Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
393
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V. Boek. XIII. Hoofdst. 393

van de twee Gouverneurs van die plaats.

Op den achtienden na den Eeten ver-lieten wy Mwio in Noritnons en Cangosen wielden voor eerst eene straat, doorwelken wy daags te vooren gekomen wa-ren , te rug gedragen, en toen over eenbrug, naar de bergen aan onze rechterhand.De straaten waren den gantschen weglangs geregelt , zindelyk en pleyzierig,aan weerzyden met kleine doch goedehuyicn en wel voorziene winkels. Wywierden neergezet op het pleyn van deg . staatelyke Keyzerlyke Tempel Tfuganin,of Tjchugmia. Het is de manier van oppe ' onze wederkomst lang te blyven, en opden laatsten dag van ons vertrek van Miacu , om ons de vryheid te vergunnen vande pracht en heerlykheid der Tempels vandeze stad te bezien , als zynde deze degrootste, pleyzierigste en deftigste Gods-huyicn en Gebouwen in het Ryk, zeeraangenaam gelegen in het afhellen derbergen, die deze hoofdstad omvangen.Ja zelf, deze gewoonte is allengskens alsverandert in een wet : En zoo als hettegenwoordig staat, kan men qualyk zeg-gen , dat wy de vryheid hebben van de-zelve te zien, nademaal wy der waardsworden gedragen, en dezelve zien moe-ten 't zy wy willen of niet, zonder ee-nig acht te staan op de geneigtheid of ’tvermaak der Gezanten of Directeurenvan onzen Handel. Na dezen Tempelloopt eenbreede ruyme Laan, die langsden voet van den berg meer dan duyzendtreden altyd opgaande, voort loopt.^ e tipel De poort was groot en deftig met eenü 8*ni n . dubbeld geboogde dak , gelyk de dakender Tempels, en der toorens van de Ka-steden in dit Land. Hier stapten wyuytonze Norimons , uyt Eerbied voor denKeyzer, gelyk de Prinssen van het Rykhet zelfde doen moeten. Deze Laanwelke gevloert was met keyen en zandwas aan weerkanten bezet met de hoogeen prachtige gebouwen van de officie-ren van den Tempel. Van het einde vandezen Laan afgaande, q uamen wy o p eenruym Terras, zeer schoon onderhoudenen bestrooyt, met hoornen en heestersbeplant. Toen twee schoone home ge •bouwen verby gaande wandelden wy opeenen fchoonen en helderen trap, en tra-den dus in een ander heerlyk gebouw,insgelyks van hout, luchtiger en hooger,dan de schoonste Paleysen en Tempelsgemeenlyk zyn, en van vooren veel def-tiger en fraayer, dan het Paleys zelf vanden Keyzer tot Jedo. De Gallery waskeurlyk geichildert,en de vericheidever-trekken bedekt met fyne matten in plaatsvan tapyten. Jn het midden van de eer-

ste of buytenste Zaal, of groote kamer,was een Kapel of kleine Tempel, in wel-ken stond een groot beeld met gekruldehaayren, omringt door verschelde klei-ner Afgoden en andere optooyselen. Aanweerkanten stonden sommige andere Ka-pellen , die noch kleiner en zo mooy nietopgeschikt waren. W y wierden van daargebracht in twee byzondere vertrekken,gebouwt voor den Keyzer, om in te zit-ten ; zy waren twee matten hooger ver-heven ( gelyk ’t de gewoone manier vanspreeken in dit Land is ) dan de voorka-mer, of liever de bovengemelde Zaal,enhadden het uytzicht op deze kapellendoor twee deuren. Naast aan deze ver*scheide kamers, aan den voet van eenberg .( die van zich zelf by uytstek aan-genaam was om de verandering van hoo-rnen en struyken , en in ’t opgaan vanwelken , veele kleiner Tempels v/arenverborgen ) was een kleine Lusthof, alsof het was in een afschildering in’t klein(miniatuer) keurlyk op der Japoneeiênwyze aangelcgt, en met zo veel gerege-leerdheid, als de engte der plaats toela-ten kon. De paden waren mooy en net-jens belegt met wit zandt. Veele raarcongemeene planten en hoornen, doorkunst tot een grooten trap van volmaakt-heid gebracht, en konstig gevlochten,met eenige zeldíàame steenen , vercier-den de beddens. Maar ’t geen het aange-naamste was voor het oog, was een reekskleine heuvelen, door kunst gemaakt ternavolging van de natuur, met de aller-schoonste planten en bloemen op dezelvegroeyende, en eene kleine ondiepe beek,over heen dwarsch loopende met een aan-genaam ruyschend gedruysch, over wel-ke sraay heids hal ven waren gelegt vierkleine steene bruggen, als mede om deste gemak keiyker in alle deelen van denHof het water te brengen. GekomenZynde tot aan het einde van dezen Hof’t welk waarlyk een onuytlpreekelyk,Ichoon, en pleyzierig gezicht was, gin-gen wy door een achterdeur aan onze Lin-kerhandt , naar een bygelegene kleineTempel, iets hooger den berg op, om-trent dertig treden van den Hof gelegen.In dezen Tempel worden bewaart denamen der overledene Keyzers , metgoude Letters op een Tafel geschreven ;rondom deze tafel waren eenige laagestoelen gezet, met drie groote en eenklein besehreve papier op yder, zynde dede formelieren der Gebeden, die gedaanmoeten worden voor de Ziele van Genjo-fin. By den ingang van den Tempelstonden eenige kisten met traalydeksels,op dat de menfehen de Putjes daar doorD d d zou-