'«St
>(ii P°ìn-^ de
D t;
JfeV
If, l He t .
VAN JAP A N.
geen Hel, geen pynigings plaatsen, gee-R e Cimmertaansche naare duystcre plaatsen,'noch van eene ongelukkige staat , dieOnze zielen in de toekomende waereldVezelt. Zy weten ook van geen andereÏXryvels, dan dien welke xy onderstel-len , dat de Vossen bezielt, zeer fchade-lyke dieren in dit land, die zo zeer ge-vreest worden, dat sommige van gevoe-len zyn, dat de godlosen na hun doodverandert worden in Vossen, welkehunne Priesters noemen Ma dat is,boosegeesten.
De voornaamste stukken van de SintosReligie (en deze, welker nakoming enonderhouding deilèlss aanhangers gcloo-ven, dat hen aangenaam maken by dejoden, en waerdig om van haare god-eldyke genade te verwerven detoelaating1!1 de gelukstaat na dit leven , of waar°P men in het gemeen ’t meest van allen?°gt , een reeks van tydelyke zegeningenln dit leven) zyn , (i) de inwendige2 uyverheid van ’t herte, (2) een Heyli-8 e onthouding van al wat een menfehonreyn maakt. (3) Een naarstige onder-houding van de plechtige Feesten , enHeylige dagen. (4) Bedevaarten naar deHeylige plaatsen te Isje ; by welke doorsommige Godsdienstige ten (5) nochbygevoegt word, een kastyding en doo-ding van hunne lichaamen. Van deze zalik nu in ’t byzonder handelen.
Om derhalven te beginnen met deinwendige Zuyver heid des herte. De-zelve bestaat in ’t doen of ’t nalaatendier dingen, welke zy gelast zyn te doenof te vermyden, het zy door de wet dernatuur, en de ingeving der reden, ofdoor ’t onmiddelyk en zonderling bevelVan de' burgerlyke overheden. De Wetvan uytwendige zuyverheid, waar vandier na breeder, is de eenigste, welkerNakoming op het allerstrikste en ’tNaauwkLnrigste aangepreefen word aani C d^v°lger s van dezen Godsdienst. Zy
c ben geen andere wetten aan hen ge-b even , noch door ’t Goddelyk noch^oo r y Geestelyk of Kerkelyk gezag,j- , Zlc h daar naa te schikken en teUcn 5 in hun uytterlyk gedrag. HierZ ouw men natuurlyker wys denken,
aan
uHe-i ZIC l Zt 'iven zouden overgeven »«.kei 1 < wellusten en zondelyke vermaa-Vv g p^den ■ en dat zy zich zonder eenigeWar* 1 10uc -‘ n g Zouden uytlcggen op allesVol f™ 0 dunne wenfehingen en begeerte!ir.kk° CI j ■ n , als geen de minste vreesVklsedt’ zy kandelen tegen denVnr J j ^oden, en weinig beduchtenmc u ^^olgen van hunnen toom cnyamschap. En dit zouw misschien het
II Í. Boek. II. Hoofdst. iyï
elendig geval wezen van eene Natie indezen staat en gesteltheid , indien hetniet v/as om een krachtdaadiger heericherbinnen hunne herten, te weten denatuur-lyke reden, die zich zelf hier met vollemacht vertoont, en uyt haar zelven ge-noegzaam bequaam is, om te weerhou-den van haare snoode ongeregeldhedenin te volgen en onder de Heerschappeyvan de deugd te brengen alle de geenedie fléchs luysteren willen na deflèlfsingevingen. Maar daar en boven heb-ben de burgerlyke overheden bequamezorg gedraagen, om te vervullen hetgeen ten dezen opzicht ontbreekt; wantdoor hun gezag zyn ’er nu verfcheidestrenge wetten in wezen tegen alle soor-ten van misdaaden en van bedryven. Enwaarlyk de Japanfche Natie, in ’t alge-meen aangemerkt, toont klaarlyk, datde ingevingen van de natuuvlyke redenen de wetten van burgerlyke overheden,gewillè en trouwe leydslieden of weg-wyzers zyn voor alle de geene, die eengoed en deugdzaam leven willen leyden,en hunne gemoederen en gewiflens be-waren in een staat van zuyverheid.
Maar wat belangt de uytwendige Wettenzuyverheid , welker onderhouding van de uyt-fchoon minder zaakelyk in zich Zelf, w endigeéchter scherper aanbevolen is geworden,ze bestaat in de onthouding van ’t bloed-vergieten , van ’t eeten van vleeich, enhet aanraken van doode lichaamen. De-ze, die zich door eenige dezer onzuyvergemaakt hebben , zyn daar door onbe-quaam geworden na de Tempels te mo-gen gaan, tot het bezoeken der Heyligeplaatsen, en in ’t algemeen om te ver-fcheinen in de tegenwoordigheid derGoden. Hy zy wie hy zy, die bevlektis met zyn eige of een ’s anders bloed, ispusto voor zeven dagen , dat is onzuy-ver, en onbequaamom de Heylige plaat-sen te naderen. In geval in het bouwenvan een Mia of tempel, een der werk-lieden zich mocht komen te quetfen, zo,dat ’er bloed na volgt, word het vooreen zeer groot ongeluk gerekent , enzulk een is voor altoos onbequaam omooit of ooit aan eenig Heylig gebouw tearbeiden. Indien het zelve gebeurt in ’tbouwen of herstellen van eenige Tem-pels van lenfio Dai Sin tot Isje, raakthet ongeluk den arbeyder niet alleen,maar de Tempel zelf moet omver ge-haast, en weder op nieuw gebouwt wor-den. Geen vrouwspersoon mag by denTempel komen , terwyl zy haaremaand-stonden heeft. Men gelooft door- .gaans, dat in haare Heylige Bedevaar-ten naar Isje , de maand-stonden voor dien
tyd