Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
37
JPEG-Download
 

VAN JAP A N.

te scheycien, en zich zelven te redden, jzynde door en door nat geweekt. Ter Ìzclver tydt waren zy op ’t Verdek bezigeen ander bezaans zeyl aan te slaan, ’t'veilt zy herstelt en den geheelen daglang vaardig gemaakt hadden , en ditwaren zy gedwongen te waagen, of al-le hunne masten, by nacht te verheien,door de toenemende bonzen. De Kapi-tein, gewacht hebbende op een bcqua-we gelegentheid , gaf een zeyü, en hetwierd met goeden voorspoed in een oo-genblik byna opgeheyscht. Het wasreeds drie uitren na Zonnen ondergang,en al wat men dien nacht doen kon, wasvoort te vaaren met pompen, en het bes-te te hoopèn. Op den dertigsten ’s mor-gens begon de storm te minderen, en degolven te bedaaren ; waar op aanstondsnet blind aangebracht wierd om inplaats van het roer te dienen, met wel-kers behulp wy zuydwaards voor windzeylden, en gevolglyk zonder veel ge-stoten te worden, ’t welk onze timmer-Inyden in staat stelde , om bet roer tekalefateren, werdende de oppertimmer-ftvan langs een touw afgelaten die eennieuwe boom aan het roer klampte • enom kort te gaan , de gehecle zaak wasontrent den middag verricht, wanneerde lucht ophelderende, de Kok vuur konmaken, en de matroofen de hoogte ne-men , welke zy bevonden z8. en 31.dus'heysteden wy de zeylen wederomby, en stevenden met een schoone windNoord-Oost. ,

Dit gevaar dus ontsnapt zynde, wiel-den wy op den een cn dertigsten Augus-ti met het krieken van den dag verquiktdoor de helder opkomende zon, schoonde wind sterk blees waayen : en na vyfdagen vastens zeer hongerig en by na teneenemaal door de gestadigen arbeid enmoeyte verflauwt zynde, meenden wyons te ververichen met een hertelykemaaltyd en goeden dronk ; maar onze^otte bottelier,die aan land zelden nuch-ter en aan boord altyd dronken was, hadonzen wyn tot den 'laatsten druppel uytgedronken ; een gemest zwyn en alleonze hoenderen waren door ’t quaadweder gestorven , en de Kok had nietsanders om ons te geven, dan gekooktevyst, Cujan , of duyve erweten, en oudlp £ k, waar mede wy by gebrek van be-

. , UL UUJVC C1WCLCA1,

^P £ k, waar mede wy by gebrek van be>

-- 1 J. j <->

o .p" ucr inaaiueu , op uuu^ v.m

in Á T-s" *“ lcr maaiueu , op nuu^ v.m

e tilte eenige versche visch te zullenV f'A ’ st Eerste en zwaarste werk van, ■ öa g Was, om de schroeven aan tehwWM ^°° r âe voorgaahde storingstorm zo onthutst waren

dar zv m d teorm zo ontliutit warenY basten bonden over eind

I. Boek. IÍI. Hoofdst. 37

houden; ter zclver tydt waren anderebezig om de lekken in het schip uyt tevinden, zonder evenwel als noch eenigete ontdekken. Sommige baaien zyde enhuyden, die nat waren geworden wier-den op ’t dek gebracht om te drogen,gelyk onse klecderen en beddegoed, metwelk werk wy twee. dagen bezig waren.Onze streek was naar het N. O. en ’t

N. N. Oosten, zynde de wind O. en

O. ten Noorden. Wy bevonden dehoogte zq. en zo. eil ’s avonds 43. va-demen waters. Op den eersten van Herfst-maand ondekte men een lek onder de lcom-buys om ’t welk te stoppen het schip eenigeuuren op zyde gelegt wierd. Daar wa-ren evenwel noch meer andere lekkin-gen, welke ons yder uur noodtzaaktente pompen ; maar wy konden ze nietuytvinden , het welk ons deed beiluy-ten, dat ze boven, water waren. Ik zalden lezer niet op houden met een lang-wylig verhaal van‘de winden, maar al-leenlyk in ’t algemeen zeggen , dat zeden geheelen tyd door, veranderlyk ble-ven , en voor ’t meerendeel ons tegen,en te mets een weinig gunstig waren ; ’twelk ons noodzaakte zeer veel by dewind te zeylen (gelyk de zee term. is)en te laveeren. Op den middag vondenwy de hoogte op 30. en 9. en ’s avonds2.3. vademen diepte. Op den tweedenvan Herfstmaand waren wy op de hoog-te van 30. en zo. en op negentig vade-men waters. Op den derden, zyndeZondag was de hoogte 81. en 16. en dediepte 26. vademen. Op den vierden,nadien het stormachtig was , kondenwy de hoogte niet nemen. Wy haddenvan zy. tot 32 vademen diepte,de grondgaf den geheelen dag lang een wit zandop. Op deai vyfden ’s middags was dehoogte 31. en i y. en de diepte ’s avonds26. vademen. Dezen avond quamen 'er-langs ons schip heen verschelde Zee-Duy-vels os Rochen, zynde platte viflchen,twee of drie vademen lang , van eenleelyke gedaante.

Op den zesden van Herfstmaand be-vonden wy de hoogte 31. en 30. dezennamiddag geraakten wy onverwacht ineen zeer uytstekend gevaar , van cenengeheel verscheiden aardt van ’t geen wyin den verleeden storm hadden onder-vonden. Wy stierden zuydwaards meteen klyn koeltje uyt het O. Z. Oosten,als wanneer wy achter ons in het noor-den eenig weerlicht vernamen , en wei-nig tyds daar na verbaazende hooge hol-; Ie golven, gelyk zo veele wolken, est1 met een zeer groote snelheid naar ons1 schip toerollende, ’t welk daar door àE 3

Zee-Duv-

veis.

Tweede

florin.