V A N J A P A N.
aan haar te vertoonen, doch niets vanons konden verwerven, uytgezondert al-leen een kort dansje, aan ’t Huys vanBeng o , (die zelf t’huys gekomen was)en eeü deuntje van elk onzer aan ’t HuysVan den jongden Raadsheer van Staat,die in ’t noorder gedeelte van het Kasteelwoonde. Toen keerden wy weder naaronze Canges en Paarden, en buyten hetKasteel gekomen zynde door de Noor-derpoort, gingen wy te rug langs eenenanderen weg naar onze Herberg ; aanonze linkerhand merkten wy dat 'er ster-ke muurert waren en op verscheide plaat-sen grachten. Het was toen net zes uu-ren des avonds toen wy, hertelyk ver-moeid, t’huys quamen.
Op Vrydag den dertigsten Maart roe-den wy weder vroegtyds’s morgens uyt,om noch sómmige bezoeken af te leggen»De Geschenken wierden door onze Ja-panfche Klerken voor uyt gezonden, diebezorgden, dat ze in goede order naar degewoonte van ’t Land op planken lagen.Aan den ingang van ’t Huys wierden wyontfangert , door een of twee van deVoornaamste dienstboden, ert begeleyd inhet vertrek , daar wy ons gehoor zoudenhebben. De vertrekken rondsom de Ge-hoorzaal * waren over al opgepropt mettoekylcers. Zo ras als wy gezeten waren,Wierden wy onthaalt op Thee en Tabak*Toen trad de Hofmeester binnen, os an-ders de Secretaris, alleen of met een an-der Heer vergezelt, om ons welkom teheeten,en onze plichtbetuygingen inzyn.’s Meesters naam te ontfangen. _ De ver-trekken waren over al zo gericht, datwy ónze aangezichten moesten keefen naarde Mevrouwen , door welke Wy zeeredelmoediglyk eri beleefdelyk onthaaltwierden met koeken est andere soortenvan banket. Wy leyden dezen dag onsbezoek af by de twee Stadsvoogden vanJetìoj by de drie Geestelyke Rechters jest by de twee Gevolmachtigden tot debuytestlandfche zaaken,die slaby een mylVer van elkander woonden , de eeste isthet Zuyd-Westen en de andere in ’tNoord -Ooster gedeelte Van het Kasteel»Deze beide beleyden zich te zyn de by*Rondere Voorstanders of Patroonen derNederlanders , en ontfingen ons vervol-gens met groote pracht en heerlykheid»De straat was bezet met twintig gewa-pende Mannen, die met hunne langestokken, die zy aan de eene zyde hiel-den, een zeef schoone parade maakten,behalven dat zy ook dienden om ’t ge-drang van ’t volk tegen te houden, dathet ons met te zeef verhinderde. Aanden ingang van ’t huys wierden wy om- j
V. Boek. XII. HoOfdsï. 383
fingen en binnen geleyd tei-jgchoof byitìeven eens als by de andere Heeren, uyt-gezondert dat wy dieper in de Palleysenwierden gebracht, en in het binnenstevertrek, voorbedachtelyk op dat wy nietZouden vermoeit worden door de me-nigten van vreemde toekykefs, ert meervryheid hebben, gelyk ook de Mevrou-wen, die genodigt waren by deze plech-tigheid. Tegen over ons in de Gehoor-zaal waren houte traalyen in plaats vanschuttert, ter lengte van meer dan tweematten , achter welke veele VrouwenVan des Gevolmachtigdens eige Familie, enderzelver Vrienden en bekenden zaten,dat ’er geen plaats open was. Wy haddenons naauwlyks neergezet, wanneer Zévenknechts wel gekleed , alle op een fy,in de Kamer quamen, en ons Pypen enTabak , met de gewoonlyke toestel omte roolten zaambrachten. Kort daar nabrachten zy binnen eestig gebak op ver-lakte borden gelegt, toen eenige gefruytéVisch,alles op dezelve wyze en door hetzelve getal van Dienaaren, en altyd maareen stuk in een kleine schotel , toen eertpaar eyeren , het eene gebakken, en hetandere gekookt en gefchilt en een glasoude sterke Sacki tustchen beide staande.Op deze wyze wierden wy anderhalf uufonthaalt, wanneer Zy ons verzochten eertdeuntje te zingen ert te dansten, het eer-ste weigerde wy , maar wy vóldeederthaaf in het tweede. In het huys van deneersten Gevolmachtigden wierd een drankgemaakt Van zoete Pruymen,en ons aan-geboden in plaats van Brandewyn. In hethuys van den tweeden, wierden wy eerstvoor af beschonken met Mange brood, ineen bruyne vocht, koud , met eenigMostertzaat en Radyzen om den randvan de schotel gelegt, en op ’t laatst meteenige gekonfyte orangeschillen ’t welkeen gerecht is, dat alleenlyk gegevenword by buytenge woóne gelegentheden,ten teken van geluk, ed goede genegent-heid. Toen dronken wy een weinigThee, en ons afscheid genomen hebben-de, keerden wy naar onze Herberg, al-waaf wy ten vys uuren des avonds aan-quamen.
Op den eenendertigsten reeden wy tentien uuren ’s morgens naar de huylen vande dfie Gouverneurs van Nagasaki , vanwelke twee afwezig en in haare Regee-ringsplaats waren. Wy beschonken henyder by deze gelegentlleid met een FlesWyn Tint, hebbende zy reçds haare an-dere geschenken tot Nagasaki ontfangen.Jüyst aan den ingang van het huys wiel-den wy ontfangen door Sim Carni. Hywas verzeil door een talryk gevolg, en
Beide
Aan deStadsvoog-den vanNagasaki»