Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
389
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V. Boek. XIII. Hoofdst. 389

of Kosarei , van daar door een bosch totSakaramatz, alwaar wy een Kasteel za-gen , behoorende aan den Prins vanOïvari , die ook Heer is van het boven-genoemde Eylandt. Toen quamen wyaan een brug van tachtig schreeden lang,dewelke ons bracht tot Koo , of Goy , eenplaats vermaard van wegen het groot ge-tal van openbaare Hoerhuysen, zyndedaar naauwlyks eeneHerbergier, die de-zen handel niet dryft. In den avonstondquamen wy tot Akafaka, alwaar wy diennacht sliepen. De Huyscn tot AkafakaZyn ver de grootste van alle die wy oponze reys naar Jedo, ja zelf die in dezeHoofdstad niet uytgefloten, gezien had-den. De Herbergen hier mogen metrecht al zo wel genoemt worden, Hoer-huysen, als die te Goy.

Op den twaalfden zetteden wy onzereys voort van Akafaka , ’t welk wy be-vonden te bestaan uyt omtrent twee hon-derd huyscn, en quamen ras aan hetDorp Kosoi van honderd en vyftig huy-sen. Te Kosoi worden mooye gebreidebeursen verkocht, aan de linkerhand van. deze plaats is een zeer vermaarde Tempel,

waar in men zegt, dat Taicofama de eerstevolstrekte waereldlyke Keyzer van Japanbotheid z y ne àdien heeft voortgezet. Zo veela ’ is waar, dat deze groote Keyzer, die vaneen zeer geringe afkomst was, by eenenboer in dit eige Dorp diende, die hem tewerk stelde in hout te hakken en tedragen, maar dat hy, zulken zwaaien enmoeyelyken dienst ras moede wordende,na het zeggen van sommige, zynen Mee-ster ontliep, doch volgens het zeggen vanandere, eerlyk ontslagen werd door zy-nt-n Meester, en aangepreesen ín den dienstvan een nabuurig Heer. Derhalven ishet alleenlyk om de geringheid van zyneeerste levensgevallen te verbergen, datmen zegt, dat hy opgevoed was in dezeplaats, en onderweesen in alle kunsten enwetenschappen, een man van- groote af-komst betaamende: van daar quamen wyaan het Dorp Samanka , toen reyzendedoor de, Stad Fydska of Fusikava van om-trent twee honderd vyftig huyzen - envan daar door het Dorp Sonda of Seoda ,toen over een brug van honderd en veer-tig treden lang , en van hier door hetDorp Sinusku , quamen wy aan de StadOka/aki , alwaar wy ’t middagmaal hiel-den in een zeer fraaye Herberg, in devoorsteden, hoewel het noch geen mid-dag was. De reden waarom wy Zovroeg aten, was om dat wy hadden ge-hoort, dat een van des Keyzers Raaden

van staate, die op zyne te rug reys vanM 'meo naar Jedo v/as, voorgenomen had te

ceten tot Ffynu , de plaats, daar wy ge-meen] yk de maakyd hielden. Maar juistterwyl wy te Okafakt aten, quamen zynKok en sommige van zyn gevolg i n dieeige Herberg, om de maaltyd voor hunMeesters te bereiden. Dit deed ons,onsvertrek van daar verhaasten, dus teegenwy aanstonds op her pad, en de grootsteRivier, welke wy tot noch toe ontmoethadden overgetrokken zynde over eenbrug van vier honderd en achtentwintigtreden, quamen wy aan het Dorp Jasagï.Dit Dorp legt aan den ingang van eenvlakte, die omtrent drie mylen voort-loopt , en eindigt aan een reeks bergen,die het land aan de rechtehand inloopen,maar naar de linkerhand afdraajen naar dcZee. In deze vlakte wierden wy ontmoet,door Abino Bongo Sama , eerste Raadsheervan staat. Zyne voorwacht bestond uytniet meer dan honderd mannen, dochzyn gevolg meer dan uyt zes honderd.Eenige weinige Piekdragers en andere,dragende verscheidene soorten van Wa-penen, gingen voor zyne Norimon , zoals ook deeden elf mannen in het zwartgekleeds. Hy zat in zyn Norimon. Uyteerbied stcegen wy van onze Paarden, enzonden onzen Tolk om hem te begroe-ten, waar voor hy ons bedankte, zeerbeleefdelyk zyn hoofd buygende, en ge-lyk hy geen tyd had om zyn Norimon telaten stil staan , zond hy eenen van zyngevolg, een braaf lustig man van omtrentveertig jaaren, ons achter na, om onswederom te begroeten. Eenige weinigemet pieken en Wapenen, volgden aan-stonds na zyne Norimon , en deze wierdengevolgt door twee handpaarden, en som-mige andere Norimons, met een bequaamgetal Piek en Wapendragers voor enachter dezelve gaande, de treyn wierdbesloten door twaalf mannen te Paard, zoveele Norimons verzeilende. Toen trok-ken wy langs eenen hoogen berg, die nochmet Sneeuw was bedekt, en weinig daarna quamen wy tot Kfojamma een plaatsvan omtrent twee honderd of twee hon-derd en vyftig huyfen ; van daar aan hetDorp van Ofammatsjei , alwaar wy eestweinig vertoefden om onze paarden tevoederen ; daar na over een boschachtigevlakte reyZende, quamen wy tot Tfiriu ,een plaats van omtrent honderd en vyftighuyfen. Op dit dorp is een groot huys,om de Prinsièn van het Ryk wanner zynaar of van het Hofreyzente huysvesten ;van Ffiriu quamen wy tot Imauuka of/-mogava , een dorp van honderd huyscn,van welke veele bierhuysen zyn. Vandaar door twee dorpen en langs twee heu-velen en door sommige boslchen trekken-• Ccc 3 de,

Onitioeteeen derRaadenstaate.