Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
314
JPEG-Download
 

DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

le de Knechts en de Dienaars, gelyk ookde Heeren, die door de Vorsten van deverscheide Provintien , door welke wyreyzen, aan ons afgevaardigt worden omons te verwelkomen, en ons te begeley-den 20 lang als wy op haaien bodemblyven. Op onze reys ter Zee is ’t ge-tal weinig minder, alle de Bootsgezellenen Roeyers daar by ingestoten. Maar ophet laatste gedeelte , in ’t reyzen, overhet groot Eyland Nipon,vm Osacca gaan-de naar Jedo is het merkelyk grooter, enbestaat uyt niet minder dan honderd envystig Persoenen , en zulks om dát deGeschenken en andere Goederen, die vanNagasaki tot Osacca ter Zee gevoert wier-den, nu uyt de Bark moeten worden ge-nomen , en te Land gevoert naar Jedo,door Menfchen en Paarden. Alle onzezwaare Bagagie word gemeenlyk eenigevuren vooruytgezonden, voor dat wy opweg gaan, op dat ze ons geen beletzel zyals mede om de Waarden tydelyk kenniste geven van onze komst.

Dagrey- Onze dagreyzen zyn zeer groot, wantfccn. wy gaan ’s ochtens vroeg op het pad, enuytgezondert een uur tyds voor ons ee-ten, reyzen wy tot ’s' avonds en somtydstot laat in den nacht, afleggende van tientot dertien Japansche Mylen daags. Oponze Zeereys , loopen wy eenige Haavein , en leggen alle nacht ten anker, vor-derende daags op ’t hoogste veertig Ja*pansche Zee-Mylen.

Onze ont- Wy worden beter onthaalt en eerlykerfanging. ontfangen over al op onze reys overKïusju , dan op het groot Eyland Ntpon,en in’t algemeen word ons veel meer be-leeftheid bewezen door de Vreemdelin-gen , ik meene , door de Inboorlingenvan Japan , dan door onze Nagafakiaan-fcbe Reysgezellen en onze eige Knechts,die ons brood eeten en op onze kostenreyzen. Op onzen tocht over het EylandKiusja , worden ons byna dezelve Eereen beleeftheden bewesen. door de Heerenvan de verschelde Landschappen, welkewy doortrekken, die zy bewyzen aan dereyzende Prinsten cn hun gevolg. Dewegen worden geveegt en gezuyvert eerwy ’er komen, en in de Steden en Dor-pen worden de straaten met water be-sprfengt om ’t stof neer te houden, ’t Ge-meene Volk, Arbeiders en Lediggangers,die den Reyzigers zo overlastig en hin-derlyk zyn op den reys over het grootEyland Ni pon, worden van de straat ge-houden , en de Inwoonders van de huy-scn aan weerkanten van de wegen en stra-ten, zien ons voorby reyzen, zittende inde achter vertrekken van hunne huysen,os in ’t voorste gedeelte van ’t huys met

groote achting en diepe stilzwygendheid,knielende achter de schutten.

Alle de Prinsten en Heeren van het j iet j en a»»Eyland Kiusjn , welker Heerschappyen 0 nsg e 'wy door te reyzen hebben , zenden eenvan hunne Edellieden om ons te ver-wellekomen zo ras alswyop haar rechts-gebied komen ; maar gelyk hy in Per-soon ons niet mag jjaanspreeken, verrichthy uyt zyn’s Meesters naam , zynen lastaan den Bugjo of Hoofdbevelhebber overonzen treyn, en aan den Opper-Tolk,ter zelver tyd aanbiedende Menfchen enPaarden die wy mochten noodig hebbenvoor ons en onze bagagie. Insgelyks be-veelt hy vier Knechts te voet te gaannaast yder Nederlander, en twee Heerenvan aanzien aan zyn Hof, gekleedt inZwarte Zyde met een staf in de handen,om voor den geheelen treyn te gaan. Opdeze wyze leyden zy ons door hun Mee-sters Gebied, en wanneer wy aan degrensten deszelfs gekomen zyn, wordenonze Japoneesche medgezellen op de reysdoor haar onthaalt met Sacki en Sokana,waar na zy hun afscheid nemen. Totonze overtocht van de Haavens van Omu-ra en Simabara leenen de Heeren van de-ze twee plaatsen, aan ons hunne eige pley-zierjachten met hunne eige Roeyers, be-halven dit voorzien zy ons met overvloedvan Levensmiddelen, zonder het minstegeschenk zelfs voor hun beleeft en vrin-delyk onthaal in vergelding te willenaanneemen ; en niettemin bedienen zichonze diefsehe Tolken altyd van deze ge-legentheid, stellende dit Artykel op onzerekening , als of wy werkelyk die kos-ten hadden gedaan , en zy steeleen hetgeld in hunne zakken. Op onze gant-lclie reys over Saikokf , van Nagasaki totKokuru , bewyst yder een die ons ont-moet , die eer en achting, dewelke alleenden Vorsten en Prinsten van het Landtoekomt. Byzondere Reyzigers het zyte voet of het zy te paard, moeten uytden weg gaan , en zich bloods hoofdszeer laag buygende in ’t naast aangelegeveld wachten, tot dat onze geheele treynverby is. JDe geene die ons deze achtingniet vrywilliglyk en uyt zich zelf willenbewyzen , worden daar toe gedwongendoor de twee bovengemelde Heeren dievoor onzen treyn gaan en ons geleyden-De Boeren en de gemeene Voetgangers,in ’t gemeen gesproken, zyn zo beleest,dat zy van den weg in ’t bygelege veldgaan, eer zy daar toe gevergt worden,en wachten daar bloods hoofds en byn aplat tegen de aarde uytgestrekt, tot datwy voorbygegaan zyn : Ik heb eenig eBoeren gezien, die zich niet alleen