Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
317
JPEG-Download
 

VAN JAPAN

2 o zeer omzichtig doed zyn ,is de grooteverwoesting , die de brand in dit Landmaakt, daar de huyscn geheel van hout2 yn gebouwt.

De Japoneeiên reyzende , gaan drie-maal ’s daags aan Tafel, behalven ’t geenZy tuslehen tyden eeten. Zy beginnen’s ochtens vroeg en voor ’t krieken vanden dageraat, ten minsten voor 'zy opreys gaan, met een schoon groot ontbyt;dan volgt de maaltyd des middags, enden dag word besloten met een rykelyken overvloedig avondmaal des avonds.Haare Tafel word gedekt, en hunneSpys vaardig gemaakt naar de maniervan ’t Land, welken ik op een andereplaats beschreven heb. Het verbondenzynde met de Kaart te ipeelen, zitten zyna de maaltyd te drinken , en zingeneenige deuntjens, om elkander te vervro-]lyken, of Zy geven eenige raadsels uyt,°f fpeelen eenig ander spelletje, en die ’tmadscl niet kan uytleggen of het spelverliest, is verplicht om een glas wynte drinken. Het gaat ’er wederom geheelanders toe met ons in dezen opzichte,want wy zitten aan Tascl en eeten onzeSpys zeer gerustelyk. Ons Tafellakenword geipreyd en de Schotelen bereydop de Europische wyze, doch door ja-pansche Koks. Daar benevens wordenwy door den Waard beschonken elk meteene Schotel. "Wy drinken Europischewyn, en het rystbier van het Land, heetgemaakt. Alle onze verlustiging by dagis bepaalt binnen den omtrek van denkleinen Hof, die achter het hüys is, endes avonds in het Bad , als wy daar inlust hebben. Geen ander pleyzier wordons vergunt, noch eenige omgang metde Dienstboden , het zy Knechts ofMeyden, uytgezondert dat door de oog-luyking van onze Opzichters , den eenof den ander middel mocht vinden, omoen Meysje des avonds in ’t geheym inZyn Kamer te krygen en den nacht met[V , haar door te brengen. !

Als alles gereed is om op reys te gaan, '' v °rd de Waard ingeroepen , en onzeResident betaalt hem, in ’t byzyn der tweeTolken, zyne reekening in Goud, leggende°P een klein bortje. Hy nadert in een kruy-P e nde gestalte knielende en houdende zy-

handen om laag tot aan de vloer, enWanneer hy de Tafel bereykt, waarophet g e ld legt i buygt hy zich met zynVoorhoofd byna ter aarde toe, ten tekenvan onderdaanigheid en dankbaarheid,te gelyk met een diepen uytgehaalden^detn uyttende het woord ab , ah , ah !door ’t welk de mindere in dit Landhunne achting en eerbied voor hunne

'neerderen bewyzen. Dan maakt hy zich

V. Boek VI. Höoêdst-. 317

gereed om het zelfde Compliment aande Nederlanders te maken , doch deTolken verfchoonen hem doorgaans vandie moeyte, en laten hem in de zelvekruypende gestalte weder heen gaan. Aanyder Waard betaalt men twee Cobangsvoor ’t middagmaal, en drie vóór hetavondeeten en voor de huysvesting bynacht. Voor dit geld moet hy genoeg-zaame spys en drank bezorgen voor onzegeheelen treyn , de Paarden en de geenedie op dezelve pasten, alleenlyk uytge-zondert. Het zelve word betaalt aan deWaarden in de Steden , daar wy eenigedagen stil blyven, gelyk tot Oficca , Mia-'co, en Jcrfo , te weten vyf Cobangs daags,zonder eenige grooter vergelding, waar-lyk een kleinigheid, ten aanzien van hetandere dat wy noodig hebben, en dub-beld moeten betalen. De reden,dat wyzo goedkoop gehandelt worden omtrentonze spys en huysvesting,is,om dat dezesomme overeengekomen en vastgesteltwas met onze Waarden over een zeergeruymen tyds, wanneer ons gevolg inver na zo groot niet was dan nu. DeWaarden op Saikaido in onzen reys vanNagajaki naar Kokura hebben Hechts eenkleinigheid , by wegen van vergeldingvoor de moeyte die wy hen aandoen;want onze eige Koks dragen zorg omzich te .voorzien van ’t geen vereischtword voor onze Tascl. Het is de ge-woonte in dit Land, welke wy ook inacht nemen, dat de Gasten , eer zy deHerberg vçr laten,hunne Dienstknechtenbeveelen de Kamer, waar in zy gehuys- 1

vest hebben , te veegen, om geen vuy-ligheid noch leelyke stof na zich te la-ten.

Van dit redelyk gedrag der Waarden Beleeftheidjegens ons mag de l ezer oordeelen en derln-afmeeten van de beleeftheid van de ge-heele Natie in ’t algemeen, uytgezon- bdert onze eige Officieren en Dienstknech-ten, en de Medgezellen op onze reys.

Ik moet bekennen dat in de bezoeken diewy deeden of ontfingen op onze tocht,wy een grooter beleeftheid ontmoete-den , dan men mogelyk van eenige derbeschaafste Natiën kan verwachten. Hetgedrag der Japoneescn van een gering-sten Boer af tot den grootsten Prins ofHeer toe, is zodanig, dat het gantscheRyk met recht mag genoemt wordeneen School van beleeftheid, en goedemanieren. Zy hebben zo veel verstanden aangeboore nieuwsgierigheid, dat byal dien hen niet volslaage geweigerd wierdeen vryen en openbaaren omgang en ge-meenfaamheid met de Vreemdelingen,zyj hen ontfangen zouden met de uytter-ste vrindelykheid en pleyzier. In fom-Rr 3 mige