Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
35
JPEG-Download
 

,eck jtí ''

Ijê

fflOS'

VAN JAPÀN. I. Boer. III. Hoofdst. 3 5

wage van deze Eylanden cn Klippen,om den lezer te doen letten op de ge-vaarlykheid van onzereys, inzonderheidby nacht,cn stormachtig weeder, en datonze traage voortgang en veranderingvan streek zo menigwerf, alleen voort-quam uyt voorzichtigheid. Op denveertienden quamen vier Visichers tegen’t geen zy gewoon zyn te doen, aan onsboord, met Haayen en Bedelaars ; de goe-deren die zy ons te koop veilden vangeen waardy zynde, kochten 'wy niets,on lieten ze gaan, na dat wy aan een ydervan hen een glas brandewyn, voor hun-ne moeyte, hadden gegeven. Deze be-leefdheid , nodigde andere om mede onsaan boord te klampen , van welke wyeenige hunner visschen namen , waarvoor zy weigerden ryst of linnen aan tenemen, maar liever verkoren brandc-w yn en peper, ’t welk ons deed bciluy-ten , dat zy niet behoeftig waren. Zyhadden water - meloenen by zich tegenden dorst. Hunne kleeding was, stroo-.I e hoeden, en donker bruyne tabbaards*komende tot aan de knien, met een bandvast gebonden. Zy maakten vreemdekromme sprongen, en een luydt gescha-ter gelyk de Malabaren. De hoogte von-den wy dezen dag 23. graaden 58. minu-ten, in de kaarten getekent op 24. en 10.•wy stierden N. O., en N. ten Oosten,onder de begunstiging van de stroom,Zynde het ten eenemaal byna stil. Dekusten waren laag met weinige heuve-len. Dien avond bevonden wy ons zelftegen over de rivier Kfianfio. Op denvyftienden bleef alles als daags te vooren,en de kusten scheenen even eens. Voor’t ondergaan der zonne kreegen wy eenChineeich Eyland in ’t gezicht, ’t welkwy den volgenden morgen, zynde denzestienden, achter ons lieten, en dus dekusten van Chim vaarwel zeiden, entnet het zelve weeder en denzelven streekdoor het ruyme zop naar Japan voortZetleden. Ontrent den middag warenWy op de hoogten van 25. en 56. op denZeventienden op 27. en 10. op den ach-tenden op 28. en 25. Na ’t morgen-gebed stilde de wind dezen dag geheelcn a l, maar kort daar na kreegen wyeen klyn luchtig windje van ’t N. tenOosten, en ’t N. N. Oosten. Op devolgende dagen tot den vyf en twintig-\ ten August! veranderde het weeder ge-nurig • zomtyds hadden wy sterke, zom-yas weinig wind, zomtyds was het teneenemaal stq, en voor > t me erendeel ons

T<r y Zo dat llct uiteen, dat het

, 0ia ' U °ster Mcmfoen zich vroeger dan

na gewoonte instelde, en, wy verplicht

waren het over eenen anderen bocv tewenden , met zullcen verlies van tycit,dat ’t geen wy den eenen dag wonnen,öp den anderen by na weer verloren •gelyk blyken zal, uyt de vcrscheidehoogtens, die wy toen namen, en be-vonden op den negentienden van Oogst-maand, 28.cn 2. op den twintigsten,op 28. en 42. op den een en twintigsten

28. en 52. op den twee cn twintigsten,

29. en 1. op den drie en twintigsten,

29. en 23. op den vier en twintigsten

niets. Op den vyf en twintigsten 29. Groeneen 34. Geduurendc deze dagen ontmoet- J° f v “ d “ ete ons niets merkwaardigs, behalven, datik op ontrent den zeven cn twintigstengraad zag eene geelachtige groene stofteop de vlakke zee dry ven, ’t welk tweedagen duurde, zynde wy toen op vyftigvademen waters,en op zandachtige kley-grond met zee wier, of zee gras. Eeni- Zeldfaamege dagen lang quamen ’er ook eenige VoSC S ’zwarte vogels , die zich op vcrscheideplaatsen van het schip neer zetteden, enzich met de hand lieten grypen. Op ze-keren dag wierd ’er een houtsnep ondergevonden ; dezen dag was het dood stil,en vreeilclyk heet. Tcgens den avondrees ’er eene geweldige tegenwind uythet 1 0 . N. Oosten, welke ons noodzaak-te naar ’t zuyden te stieren en een moe-yelyke nacht door te brengen. Op denzes en twintigsten nam de storm toe met Vreessely-donder en blixem. Op twee en dertig e orm ’vademen waters ondieptens vernomenhebbende , wendeden wy het naar deandere zyde naar het Z. O. ten Oosten.

Op den zeven en twintigsten zynde Zon-dag , bleef de storm duuren uyt het N.

O. ten Oosten. Wy peylden zes en der-tig vademen waters, en stierden naar deandere kant ten O. Z. Oosten. Op denmiddag namen wy de hoogte der zon ,en wy bevonden door dezelve dat wywaren op 29. enyo. Ten negenuuren desavonds snoof eenChineefe Jonk met vol-le zeylen vlak voor de wind aan, enstoof langs ons schip heen om het ind’een of d’andere haave te laten leggen.

De zeevarende op deze kust hebben ge-wijde tekenen , door welke zy een aan-komende storm zien , en zich by tydsbegeven tot de naaste haaven, die zy kun-nen bereyken. Op den acht en twintig-sten van Oogstmaand wakkerde de stormmet zodanigen geweld, dat wy genoot-zaakt waren ons roer voor ’t vallen vanden avond vast te binden, het groote en’t bezaans zeyl in te nemen,en het schipte laten dryven. Eenig Cajan (lndiaan-fche wikken)'en gekookte ryst in water,wierden op ’t verdek gezet voor qnsE a rmd-