39 5/ DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
door trokken» De poeders zyn bitter, Ien zeer onaangenaam van smaak. Yderinneemièl was afzonderlyk. in een papier;waar op geichreven was de manier vanhet te neemen, als mede de vruchten vanbet zelve. Tegen over de poeder winkelslond een Tempel, met het Beeld vanFanna , een der voornaamste Heiligen derjaponeefen, zittende op een Trtrate bloem,deszelfs hoofd was bedekt met de helftvan een dubbele schulp, en omringt meteen ronde kring van goude straalen, hethield in zyne rechterhand eene Scepter ,en in zyne linker iets onbekertts. De gee-ne die gingen om aan te bidden, nader-den den Tempel bloods hoosds, en inee-ne zeer nedrige gestalte, en een platte beldie buyten hong geluydt hebbende,doordezelve op onderscheidene tyden meteenhamer te slaan, zeiden zy haare gebedenhoudende beyde de handen boven hunnehoofden. Wy bespeurden dat de bergenin de nabuurschap van dit dorptrapswy-ze afnamen en lager wielden. Onze reisverder voort zettende quamen wy vanhier tót Nagajt , van daar tot Migatsa ;toen tot 'injefi, drie verschelde dorpen,van daar door een ander dörp naar de Stadtof groote Burgt Kufatzu , daar de Rottin-gen gemaakt worden van de wortels van
een byzonder soort van Bambous. Vanbier quamen wy a^n het kleine dorp Noo-si, daar wy het meyr van Oitz haddenaan onze rechter, en den berg Jefo aanonze linkerhandt. Toen trokken wy doorverschelde raap-akkers, en toen door driekleine dorpen of liever vlekken; toen we-der door Sietta een lang dorp, van daarverder door het groote dorp Zetta , daaraan het strand een kleine Tempel is ge-bouwt, tot verschelde afgodische byge-lovige inzichten en eindens. Na ditdorp trokken wy over de grootste brug,die wy tot noch toe in Japan hadden ont-moet, aan welks ander eind een kleindorp was, dat door sommige word ge-noemt Zettanofafi en by andere Farinka-xa.Van daar quamen wy aan de Sta à .Dfied-Jt, de woonplaats van Ondajja fama , diemen ons zeide, dat genoodzaakt was ge-weest over eenige zaaien tot Jedo te bly-ven. Het is een nette en schoone Stad,gelyk ook is het Kasteel. Door sterkepoorten komt men in de voorsteden.Van daar trekkende door de voorstedenyan Oüte quamen wy aan onze Heibergin die Stad, daar wy voorgenomen had-den te overnachten. Een groote menigtevan Rotting wortelen was van Kufatzuherwaards gebracht en te koop gestelt.De Heer van die Provintie , in welkedit zonderling soort van Bambous gtoeyt,
is dikwils genootzaakt, het opgraaveflder wortelen voor een tyd te verbieden,op dat de aangroey van de plant zelf daardoor niet te zeer beschadigt werde, leg-gende de wortelen zeer diep, en zyndconmogelyk op te graaven zonder het ver-lies van die plant. Dit is de reden waarom zy daar zo dier zyn. Dat soort, datomtrent Kufatzu groeit word Fatziku ge-noemt. Het zelve zoorr. van Bambousgroeyt ook ontrent Nagasaki , doch delengte van de wortel is daar zelden groo-ter dan een span of een arm. Zo slechtals deze plaats geleek, toen wy des a-vonds daar in quamen, zo schoon deedze zich op den volgenden dag, toen allede winkels, die 'er by eene groote me-nigte en wel voorzien zyn, open ston-den.
Zondags den zestienden van Grasmaandreeden wy van Óotz , en quamen aan deBurgt Odani , toen aan het dorp Ootzfakka ,toen tot Ojcwazt of Ojwake een anderdorp, byna vast aan het andere ;van daarrydende over een schoone groene weidetusschen heuvelen gelegen, traden wy inhet gebied van Miaco , en quamen bin-nen korten tyd aan de dorpen Jammaftaen jakadai, welke wy bevonden aan el-kander gehegt te zyn. In dit laatste atestwy, en kort na de maaltyd onzen reisvervolgende, quamen wy aan het dorp,Jamasiva. Toen een ander kleiner dorpdoor trekkende ; en over een heuvel ry-dende, traden wy in het dorp Kcnngi, ’twelk is als het begin der voorsteden vanMiaco, en weinig tyds daar na quamenWy te Aixsatugatfi of Aivatagus , het welknoch naader aan die hoofdstad legt. Van'daar de voorsteden doorrydende, trokken . ■ £wy over drie rivieren, welker eerste vyf- vre<k^ ttien honderd treden aflegt van dc twee- x ffP c0 ,de, doch deze niet meer dan honderd ^ 1van de derde,en toen quamen wy in de-ze machtige Hoofdstad , rydende verbymenigte van geregelde straaten, die terrechter en ter linkerhand afliepen, zo vefals wy zien konden. Toen wy de Stadinquamen, konden wy niet verby hetoog te slaan op den schoonen tooren,dicde west zyde van dat Kasteel verciert,en zich voor ons gezicht op een zeer aan-gename wys vertoonde. Dien avondontrent negen uuren quamen wy in onzeHerberg.
Op den zeventienden kochten wy ee-nige handwerkselen en fraayigheden , diehier gemaakt worden. Den zelfden daggingen wy met de gewoonlyke plechtig-heden om de Lyst te haaien der geschen-ken van den opperrechter tot Miaco , diena den Keyzer dc beste krygt, als roede