Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
361
JPEG-Download
 

VAN J AP A N.

by sommige Sumpu , by andere FutsjuWord genaamt naardeszelss Kasteel,dochdoorgaans Suruga naar den mam van ’tLandsohap. Het is een open Stad, heb-bende noch Wallen noch Poorten. DeStraaten zyn regulier en breed, elkanderoverdwarilênde of recht kruyswysc overden anderen loopende. De Huyicn zynlaag , doch de gantfche Stad is vol vanWel voorziene Winkels. Men maakt enverkoopt hier tot een redelyke prys, Pa-piere Stoiïèn, aardiglyk gebloemt en ver-fcheide gckleurt -.voor Kleederen, Hoe-den, Mandjens, Doosen, en andere din-gen geestig gevlochten van gespletenriet, gelyk ook alle soorten van verlakteWaaren. Hier is ook eene Munt zo v/elals tot Jedo en tot Miaco, daar zy Cobangsmunten , zynde platte ovaale goude stuk-ken j yder omtrent vyf Ducaaten waar-dig, als mede Itzebos langwerpige vier-kante goude stukken van twee Dukaatenen een half. Het Kasteel legt aan deNoord-Oostzyde van de Stad. Het is eenvierkant gebouw, wel versterkt metGrachten en hooge hardsteene Muuren.Over weinige jaaren is deszelfs prachtigeTooren door brand verteert, ’t welkmen zegt toegekomen te zyn door duyvedrek , die daar op de bovenste verdie-ping van den Tooren zedert eenige jaa-ren vergadert was, en eindelyk door dehitte der Duyven in ’t uytbroëyen vanhaare jongen, vuur gevat en dit heerlykGebouw tot den grond toe in de aflchegelegt had. Men zegt dat diergelyk toe-val dikwils in dit Land gebeurt is, omwelke reden zy nu de vlieringen vanhunne Huyfen , en de bovenste verdie-pingen van de Toorens iluyten, om teverhinderen' dat de Duyven daar in ko-men nestelen. Des Keyzers ouder Broe-der Tejitonani tegen hem verraad gesmeedhebbende, wierd in dit Kasteel opgesto-ten, alwaar hy na eene langduurige ge-vangenis zich zelf van kant maakte, zy-nen buyk openrytende. Hy was eennatuurlyke Zoon van den Keyzer Gmju ,die tot Suruga zyn Hof hield , en hemHeer van die Provintie maakte. DeJeugd op deze plaats scheen wel opge-voed , en beter gemaniert, dan ergens el-ders , nadien wy in ’t doortrekken onsniet hoorden naichreuwen, 5 foofin Baibai.Om van ’t eene eind aan het ander ter yden heeft men een uur werks. Drieicsjj. öiylen van Suruga quamen wy aan eenII klein Dorp Jesmi of Jeseri , \ welkniets heeft om zich schoon voor tedoen, dan de aangename gelegentheidleggende niet ver van de Baay Totomina.

. Het zal niet qualyk voegen hier ter plaat-

V. Boek. XI. Hóofdst. 3ét

fé aan te tekenen, dat de meeste Baay envan dit Land haare eige naatnen hebben.

Het Dorp Jejira bestaat uyt eene onge-regelde straat , langs welke eenige hon-derden''slechte hutten zyn gebouwt. Doorhet zelve loopt een diepe Rivier. Eengroote menigte van byfonder soort vanhout, zo hard als yzer , ’t welk na ditDorp word genoemt JeJerihout wordlangs deze Rivier naar de Zeekant, envan daar door geheel Japan vervoert.

Niet ver van deze plaats is eene Haa-ve , in welke bewaart worden sommigeKéyzerlyke Oorlogschepen, zo ze andersverdienen dat men ze dus noemt, zyndeniets anders dan Sloepen van den eerstenrang, gebouwt ter beschermingen gevalvan nood, van de Zeeboesem van Toto-mina. Een weinig verder tegen over legtop een hoogen berg de vermaarde SterkteKuno of Kano, welke door de japoncesen sterktegeschat word als onwinbaar , en die in Kuno.oude tyden is gebouwt geworden om deKeyzerlyke Schatten in ’t zelve veylig tebe waaren. Doch deze gewoonte ss ze-dert weinige járen afgefchast, nadien deregeerende Keyzers in deze tyden lieverhunne schatten bewaaren in haare. eigeHoofdstad en Wooning tot Jedo , al waai'zy zelf het oog daarover kunnen hebbenen zich van dezelve bedienen in tyd vannood. In dien berg zyn ook eenige gou-de en zilver mynendoch worden tegen-woordig niet bewerkt. Dezen dag reys-den wy door een vlak , welbewoond enbebouwt Land, behalven alleen twee.mylen over eenige bergen. Wy sliepentot Jeseri , zynde aldaar eenige goedeHerbergen, schoon de overige Huyfenniet dan geringe slechte gebouwen waren.

Wat my in’t byzonder belangt, ik merk-te dezen dag verschelde ongemeene plan-ten langs den weg , en sommige geënteBoomen , dragende groote Bloemen, inde Hoven achter onze Herbergen j behal-ven noch veele andere raarigheden, wel-ker beschryving ik uytstelle tot nadergelegentheid. Den geheelen weg langs,inzonderheid omtrent Suruga , ontmoete-den wy verscheidenerley soorten vanBee-delaars, onder andere, gelyk dikwilsyoorheenen , Bikunis , of jonge Beedel-Nonnen,den Reyzigers vermakende metzingen ; Jammabus of Bergpriesters , deReyzigers aanvallende met lange aanipra-ken, en na het eindigen van dezelve eenvreeflèlyk geluyd makende, en blaafendeop een Trompet gemaakt vaneen schulp;

Jonge Jammabus Zoonen der ouden,zeldíàam gekleed , die korte aanfpraakeiï •deeden in navolging hunner Vaderen, terzelver tyd ratelende met haare stokken,

Zz rond