Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
36
JPEG-Download
 

36 DE BESCHRYVING

middagmaal ; maar het flingeren van ’t Íschip was zo geweldig , dat alleenlyktwee bootsgezellen , die den bak vast-hielden , in staat waren om er iets uyt tegrypen, en het in te zwelgen ; maar deandere hadden zoo veel werk als zy kon-den, om op handen en voeten aftekruy-pen, om hun leven te behouden. De-zen avond vonden \vy ’t zes en vyftigvademen diep. Op den negen en twin-tigsten, de wind dien nacht omgeloopenzynde tot een volle en heftige storm,wierd de sooling en slingering van ’tschip ondraaglyk, zo dat men met meerop zyne beesten kon staande blyven. Wypoogden ons te bedienen van het roer,doch de aannaderende nacht nootzaakteons om het weder vast te binden ; maarevenwel waren wy ’er daar om niet veelte beter aan; stootende de zwaare baaienmet zulken geweld tegen ons schip, datzelfs voor ’t aanbreken van den dageraatwy weder genootzaakt wierden de zey-lcn in te nemen , die reeds aan flardenbegonnen te scheuren, om het roer ge-bonden te houden, en om ons schip o-ver te laten ter genade van de tweewoedende Elementen. Tegen onze ver-wachting wierden de zeylen , door hetwaarnemen van een gelukkige tydsgele-gentheid ingenomen. Maar de storm ende verwoedheid der baaren nam meer enmeer toe, zo dat het geschapen scheendat alles aan stuk zou breken. Dekrammen en touwen waar mede de kis-ten vast gemaakt waren, braken, en degoederen wierden van d’eene kant van ’tschip naar d’andere gesmeten. Men be-sloot het bezaans zeyl aan te slaan, maarzo ras als de bootsgezellen daar mede be-zig waren, sloeg de wind daar in, cnscheurde het aan flarden, ’t Geen onzentoestant noch te deerlyker maakte , wasde duysterheid van de lucht, die daarbeneven vol water was, ’t welk my toe-scheen uyt een andere oorsaak te spruy-ten, dan alleen van regen, en van ’t bre-ken der golven, welke de wind met delucht vermengde. Wy konden elkanderde helft van ’t schips lengte niet zien, en’t verwarde gedruyich van wind, vanzee, en van ’t schip maakte het onmo-gelyk elkander te kunnen verstaan. Debaaren bedekten ons gelyk zo veele ber-gen, zy sloegen onophoudelyk de deu-ren open , en het water liep in zulkenVeelheyd ’t dek over in de Kajuyt, datalles onderliep ; behalven dit begon hetschip lek te worden, zo dat wy gedron-gen wierden het water met emmers uytte gieten , en by de eene pomp , diegeduurig zonder ophouden ging , eene

EN GESHIEDENIS

tweede te voegen. Geduurende dit geraashoorden wy eene gestadige bonzing te-gen ’t achter steven van ’t schip, als ofalles aan stukken zou gestoten worden :wv konden de oorzaak daar van nietuytvinden voor ’s naarmiddags, wan-neer de stroom veranderde náár ’t Oos-ten , en toen zagen wy, dat de hengselsvan ’t roer waren gebroken , de yzerckram uyt gerukt, en ’t roer achter aansleepten. Dít ongeluk vermeerderde hetgevaar waar in wy waren , en schoonwy zochten zo goed als wy konden herroer weder vast te maken aan zyne ket-ting , bleef de klopping en storing ech-ter zo geweldig, dat wy met rede duch-teden , dat binnen weinige uuren hetschip in stukken stoten en zinken zou.In al dien tyd dreven wy te rug Z. W.en W. Z. West , naar de vreeflelyke. Chineesche Eylanden, een nieuwe ver-fchrikkclyke vertooning van ’t gevaar,’t welk noch verzwaart wierd, door degroote verbaasdheid en verwarring vanons volk,, dat niet wilde luysteren na ’tbevel hunner bevelhebbers, die door densterken drank alzo zeer onthutst warenals zy zelf ; want gelyk men geen waterom te drinken krygen kon uyt de vaten,en al hun ipys slechts bestond uyt eenweinig gekookte ryst, zo waren zy ge-nootzaakt hunne geesten levendig te hou-den met Arrak en brandewyn, het welkhen eindelyk zo buyten spoor hielp, dateen nuchter mensch zou zidderen enbeeven over de op een hooping van zoveele gevaaren. Om alles noch vreestè-lylcer te maken , naakte de yfly-ke nacht , welke niettemin zo veeltroostclyker scheen dan het daglicht, voorzo ver ze de schrikken van ons naakendverderf voor onze oogen verborgde,’t Voornaamste dat te doen stond, was,om het schip te bewaren tegen de vreesielylce stagen die het van het roer kreeg.Yder staag wierd het opgeheft dooreen opgezwollen baar, weshalven hetroer moest losgemaakt en ingenomenworden , of iets anders gewaagt ; tendien einde ging de scheeps-timmermanmet zyne maats in de kajuyt, voorzienmet handspaaken, halve deuren, touwenen andere werktuygen. Zy maakten detafels en stoelen los, zy braken door deluyken in de vloer in ’t onder vertrek,en met touwen gebonden zynde wierdenzy door de kajuyt vensters uyt en afge-laten. Doch al hunne moeyte om ’troer te herstellen was te vergeeffeh, ’t.was hen onmogelyk ’t geweld der me-nigvuldige woedende baaren te weder-staan, en zy wierden genoodzaakt uyt

te