Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
315
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V. Boek. VI. Hoofdst.

öeii weg begaven , maar ons den rugtoekeerden , als niet waardig zynde om°ns aan te zien, welke zelve achting ge-toont word in Stam aan de Vrouwen vans Konings Sarrail,e nwaarlyk byna overa l door alle de Oostindien aan Peribo-ne n van hoogen rang. In Japan is hett grootste teken van beleeftheid, welketen Inboorling ons bcwyzen kan, of hetis uyt achting voor dc Opper-MajesteitVan het Ryk, om wien te zien wy heenveyzen, of gelyk onze Tolken ons gaarnbilden diets maken , üyt achtig voorden Bugjo , als verbeeldende het gezagVan de Keyzerlyke Gouverneurs vanNagasaki. Het zy zo \ wil, dit is 'erVan , dat geene of stechs weinige vandeze openbaare eere tekenen en achtinga an ons bewescn wierden op onze reys°ver het groot Eyland N/pan.

Wat verder belangt ons gemak op den^ e g, wy worden voor ons geld geriefta, s men zou kunnen begeeren ten aanzienvan ons en onze bagagie te voeren, aan-gaande het getal van Paarden en Men-leken , daar toe bezorgt, en omtrent deHerbergen , huysvestmg , eeten en op-pastlng. Maar zo wy aan de andere kantoverwegen de weinige vryheid, hebbenwy maar al te veel reden om te klagen.Want wy worden in zekere opzichtengehandelt als gevangenen , berooft vanalle vryheid, uytgenomen dat wy vanonze Paarden of uyt onze Cangos hetvrye uytzicht hebben over het Land, ’twélk zy. ons onmogelyk kunnen weige-ren. Zo ras als een Nederlander van zynPaard stapt (’t welk zeer qualyk wordgenomen , ten zy de nood hem dringt )olyst hy, die voor onzen treyn ryd, staan,de geheele treyn die hem volgt houdsthielyk stil , wanneer de Bof en en deWee Schouten moeten afstygen van hun-Paarden , om naauw op hem te pas-: Ja zelf bewaren zy ons zo naauw,Zy ons niet willen laten alleen gaan,ö aar wy ons gevoeg moeten doen. Deof Hoofdbevelhebber van onsentre yn bestudeerd dag en nacht niet alleen■tyne ordres en bevelen, maar de Dagre-S'fters van twee of drie voorgaande rey-* en , Op dat hy irt ’t minste stipje niet[st°cht te kort schieten in zyne waak-aa mheid en voorzorg , en naauwkeurigvol gen van stap tot stap de daaden enindelingen van zyne Voorzaten. HetW ,r d gehouden voor de overtuygensteWyk van zyne getrouwigheid en goed? cdra g dezelve noch te boven te gaan.

sommige zelfvan deze Botterikken zyn*° styfhoofdig , dat ’er niets is , welk°eval het ook zyn moet, dat hen zou' ° en gaan in andere Herbergen, dan in

die, in welke wy ’t jaar te vooren ge-weest zyn, al zouden wy alleen om dezereden gedwongen worden in het aller-ergste weer, en met het grootste onge-mak , ja zelf met het uyterste gevaar van-ons leven tot diep in den nacht te rey-zen.

Wy gaan in dezelve Herbergen, waarin de Prinstèn en Heeren van’t Land wygaan»gaan, die naar’t Keyzers Hof reyzen,dat is in de beste op alle plaatsen. DeK amers zyn op dien tyd behangen metde kleur en wapens van de Nederland-sche Oost-Indische Maatschappy, en ditom reden, om aan de buuren bekent temaken door de lieverey , wie het zyndie daar huysvesten, gelyk het de ge-woonte is in het Land. Wy gaan altydin dezelve Herbergen , met dit onder-scheid alleen , dat op onze te rug reysvan Jedo , wy ’s nachts slaapen,daar wyin onze heenreys ’t middagmaal hielden,om door dit middel even gelyk te deelende moeyte , die de Herbergiers onzent-halven doen moeten, welke veel grooteris des avonds dan ’s middags omtrent heteeten : W y nemen altyd onzen intrek inde achterkamers van het Huys, welke dePleyzierigste zyn van wegen het gezichtop de fraaye Tuynen. Ze worden ookvoor de beste gehouden , om dat ze ’tverste, afgelegen zyn van het gewoel engeraas van de straat en in .’t voorhuys.

De Waard onderhoud dezelve Costu- , ** oemen by onze aankomst, gelyk hy doed fangenenop de aannadering van de Prinsten en onthaaltHeeren van ’t Ryk. Hy komt uyt de wor(ien *Stad óf ’t Dorp ons in ’t veld te gemoet,

Zynde gekleed in een Camisimo of bestenkleed met een kort Houwertje steekendeop zyn gordel. In dit gewaad spreekt hyeen yder van ons aan , met een laagebuyging , den welke voor de Norimonsvan den Bugjo en van onzen Rejident zodiep is, dat hy met zyne handen en by-na met zyn voorhoofd ter aarde komt.

Als hy dit gedaan heeft, spoed hy zichhaastig mar h'uys , alwaar hy ons aanderij ingang wederom op dezelve wyze,voor de tweedemaal verwelkomt.

Zo dra zyrt wy niet aan de Herberggekomen , of onze Wachters brengenons aanstonds dwars door het Huys naaronze vertrekken. Wy zyn waarlyk hierover niet qualyk te.vreeden, nadien hetgetal der toekykers, en de dartele,spot-achtige Kinderen , maar bóven dien enVoor al de vermoeidheden van een lastigereys ons hoe eerder hoe liever doen haa-ken naar onze rust. Anders worden wygelyk als opgesloten, hebbende geen an-dere vryheid , dan te wandelen in denkleinen , doch fraayen Hof, die achterR r 1 het