Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
391
JPEG-Download
 

VAM JAPAN. V. Boek. XIII. Hoofdsï; 391

Wy een ander reyzenden treyn ontmoete-den , bestaande uyt meer dan vyftig man-nen ; van daar quamen wy aan het DorpWada oïWanda , van hier door twee bostschen aan de Stad van Kamma Jamma.Komma Jamma is een groote en ichooneStad, gebouwt óp twee verheve heuve-len, met een kleine valley tusschen beideloopende. Het Kasteel stond aan de rech-terhand , zynde deslèlfs -muureri engrachten vast gehegt aan de Straaten vande Stad. De straaten zyn zeer cngeregeltvan wegen de ongelyke Grondt , opwelke zy gebouwt zyn. De Stad is om-ringt met sterke Poorten en munten. Zyschynt te bestaan uyt omtrent twee duy-zend . buysen , de Gebouwen der tweeVoorsteden niet daar onder begrepen.Van hier quamen wy na een uur rydertsover een gelyke en zeer goeden weg aanhet Dorp Sekidsjo , alwaar wy de Inwoo-ners yverig in de weer vonden met het af-snyden van fakkels uyt Bambous , dezelvein hunne winkels voorzettende, en de-zelve den Reyzigers, met veel overlast,te koop veylende. Deze plaats had verde beste en schoonste Herbergen van ee-nige, daar wy tot noch toe geweest wa-ren , en telt omtrent zes honderd huyienbinnen zyn omtrek. Wy bleven hier eenweinig 4 en toen reyzende over een onge-lyke bergachtige weg, quamen wy aanhet Dorp Fust kakt , of Kudjukaka waarvan de huyièn op én van den weg ver-strooit waren, en wy hadden byna eenhalf uur werks eer wy dezelve alleverbywaren getrokken. Een half uur verderquamen wy aan het Dorp Sakkanofla , 'twelk legt in het opklimmen der Bergen.Daar aten wy, en na omtrent een uurverblyfs zetteden wy onze reys voort inÇangos , eerst door dit Dorp, toen denbergop, volgende een krommen onge-lyken weg. Den berg opgaande quamenwy aan eenen kleinen Tempel, waar instonden eenige vergulde Leeuwen, elkmet een hoorn voor de borst , de welkeachterwaards was gebogen. Een weinigverder op stond een andere Tempel.Omtrent een halfuur na wy van Sakkanoflagegaan waren, quamen Wy aan het DorpSawa , toen langs een poel tot JammaNaka , toen tot Inofanno, toen tot KamiSaJakkOi drie Dorpen, van daar overéene vlakte, gelegen tusschen de bergen,welke op eenige weinige plaatsen zichverhefte in heuvelen, tot aan het DorpTJutft Ranima , waar in wy aanquamentwee uuren voor bet ondergaan des Zon,en dezen nacht bleeven.

Op den vyftienden April door bof.feiten, en tustchen bergen en heuvelen

reyzende quamen wy aan het DorpMejno of Meijenu , toen over een vlakterydende trokken wy door twee andereDorpen Om, ende Imasikf, en kort daar-na door eenige andere Dorpen komende,en langs eenige heuvelen en bostchen ry-dende , alwaar verschelde Kobast of Lely-boomen, ende Tfungi , een soort vanboom den Box-boom niet ongelyk in zeergroote menigte groeyden , quamen wy .aan de Stad Minakutz. De fyrtste est ÖeStaaschoonste hoeden, matten en andere din- Minakuttjgen van riet gemaakt, worden te Mina*kntz gewerkt. Het Kasteel, dat na heteene eind van de Stad legt, is fléchs eenmaatig gebouw, hebbende nóch Wallennoch Grachten. Deze plaats verlatendetraden wy op een breede schoone weg ;aan welker linkerhand zich aan ons ge-zicht vertoonde een andere reeks van stey-lè hooge bergen,en aan de rechter zagenwy het Meyr van Oitz , leggende wat af-gelegen buytesl het Dorp Itzummi , ofJedzumi , door ’t welk wy heentoogen.

Kórt daar ha kreegen wy in het gezichtde Sneeuw óf Schorpioen bergen, (waarvah te vooren geiprookeri is) wáár vahwy 'er een hadden aan onze linker-hand , en de ander aan onze rechter-hand , voorts trokken wy daar nadoor het Dorp Tangawaa , toen doorhet lahge dorp Naflumi , of gelyleandere het noemen Natzummi en Natzu-me , naby bet welke stond eert soort vaneen winkel, want ze verdiénd den rtaanivan Tempel niet, meteen hoüte beeldbinnen dezelve, ’t welk een kleine baard,maar geene armen had. Daar stond ookeen Priester in de .kraam en twee beede-laars daar buyten, net gekleed in hunplechtgewaad met zabels op de gordelsgestoken. Toen quamen wy aan het dorpFarri , van daar tot Koosibttkuto , alwaaarwy weder zulken kleine Tempel als voo-ren zagen, daar was evenwel maar eenman in zyn plechtig gewaad gekleed diebuyten stond te beedelen, en birinen iiiwaren twee beelden , beide zwart, hetgrootste met gekroest haayr,en de armenuytgestrekt, wyzende met de voorstevinger van zyn rechterhand op zyn borst,en iets irt de linker houdende. Van daarwas de weg zeer goed tot Ifflbe, alwaarwy aten. Aanstonds na den eeten, tee»gen wy Weer op het padt, en rondomeen berg reyzende om op den grootenweg te komen, quamen wy aan het groo-te dorp Takano of Jakanomura , beroemdvan wegen een Genees-poedef, dat daar Gene»;verkocht word. De uytvinder van dit Poeder,poeder woonde in het kleine dorp Meno-ke, niet ver van hier, 't welk wy ook

door'