Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
168
JPEG-Download
 

Haarcgrootííebez. wee-ring.

i68 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS’

Wapens van de Jammabos. ’t Word ge-plakt op de deuren der huyzen om deboose geesten af te keereii , en dient totverschelde andere bygeloovige oogmer-ken en eindens. Het word zonder on-derscheid door alle de Jammabos gemaakt,maar de beste komen van Kbumano ,waarom zy ook dien naam dragen. Debetichte persoon moet een klein stukhier van afgescheurt doorflikken met eendronk waters, en men zegt, dat indienhy schuldig is , het in hem werken envreeflelyk pynigen zal tot dat hy bekent.Zy ipreeken wonderlyk groots van deverbaasonde en wonderbaare krachtenvan haare betooveringen en bezweerin-gen ; door welke zy voorwenden in staatte zyn, om brandende kooien en gloe-yend yzer te handelen, zonder eenig let-zel daar van te ontsangen ; dat-zy schie-lyk ’t vuur kunnen uytdooven, en koudwater kooieend heet maaken , en in eenoogenblik het heete water yskoudt, omder menschen zwaarden en degens zovast in de scheede te houden, dat menze met geen gewest daar uyt kan trek-ken ; dat zy zich zelfs kunnen bewarenvan niet gekwetst te worden door dezeof andere wapenen, en veele andere dier-gelyke en zeldsaame dingen te kunnenuytvoeren- dewelke, indien ze nauw-keuriger onderzocht wierden, misschienniets anders zouden bevonden worden,dan guychelaars loopjens en kunsten,en uytwerkselen van natuurlyke oorzaa-ken. Zy noemen ze JamaJJu , ’t welkbetekent Bezweerende Trekken. Dezemachtige trekken zyn niet anders, danzekere bewegingen van hunne handenen vingeren, door welke zy voorgevente vertoonen Crocodillen , Tygers, enandere monsterdieren , ter zelver tyduyttende zekere onverstaanbaare geluy-den. Hier door, en door menigwerf de-ze gestaltens en vertooningen te verande-ren , gelyk ook door hun stem te ver-heffen en te laten daalen , trachten ze,zeggen zy, als met zo veele kruystrek-ken te komen binne ’t bereyk van ’tvoorwerp dat bezworen moet worden,tot dat zy endelyk alle beletselen uyt denweg geruymt en door dezelve heen ge-broken zynde , hun voorgestelde oog-merk bereyken;

Een van hunne voornaamste en diepverborgenste Sin , gelyk zy die somtydsnoemen, of betoveringen, is, wanneerzy beide handen opstekende, en de vin-geren als door malkanderèn vlechtende,vertoonen willen Si Tenfi o , dat is devier machtigste Goden van den drie endertigsten of laatsten Hemel. De gestal-

te , in welke zy hunne vingers plaatsen,is dus. Zy houden de twee midden-ste vingers recht op en neer tegen elkan-der , en maken dat de twee naaste vingersaan weerkanten den andere overdwars-fchen op zodanigen wyze, dat zy naarvier verscheidene oorden van de waereldwyzen, ter betekeniflè van deze vierGoden , welke zy noemen Tamtnonden ,Tftgokten , Sojioten , ende Kumokten. Detwee middenste vingers, byna recht op enneer gehouden, gelyk ik opgemerkt heb,dienen hen , na hun voorgeven, ge-lyk als bespiedglascn, om door dezelvede boose geesten en de ziektens te be-speuren, om de Kitz of Vos, en de Ma,of boose geest in ’s menschen lichaamengehuyst te zien, en stiptelyk en naauw-keuriglyk uyt te vinden, van welkenaardt zy zyn ; ten einde zy naderhandhunne bezweeringen en bygeloovige Ce-remoniën net kunnen 'richten en schik-ken, om ze des te krachtdaadiger uyt tedryven. Doch deze zaamenstelling dermiddenste vingers, ten opzicht van deandere, dient om daar benevens te ver-toonen Fudo Mio wo , dat is de Heyligegroote Fudo ,certyds een GioJîa,tt n groo-ts Godtvruchtige onder hunne orde, dieonder andere buyten gemeene doodin-gen , dagelyks in het midden van eengroot vuur zat, zonder evenwel ’t min-ste letzel te ontsangen, en door wienskrachtige medehulp zy gelooven,dat zyom die reden in staat zyn, om niet al- ,leenlyk de brandende stof en hoedanig-heid te vernielen , wanneer zy slechtswillen, maar ook dat het op hun beveldiene en strekke tot zodanige eindens ,als zy goed vinden. Voor het beeld vanFudo , word altyd een brandende lampgehouden, gevult met een oly, gemaaktvan een zekere Zwarte venynige water-Hagedis, Inari genoemt. ^

De Jammabos maken een groot geheim ^ $van deze bezweeringen en verborge kun- ^j e u" sC *sten. Niettemin zullen zy voor een re- jing* 0,delyke belooning dezelve mede deelenen leeren aan andere menschen , dochonder beding van geheymhouding. Hetverhaal dat ik in dit Hoofdstuk van de-ze zonderlinge orde gegeven heb, heb ikvoornamentlyk van een jonge Japoneesch,wel ervaaren in de zaaken van zyn va-derland , wien ik geduu rende myn.ver-blyf in Japan de genees en heelkundeleerde, en die zelf een van hunne leer-lingen geweest was. Hy verhaalde my,dat eer zy hem wilden inlaten in hetgeheym, zy hem deeden ondergaan eerizeer gestrenge proef. Eerstelyk, dat hyzich moest onthouden van al wat leve#