Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
163
JPEG-Download
 

1 î'I

' !

V A N J A P A N. III

® at Sín , en het oogmerk van hun Bede-vaart volvoeren. Zo lang als zy te Isjehlyven , worden zy onthaalt door denOantfi , die hen in zyn eige wooninghuysvcft, indien zy in geen staat zyn ,om de onkosten te dragen van in eenHerberg hun verblyf te neemen. DePelgrims niettemin zyn doorgaans zodankbaar, dat zy aan den Canufi een be-hoorlyke vergelding doen voor zyne be-keftheid, al zouden zy het zelf gevenvan ’t geen zy gebeedelt hadden,en hy isbeleefd genoeg om het niet te weigeren.

Alle de Godtvruchtige daaden tot dezebedevaart vereischt wordende geschiedtynde word de Pelgrim door den Canufibegiftigt met een Ofarrai of aflaat. De-

Ofarrai is een smalle langwerpige vier-kante doos ontrent anderhalf span lang,twee duymen breed, en anderhalf dik,u yt dunne tinne plaaten gemaakt, en volkleine tinne stukjens, van welke 'er som-mige opgewonden zyn in wit papier, omden Pelurim te binnen re bromron Aarh \t

Boek IV. Hoofdst

groote

èin

gewoontedeuren

16Z

om de oude O fan aisvan hunne huyfen te

W ordengezondennaar allesredeeltens

Pelgrim te binnen te brengen, dat hyreyn en ootmoedig is, zynde deze tweedeugden den Goden zeer aangenaam. Op deVoorzyde van de doos is de naam vanden Tempel Dat S'tngu ,dat is, de Tem-pel van den grooten Godt, inmerktekenen gedrukt , op dezelveplakt, en den naam van de Canufi , diede doos heeft gegeven (want daar zyn 'erzeer veele , die dezen handel voortzetten)vind men op de achterzyde ín kleindermerken, met dendeftigen tytel van Tayu ,’t welk zo veel te zeggen is als, Bodender Goden, een tytel welke alle de bedien-den van de Mufs zich zelve aanmatigen.

De Pelgrims ontfangen deze Ofarraivstet groote tekenen van achting en eer-bied, én bindenze aanstonds onder hun-ne hoeden, om ze te bewaren voor re-8 en ; zy dragen ze juyst aan ’t voor-bad , cn maken ’er een tegenwigt° Vei [ van een andere doos , of een bon-^ltje stroo, ontrent van dezelve zwaarteeri gewigt, welke zy aan d’andere zydeden hoed vast maken. Die te paard^ c yfen hebben beter gelcgentheidt om ze, e bewaren en te verlchuylen. WanneerPelgrims weder behouden ’t huys ge-oirien zyn, dragen zy zonderlinge zorgtïi dezen Ofarrai te bewaren, als een ge-tnkstuk van een zeer groot gewigt enail gelegentheid voor hen; en schoonc gevolgen en krachten derzelve be-Poalc zyn binnen een jaar, zo vergunnenechter aan dezelve een zeer goedePkats in een der voornaamste vertrekkenj? n hunne huyfen, op een plank tenie n einde gemaakt meer dan eens mansCn gte hoog. Op sommige plaatsen is

het deboven de

houden, onder een klein verdek, ’t Ar-me volk bewaart dezelve , by gebrekvan bequaamer plaats, in holle hoornenachter hunne huyzen. Op gelyke wyzeworden de Ofarrais van de overledene, cnde geene die op de reys verloren zyn,als ze gevonden worden, zorgvuldigtykbewaart in den naastbystaande hollenboom.

Groote menigten van deze Ofarraisworden door de Canufis alle paren ver-zonden naar alle gedeeltens van ’t Ryk,om de geene, die niet gemakkelyk kun- van’t Ryk.nen of ongenegen zyn te komen omdezelve te Isje af te haaien, te voorzien.

De Ofarrai Kooplieden maken hun werkdaar van, dat zy naar de voornaamste cnvolkrykfte Steden reyzen tegen de San-guatz gelyk men ’t noemt, of denNiemvjaarsdag , zynde dezen een derplechtigste Feesten , cn een dag vangroote reyniging , en den tyd zekerlyk,wanneer zy na alle waariêhynlykheidhet spoedigste hunne waaren met voor-deel zullen kunnen styten. Ter zelvertyd verknopen zy nieuwe almanachen,die gemaakt zyn op bevel van den Mi-kaddo , of Geestelyken Erf- Keyzer , ennergens mogen gedrukt worden dan te/c-je. Men kan een Ofarrai en een Alma-nach zaamen koopen vooreen Maas of eenItzebo. Ryke luyden zullen by wegevan liefdaadigheid meer voor dezelve be-steden. De geene die ze eens koopen,kunnen zich verzekeren, dat zy ’t vol-gende jaar weer zullen worden aange-sproken, en begiftigt met drie dingen :te weten, een Quitantie , van den Canufi ,,of liever een dankzegging aan den koo-per, een nieuw Ofarrai , en een nieuweAlmanach.' De zulke die redelyk welbetaalen, en meer dan behoorlyk, ’t welkhet gemeen zelden doed, ontfangen daaren boven een Sak kant , of een verlakteboute kop , als een kleinevóór haare edelmoedigheid.

Het volgende verhaal van den tegen-woordigen staat en gelegentheid der Tem-pelen tot isje is genomen uyt Itznobe eenJapansch Schryver. Daar zyn twee japanlchTempels tot Isje , ontrent twaalf straaten Schryver.lengte van elkander staande, beyde ge-ringe laage gebouwen. De grond opWelke zy staan heeft niet meer in zynomtrek, dan ontrent zes Mats , de plaatsdaar de Canufi, ter eeren van den GodtTenfio Daï Sin , zit, daar onder begrepen.

Beide zyn ze gedekt met een riet dak,en gebouwt, ’t welk zeer merkwaardigis, zonder dat ymand der arbeidsliedenX z eenig

vergelding

VerhaalIsje

van

i?,

ii