te.
VAN JAPAN. III. Boek. VI. Hoofdst. i;
welke men-daar voor houdt, dat ze j daar, dat hy den gelukkiger staat v
ymands gemoed wikkelt in zulken die-pen overdenking, en dezelve zo geheelbinnen zich zelven inneemt, dat hetlichaam voor een wyl tyds als gevoelloos,e n onoplettend , en onbeweeglyk legt,Voor eenige uytterlyke voorwerpen van IWat aardt ze Zyn mochten. Deze , diepe |Geestdryvery word door haar genoemt !Sascn , en de Goddelyke waarheden aan jZodanige menschen geopenbaart S'ntori. \Wat Siaka zelf aanbelangt, de kracht van2yne Geestdryvery was zo groot, dat hy idoor middel van dezelve doordrong in jde allergeheymste en zwaarwigtigste ;stukken van den Godtsdienst , ontdek- jkende de bestaanbaarheid en staat vanHemel en Hel, als plaatsen vanbeloo-?istg en straf, den staat van onze zielen111 het toekomende leven, de verhuyzingderzelve, den weg tot de eeuwige ge-lukzaligheid , de Goddelyke macht derGoden in de Regeering van deze wae-veld, benevens veele andere dingen, dies menschen verstand ver te boven gaan ;'velke hy naderhand ruymborstig mededeelde aan de talryke gedrangen en me-nigte van schaaren zyner leerlingen, diehem om zyne leering en ondcrrechtin-gen in troeppen volgden, dezelve ge-strenge levenswys, welke hy zelfs voer-de, omhelzende.
Hy leefde negen en zeventig jaaren,en stierf op Jen vyf tienden der tweedemaand, in het jaar voor Christi geboor-te 950. '
Zyne wezendlykste leerstukken zynde volgende.
De zielen van menschen en beestentyn onfterfselyk. Beide zyn ze van de-zelve zelfstandigheid , en verschillen al-leenlyk ten opzicht van de verscheldevoorwerpen, in welke zy zyn geplaatst,«et zy menschelyke of beestelyke.
Na de afscheiding uyt de lichaamenborden de Zielen beloont in een staatVan geluk , of van elende na dat zylc b hier in dit leven hebben gedra-
ç plaatse des geluks word genoemt, °kurukf , dat is een Plaats van eeuwig-Vei^ • vermaalt. Gelyk de Godenj 'Chilien in haare natuur, en de zielenr menschen in de verdienste van hun-p^porledenc daaden,zo verschillen i
°od.
Slu
ïns-
8 e lyks de trappen van vermaak en geluk} n haare Elizeefche velden; op dat yder® e joont werde na hy verdient heeft. DeSeheele plaats is niettemin zo door enr° r opgevult mee blydfchap en vreug-V' dat yder gelukkig Inwoonder meentQat deel het beste is, en verre van
andere zoude benydcn, alleen! yk wenlchtzyne eige voor eeuwig te mogen bezit-ten.
jltnida is de opperbevelhebber van de- Amula.ze Hemelsehe staaten , (want zyne ge-heele leere is door de Brahminen niet m-gevoert, dan na de opstanding van on-zen Zaligmaker.) Hy word aangezienals de algemeene voorstander en bescher-mer van menschen zielen, maar met meernadruk als de Godt en de Vader van de-zen die gelukkig verhuysennaar deze ge-luk-plaaden. Door zyne, en door zynebemiddeling alleen is het dat de men-schen vergevinge van hunne Zonden,en aandeel in den gelukstaat van het toe-komende leven verkrygen.
Een deugdzaam leven te leyden , enniet te doen dat strydt tegen de gebodender wet van, Siaka , is de eenige weg ,om aangenaam te worden by Amida, enwaardig den eeuwigen gelukstaat.
De vyf geboden van de Leere van Vyf geho~Siaka , welke het vaste richtsnoer zyn g^J a vanvan gedrag en ’t leven aller zyner ge-trouwe aanhangers , worden genoemtGokai , \ welk zo veel beduydt, als devyf voorzorgen óf 'waarschouwingen. Dezelvezyn.
Se Seo , de wet om niets te doodendat leven heeft ontfàngen.
Tfu To , de wet om niet te steelen,
Syain , de wet om niet te hoereeren.
Mag o , de wet om niet te liepen.
Onftu , de wet om geen sterken drankte drinken ; eene wet welke Siaka op hetaller ernstigste aan zyne keringen aan-prees , om naauwkeuriglyk door hen teworden onderhouden.
Na deze vyf groote en algemeene Ge- Der zelverboden, dewelke eygentlyk inhouden de eronder 2geheele wet van Siaka volgen tien Sikkai, verdeelinggelyk zy ze noemen, dat is Raaàgevhi - in ^Mai.gen of vermaningen , zynde niets anders,
. dan de eerste vyf wetten uytgebreidt,entoegepast op afzonderlykerdaaden,strek-kende tot een stipter onderhouding vandeugd. Voor de Geleerden, en de zul-ke die streeven naar een meer dan gemeenestaat van deugd en volmaaktheid zelfsin deze waereld , heeft men noch eengrooter onderdeeling verzonnen en GoFiakkai , dat is, in vyf honderd raadgevin-gen en vermaningen , in welke met deuytterste naauwkeurigheyd en byzon-derheid uytgedrnkt staan cn bepaaltworden, alle de daaden, welke na hun-ne bevatting, de minste neyging hebbentot deugd of öndeug, en derhalven be-hooren gedaan of gelaten te worden.
5 t Getal dézer Go Fiakkai zo wyduyt-Y 3 gestrekt
En GoFiakkai.