Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
309
JPEG-Download
 

VAN JAPAN.

Godsdienst, en is zedert aityd onderhou-den. Want eenen hevigen tegenstandv '>ndende, in de voortplanting van zyncLeere,.'door zekeren Noria, beval hy aana "de die zyneu Godsdienst omhelst hadden°ha een gedeelte van hunne hoofden tefcheeren, om daar door onderscheiden tev. r orden van de aanhangers van Moria,insgelyks beval hy dat de mannelykeKinderen het geheele hoofd geschoorenWord, op de wyze hunner Priesters, enUyt kracht dezes hebben zy enkelyk hetVoorrecht van te mogen beedelen.

Tot deze geschoore beedel-stam be-hoort een zekere merkwaardige God-vruchtige orde van jonge Meysjens,Bikuni genoemt, ’t welk zo veel beduyd,sis Nonnen. Zy leven onder de bescher-ming van de Nonnekloosters to t Karna-ktira en Afhrc0,aan welke zy jaarlyks eenZ£ kere somme opbrengen, uyt het geenz y door ’t beedelen winnen , ten teeltenvan de erkenning van haar gezag. Som-mige betalen daar benevens een soort vanschatting aan de Kbumano Tempels totIsje. Haar gewoonlyke wooning is inde nabuurschap van Kbumano , waar vandaan zy ook genoemt worden KbumanonoBikuni, os de Nonnen van Kbumano, totonderscheid van andere GodsdienstigeNonnen. Zy zyn myns oordeels verrede mooyste Meysjens die wy in Japangezien hebben. De Dochters van armeOuders , indien ze mooy en aanminnigzyn, verzoeken en verkrygen lichtelykdit voorrecht om te mogen beedelen inNonnen gewaad , wetende dat schoon-heid een der meeste beweegende en over-tuygende aandoeningen is op de Reyzi-gers, om harr te doen gevoelen de uyt-'verkiêlen hunner Edelmoedigheid. DeJammu'uos , of bcedelende Bergpriestersr van welke hier na breeder) steeleenhunne eige Dochters dikwils in dezeGodsdienstige orde , en zy nemen haare* rouwen uyt deze Biktmi’s. Sommige^ci'Zelver opgevoed zynde in Hoerhuy-stn, en haaren tyd daar hebbende uytge-‘hent, koopen het voorrecht van in dezeGodsdienstige orde te gaan, om in de-Ze Ke het overige van haare jeugd enjehoonheid te verslyten. Zy hoornen methaar tween of drien by malkander , enjpan a }] c dag eenige Mylen af van haarhuyz. Zy zien gemeenlyk uyt op Men-sthen van fatzoen, die in Norimons, inC««g. 0 5 j. of te paard reyzen. Zo ras als zyJmand beipeuren gaan zy daar op los en. dden, doch niet alle by een, maar elkln 't byzonder , doende yder een Heer, en hem lieftalig vleyende , en zin-§ende een boere deuntje : indien hy zeer

V. Boek. V. Hoofdst. 309

I mild en liefdaadig is, zal zy hem eenigeuuren verzeilen, om hem te vermaaken.

Gelyk het aan de eene kant niet blykt,dat zy veel Godsdienstigheid hebben, zoblykt het aan de andere kant ook niet,dat zy onder eenigerley soort van armoe-de leven. Het is wel waar, dat zy haarzelven richten na de regelen van haareorde, door haare hoofden te fcheeren,maar zy dragen zorg dezelve te bedekkenen te omwinden in Mutsen of Hoedenvan zwarte zyde. Zy gaan bekoorlyk enzindelyk gekleed op de manier van degemeene Vrouwlieden , en zy dragenHandschoenen zonder vingers aan haarenarm. Zy dragen ook een grooten Hoedom haare aangezichten te bedekken, de-welke veeltyds besmeert of geblanketzyn , en om zich te schutten voor dehitte der Zon. Zy hebben doorgaans eenSchaapherders stat of schop in haare han-den. Haare stem, gebaarden en uytter-lyk gedrag zyn noch te stout, noch tedartel, noch te zeer befchroomt en ge-maakt, maar vryborstig, aangenaam,enschynend zeedig. Om evenwel haarezeedigheid niet te zeer te verheffen boven’t geen ze verdiend, moet men weeten,dat zy geen zwarigheid maken van 'haa-ren boesem t’eencmaal bloot te leggenvoor het oog der milddaadige Reyzigerszo lang als zy hem gezelschap houden,onder voorwendsel, dar het de gewoon-te is in het Land, en datze voor zo veelik weet, op welken Godsdienstigen wy-ze zy ook mogen geschoren wezen, alzo onbeschaamt en geyl zyn als eenigeHoer in een openbaar Hoerhuys.

Hebbende dus een verhaal gegeven Jammabosvan deze Bikuni, zal het niet oneigen zynmet weinige woorden hier by te. voegeneen andere Godvruchtige beedelorde vande Jammabos , zo als zy doorgaans ge-noemt worden , dat is Bergpriesters , ofliever Jammabus , dat is , Bergzoldaaten ,om dat zy aityd gewapent zyn metZwaarden en Degens. Zy fcheeren hun-ne hoofden niet, en volgen de regels vanden eersten grondlegger van deze orde,die zyn lichaam t’onderbracht door hetopklouteren van steyle hooge Bergen ; tenminsten schikken zy zich na hem in haa-re kleedingk uytterlyk gedrag, en uyt-wendige plechtigheden, want zy zyn zeerver afgeweken van zyn streng levensge-drag. Zy hebben hun Hoofd of Overstevan de orde tot Miaco , aan wien zy ver-plicht zyn, een sckere somme jaarlyks opte brengen , en in vergelding voor de-zelve van hem te verkrygen een hoogerwaardigheid, met het een of ’t ander by-I gevoeat verciersel, waar door Zy onder

Qa Z den