Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
38
JPEG-Download
 

;3 DE BESCHRYVÏNG EN GESCHIEDENIS

zulken ongeschikte en verwarde bewee-gmg gebracht wierd, dat \vy byna onsverstand verloren, niet wetende wat tedoen os te beflnyten. Want de baarenvan ’t zuydcr Monfoen tegen onzen streekstaande, en niet toelatende dat ons schipras voortliep , de wind daar benevenszacht, en zo schuyns komende, zo moestnoodwendig de kracht der byster grootestrydige golven op het agter steven van’t schip aankomen. Twee . uuren na•Zonne ondergang quamen twee dezergolven byna in eenoogenblik van achteraan gelyk bergen, en overstelpten ’t ge-heele schip met zodanigen geweld, dat■zy ’t zelve diep onder water zetteden,met al het volk dat op ’t quartier dekstond, waar van ik ’er een was. Geenvan ons alle anders denkende, dan datwy na den afgrond gingen. Deze schokwas gepaart met zulken vreeilèlyken ge-kraak en geraas, dat het scheen als ofhet gansche achter steven, afgeicheurt,en aan stukken gcrackt was. Onze Ka-pitein en Opperstuurman, die beydemeer dan zestig jaaren oudt waren, ge-lyk ook andere meer, die van kindsbeenaf zee gevaaren hadden , bekenden, datzy nooit in hun leeftyd diergelyken had-den gezien. Zy zagen aanstonds na hetroer , ’t welk zy geheel vonden hangen-de in zyne hengsels, uytgezondert dat’er eenige weynige planken en anderekleine dingen waren afgescheurt. Menzette de pomp aan ’t werk, doch menbespeurde geen lek. Maar in de kajuytwas alles byna verdurven, en doorweektvan ’t zoute water , en onze dronkenbottelier byna geheel verzoopen op zynbed, schoon hy onder ’t dek op een vande veyligste plaatsen lag. Op ’t dek stondhet water een knie’s diepte, en de takelsvlotreden overal. En schoon de gatenaanstonds opengezet wierden om het zoutwater te doen uydoopen , zo was hetnoch alreeds doorgedrongen tor in ’tmidden of binnenste van verseheydedingen, gelyk ik tot myn groote droef-heid gewaar wierd , dat het gedaan had 'in myne papieren en geschreve memo- !rien. Wy hadden een schok van veelmeer baaien doorgestaan , wanneer eenfrisse koelte uyt het noorden komendemet regen en stormwind verzelt, denloop van ons schip naar het zuyden enoosten zeer voortzette , en ’t zelve daardoor beschutte tegen de woede dezerganseh yflyke golven , schoon metvreeilèlyke bonzen, ’t welk den gehee-len volgenden nacht duurde,en ook dendaar aan komenden dag, zynde den ze-venden yan Herfstmaand, doch zonder

storm, en met draagzaam weer, zo datdit gevaar aldus voorby was. Het wasaanmerkens waardig, dat de wind dezendag alle de streeken op het Kompasrond liep , tegen den loop der zon in.W y konden op dezen dag de hoogteniet nemen,maar wy hadden van 30. tot40. vademen diepte. Den achsten opden middag waren wy op de hoogte van51. en 11. en ’s avonds op 42,. vademen.De zee was noch zeer ruuw, en veroor-zaakte groote schuddingen en een onge-ruste nacht Op den negenden van Sep-tember was de hoogte 31. en y. en dediepte van 42. tot 48. vademen.

Op den tienden, zynde Zondag, wasde hoogte 30. en 20., maar geen grondre vinden. Dezen namiddag wierden wyop nieuws gellingert door een geweldi-gen storm uyt het noorden. Wy wa-ren gedwongen om te keeren, de zeylenlaag te laten vallen, het roer vast te bin-den, en het schip dus te laten dryvenwaar het konde, en voorts het overigeop de voorzienigheid te betrouwen. Opden elfden September tegen den avondnam de storm af, na dat ze vier en twin-i tig uuren had geduurt, en dus heysienj wy het groot zeyl weder op, en konden: het roer weder regeeren. Op den mid-■ dag vonden wy ons op de hoogte van

29. en yy. ,en ’s avonds op 60.vademen;en dus hadden wy drie stormen doorge-

I staan tusschen China en Japan , in welkeveele goederen waren beschadigt gewor-den door het stoten en omvervallen.Daar scheen een onwilligheid en mis-noegen onder het scheeps volk, ter oor-zaak van deze moeyelyke reys, te meerom dat ’er weinig hoop was, van Japante zullen bereyken ; nadien het scheendat het noorder saisoen, ’t wdk strydigis met onze streek , zich volkomen ge-zet en vastgestelt had; om deze redenwierd op den twaalfden van Herfst-maand bestoten , het schip meer voorwind te laten dryven , gcvolglykmet meer gemak te rug naar het Z. W.ten Westen. Dezen dag hadden wy opden middag de hoogte bevonden 29. en

30. en des avonds op 62. vademen wa-ters. Op den dertienden ’s morgensvroeg, wanneer men ’t schip kielhaal-den , von men, dat de klampen, welkezyn gelyk de ribben of balken van diedryvend lichaam, los geworden warenin het voorval op den zesden September.Dit maakte den Scheepsbevelhebbers in’t gemeen moedeloos, en matte hen t’ ee-nemaal af met langer te kunnen keerenen wenden. Men oordeelde het raad-íàamfte om in d’een of d’andere haaven

van

pc**.

storS»’