Plaats vanpynigingen straf.
174 de beschryving en geschiedenis
gestrekt zynde , is ’t geen wonder, datdeze, die zich willen verbinden tot eenstipte naarkoming derzelve, zo weinigzyn ; te meer om dat zy strekken tot zul-ken gantfche dooding hunner lichaamen,als om te rneeten en voor te Ichryvende allerkleinste deelen van hun voedsel,naauwlyks hen zo veel vergunnende, alsgenoeg is , om niet van honger te ster-ven. Daar is niets dan de eerfucht vaneen grooten naam van volmaaktheid enHeyligheid in deze, en een begeerte vaneen uytmuntender gelukstaat in detoekomende wnereld te verlcrygen, dateenig mensch aanzetten kan, om zulkenrouwe en strenge tucht te ondergaan, alshen voorgeschreven word door de GoFiakkai - en weinige zyn 'er, zelfs onderde beste Geestelyken, die, om een groo-ter aandeel van geluk in de toekomendewaereld te erlangen , bereydwillig zou-den zyn om de allerminste vermaakelyk-heden van dit leven te verzaaken.
Alle menschen, waereldlyke of gees-telyke, die door hun zondig levensge-drag en fnoode daaden zich zelf de ver-maakelykheden den deugdzaamen toebe-reyd, onwaardig hebben gemaakt, wor-.den na hun dood gezonden naar de plaatseder elende , Dsigokf genoemt ; om daaropgesloten en gepynigt te worden, welniet voor eeuwig maar evenwel vooreen zekeren ombepaalden tyd. Gelylcde pleyzieren van de Elizeesehe veldenin trappen verschillen , zo verschillenook de pynen en smetten in deze helscheplaatsen. Het recht vorderde , dat elkeen gestraft wierd , volgens den aardten ’t getal zyner misdaaden , volgens ’tgetal der jaaren dat hy in de waereldheeft geleeft, den staat waar in hy leef-de, en de gelegentheden die hy had omvroom en deugdzaam te zyn. 'Jcmma ofmet een heerlyker Charakter jcmma Ofonder welken eigen naam hy ook be-kent is by de Brahmincn, Siamiten ende Chineescn) is de strenge rechter envry machtige Bevelhebber over dezeplaats der duysternis ende elende. Allede fnoode daaden van ’t menfchdom zynJiem , in alle haare verschrikkelykheiden verfoeyelykheid, openbaar door mid-del van een groot spiegel, voor hem ge-stelt en genaamt, SJofarino Kagamt , ofspiegel van kennisten. De elenden vanarme ongelukkige zielen opgesloten indeze gevankenislen van duysterheid zynniet zo groot en langduurig, of menmag groote ontlasting verwachten vanhet deugdzaam gedrag en de goede wer-ken van haar geslacht, vrienden en be-kenden , die zy nagelaten hebben. Doch
niets is ’er dat zo veel helpt om dit ge-wenfchte oogmerk te bekomen, dan degebeden en de offerhanden der Priestersaan den grooten en goedertierenen At» 1 'da , die door zyn krachtige voorspraakzo veel verwinnen kan, op den bynaonverbiddelyken rechter van deze hel'fche plaats, dat hy hem doe afzien vande strengheid van zyn vonnis, om deongelukkige gevangene zielen met zacht-moedigheid tc handelen , ten minstenzo ver, als het niet onbestaanbaar is metzyn rechtvaardigheid, en met de straf,welke de misdaaden verdienen , en heneindelyk wederom te zenden zo ras alsmogelyk is in de waereld. ^
Wanneer de elendige zielen een ge-noegzaamen tyd in deze duysterniisen zynbewaart geworden om hunne zonden te lo^ifboeten, worden zy uyt krachte van ’tvonnis van Jerntm O te rug gezonden in vde waereld, niet om de lichaamen dermenschen, maar om die van zulke slech-te schepselen, welker aardt en eygenlchap-)en naauwe overeenkomst hebben metïunne voorige zondige neygingen , alsiy voorbeeld in slangen, padden, wor-men, vogelen, vistchen, viervoetige estandere diergelyke , te bezielen. Uyt deslimste dezer allengskens verhuyzende islandere en betere, worden zy eyndelyktoegelaten in der menschen lichaamen tegaan wonnen; door welk middel het inhaar macht is, het zy door een vroomen deugdfaam gedrag, haar zelven waer-dig te maken den ongestoorderi en on-afgebroken staat van gelukzaligheid ,of het zy door een nieuwen voortgangin ondeugden haar zelven bloot te stel-len , om noch eens te ondergaan alle deelenden en gevankenis in een plaats vastplaagen en pynigingen , gevolgt op eennieuwe ongelukkige verhuyzing.
Tot dus ver van de wezendlyke leef- 4stukken van Siaka. „â
Onder de leerlingen van Siaka sproten ^ 1verschelde uytmuntende mannen voort,dewelke zeer veel toebrachten tot devoortplanting van deze leere, en die we-der opgevolgt wierden door andere ins-
f clyks geleerde en ernstige ; in zo ve r >at wy ons niet behoeven te verwonde-ren , dat zyne leere zich binnen een ko rtbestek van tyd uytbreyde tot aan d euytterste einden van het oosten, niette-genstaande alle de moeyelykheden in et fwelke zy te stribbelen hadde. . ^ A^
De voornaamste onder zyne leer W'gen waren Aman ende Kasia , ofhaare volle Tytels Aman Sonsja enKasia Sonsja. Zy verzamelden zyneze spreuken en ’t geene na zyn df^