Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
362
JPEG-Download
 

à DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

rondom behangen met yzere ringen.Ookontmoeteden wv eenige weinige Pelgrimsnaar Isje gaande , en onder andere, eenzonderlinge blyk van bygeloovige God-vrucht, was 'er een kleine Jongen, dieopging om die heylige plaats te bezoe-ken , dewelke gevraagt zyndc, van wel-ke plaats hy quam, antwoorde, van eenDorp ist de Provintie Osju , tachentigJapansche mylen van Jedo.

Op Zaterdag den i o Maart gingen wyweer op reys voor Zonnen opgang, enquamen des voormiddags tot ‘Joflyivarazeven en een halve myl. ’s Namiddagsleyden wy af vyf mylen, en bereyktenMifyma. Anderhalf uur van JeJèri qua-Kyomitï men ' v y tot Ky om ' ltz » ecn kleine Stad‘ Van omtrent zoo huysen , gelegen aanden voet van een berg , op welke zeerveele Denneboomefí groeyen. Deze Stadniet ver van Zee gelegen zynde, zo ma-ken de Inwoortders redelyk goed zoutuyt het zand aan het strand , na dat zyverscheidemaalen Zeewater over het zel-ve hebben uytgestort. Dezelve han-del word gedreven in verschelde nabuu-fige Dorpen , langs de Kusten tot aanCambura , zynde het Land daar weinigbebouwt,en de meeste Inwoonders hun-ne levensmiddelen winnende door zoutte kooken. Tot Kyomitz maakt men ookPlaaster, een vermaarde Plaaster, van welke hetvoornaamste bykomend middel is de harstvan de Denneboomen óp den voornoem-deri berg groeyende. Zy verknopen diein kleine stukken opgewonden in schors-scrï van Zoomen of in bladen van Riet.Van de Stad af loopt een steene trap denBerg op naar den Tempel Khomisyra ,beroemt door verschelde fabelachtige ge-íchiedenistèn , die men zegt dat daar om-trent gebeurt zyn, maar veel meer te ver-wonderen over deszelri schoone gelegent-heid. Eer ik verder gaa , kan ik nietnalaten te zeggen, dat in de voornaamsteStraat, door welke wy rceden , negenof tiert ichoone Huyscn of Winkels wa-ren gebouwt, voor welke yder,een, twee,oí drie Jongens van tien tot twaalf jaarenoud, zaten , zeer wel gekleed, met ge-blankette aangezichten , en vrouwelykegebaarden', die daar wierden gehoudendoor hunne ontuchtige en wreede Mee-sters, tot geheim pleyzier en onthaal vanryke Reyzigers , zynde dc Japoneeiènganfeh zeer genegen tot deze snoodheid.Evenwel, om de uytterlyke betaamelyk-heid te houden, en op dat de deugzaamcïtnies mochten geërgert worden, noch de* onkundigen en armen zich ondernemenmet deze aan íe leggen , zo zitten zy daarquanswys om de gemelde Plaaster aan de

Reyzigers te verkooperi. Onze Bugjo,of Opperbevelhebber van onzen Treyn,wiens gemaakte staatigheid en majestueus-heid hem nooit toelieten uyt zyn Nori-mon te gaan, voor dat wy aan onze Her-bergen quamen, kon zich niet weerhou-den, of hy moest hier ter plaats uytstap-pen , om een half uurtje in gezelschapvan deze jongens door te brengen; mid-lerwyl namen wy de gelegentheid waarvan door de Stad te gaan,en aan te mer-ken, al wat ons merkwaardigs voorquam.

Eer wy verder gaan, moest ik niet ver-geten te zeggen , dat in een Bosch, eerwy aan deze plaats quamen, wy daar aande weg een klein plankje vonden opge-hangen , om aan de Reyzigers tè verwit-tigen ; Dat dichte by , op een omtraaiydéplaats , lag bet Lyk ván een Persoon , die opzyn te rugkonst van Isje , zich zelf bad op -gehangen , en dat ymand die hem kende ofmiste , hem zich kon toeeygenen en vieghaá-len. Die van ons. gevolg die te paardwaren, namen tot Okitz , Cangos , ten ein-de om eerst overgebragt te worden dooreen snelloopende Rivier, en naderhandte worden gedragen over de gebergten»fattai naar het Dorp Ju , of Jumatz, al-waar wy eene tweede breede, doch on-diepe Rivier door te waaden hadden. Deweg langs de Kusten weggespoeld zynde,vonden wy den opgang van dezen Bergzeer steil en moeyelyk, en niet ongelyitaan een Wenteltrap. Tot Jumatz namenwy versche Paarden, en anderhalf uurgereeden hebbendequamen wy aan ’tgroote Dorp of liever Stad Cambara.Hier verlieten wy de Kusten van dezeGolf voor cenigen tyd, schoon ze eenigemylen verder oploopen naar het Oosten,en zcdeit twee dagen Noord-Oost ge-reyst hebbende, wenden wy orts nu naai*het Noorden,naar de groote Rivier Fud-stkavia. Na anderhalf uur rydens quamen y/t-wy aan het groote Dorp Iwabutz , de ee-nigste plaats daar deze gevaarlyke erfsnelle Rivier bereysbaar is. Ze komt afvan den hoogen berg Fudfi of Ftst, díevolle zeven Japansche mylen ten Noord-oosten van daar legt , en in ’t afloopt' 0verschelde kleindere en beekjens omrin-gen hebbende , die voortkomen uyt debygelegene laager bergen en heuvelen »valtze neer meteen groot geweld en snel-heid , en ontlast zich zelf in den boerin 1Van Totomina. Ze is zeer breed, doch nk £van gelykelyk diep. Zy scheid zich iiltwee afgezonderde stroomen, staande t° s 'schenj beide uyt omtrent haar mid^ 0 ’een groote plek Lands , gelyk eenland, op het Welle zy sommige Wink e _hebben gebouwt. Den eersten *