelven boom heb ik op’t Eyland TLdam öpgemerkt, doch ik hadtoen het geluk niet, van ze te zien in haa-re bloemen en vruchten, dewelke ik hierin haare volkomenheid zag. De Bloemis iets byzonders, zy bestaat uyt vyfbladen, alle, aan eene kant geschikt opde wyse van een halve maan. Tegen o-ver de bladeren van de bloem is een ge-boge steel, opwaards staande, met eentond groen klein bolletje aart ’t opper -einde. Na de bloem volgen vyf bezienvan een vleesachtige stofte.

Papiniok Heefteen witte bloem, boo- Papinioklie bloeyzel niet ongelyk aan welk ge-dacht ze ’t naast komt ten aanzien vandc bladen, waar van er drie aan ydersteel zyn, van welke het middenste lan-ger en breder is, dan de twee andere,die tegen malkanderen over staan.

Een andere Boom, waar van ik deNaam niet kan te weten komen heeftbreede, zachte, rondachtige bladen,denHazelaar niet ongelyk, maar twee of .driemaal grooter, met veele ongeregeldezenuwen in de lengte en over dwarscHdaar over been lopende. De bloem be-stond uyt een onzeker getal van bladen,

Waar van de oude vrouwen op Batavia

A j «en