Rurume.
' 4 oc> DE B ESC HRY VING EN GESCHIEDENIS
viflchers bewoont. Wy namen hier hetmiddagmaal, en na den Eeten 'quamenwy eerst aan een klein dorp, juyst opden hoek van het gebied van Janagaxva ,
' daar het grenst aan dat van Kuruma ,.vandaar reyzende door verlcheide kleine vlek-ken herwaards en derwaards verspreid,traden wy in eene vlakte met menigte vangrachten doorsneden, en quamen toenaan het dorp Jokomifo , van hier tot To-horomatz door zommige genoemt Osym-rnatz tot aan Sykkambas beide redelykegroote dorpen. Van Sykkambas wierdenwy in kleine schuytjens gevoert over ee-ne breede rivier,die naar Sanga loopt. On-ze paarden wierden op dezelve wyze o-vergebracht zonder ontlaadcn te worden,’t w elk ons in staat stelde onze reys zon-der tyd verzuym te vervorderen- Wyreysden door verschelde dorpen,die langsden weg verstrooit lagen, en quamen dusaan Daifensi eene groote Burgt, toen aande stad Kongo , of Kurmei Kongomutz -, eenandere groote Burgt, van daar aan deStad Kunnne , daar wy ten vyfuurendesavonds aanquamen. Knrume heeft eenzeer goed kasteel met wallen, grachten,deftige poorten en Ophaalbruggen. Wywierden op eene zeer heerlyke wyze in
onzen doortocht van ’t gebied van Ku-
rmne , opgewacht en vergezelt door zesHeeren afgezonden dool-1 den Heere vandit klein prinsdom, van. welke vyf denvolgenden morgen van ons afscheid na-men, op eene zeer ootmoedige wyzeknielende, de zesde had bevel om by onste blyven en ons te geleyden tot aan hetuytterste eind van zyne heerfchappyen.'s Nachts wierden de voor en achterdeurvan onze Herberg gestoten en dicht toe-. gemaakt om, zo als men zeide, ons tebeschermen voor de dieven. Het was tevergeefs dat ik de vryheid nam ernstelykaan onze Hoofden te vertonnen, dat het’r grootste affront en hoon was, ’c welkzy ons konden aandoen, om ons op de-ze wyze te bewaaren en te bewaaken, enhet volk te doen geloven , als of wy dood-schuldigen, of Portugeelen, of Priesterswaren, die als gevangenen gevoert wier-den naar het Hof, en niet als vrye envrienden des Kcyzcrs, die uyc onze eigewil en om onze eige zaak optogen omhem te zien en te begroeten. Niets mochtworden ondernomen tegen de strikte be-velen van onzen snooden quaadaardigeneersten Tolk, die zich zelf by alle gele-genheden betoonde te zyn een bekendeen openbaare bittere vyand van onzenhandel en Natie. Deze stad bestaat uytweinige lange doch geregeleerde straaten,door rechte hoeken elkander overdwers-
fende. Het getal der Huyfen mag om-trent op duyfend beloopen, van welkeveelc ledig cn onbewoont zyn, en veeleer na hutten dan na huyfen gelyken.Het was aanmerfcelykjdat in onzen door-tocht door deze stad , niemant gezienwierd op de straat, langs welken wyree-den, leggende alle de inwooners In hun-ne huyfen knielende achter schutten entraaly vensters, maar de dwarfch straatenwaren opgepropt met toekykers, aan w eer-kanten knielende, en zich volkome stilhoudende, En in onze doortocht doordit geheele gebied, wierd elk een, dienwy op den weg ontmoeteden, door onzebegeleyders bevolen, zich van den wegte pakken , en ' indien zy te paard warenaf te stygen, en bloodshöofds knielendein het bygelege Veld te wachten, tot datonze geheele treyn voorby was,
Op den vierden Maart voortaanbree-ken van den dag, reeden wy uyt van Uit-rustte en den weg, die naar Fitsju een oudKasteel loopt, verlatende, leggende datKasteel, ontrent eene myl af aan onzerechterhand, wierden wy met onze paar-den en bagagie gevoert over de fnelloo-pende rivier Mtjamdftgaw a , en quamentoen aan het dorp Mijanodsi , van welkdorp de rivier haai en naam ontleent heeft.Van- daar rydende door een lang dorp,, welkers huyfen zeer wydt verfpreydt la-gen, en voornamentlyk door boerenwierden bewoont, quamen wy aan degrenfen van het gebied van Kimme , daarze eindigen aan eene kleine streek Lands,aan de Kroon behoorende. De Heer, dieons tot hier toe op uytdrukkelyk bevelvan den Heere van Kimme , had vergezeltnam hier zyn afscheid van ons op zyneIcnien,en op een zeer onderdanige wyze.Het Land tusichen Janagawa en dezeplaats is zeer vruchtbaar, overvloeyendevoornamentlyk in ryst, zynde de veldendoorsneden door veele grachten, uyt derivieren afgeleydt. Het grootste gedeeltevan den weg reysden wy over dykenlangs de oevers van deze rivieren en grach-ten opgeworpen; maar de enge streekLands, op welken wy in quamen, wasmaar redelyk, moerig en veenachtig.Daar na quamen wy te Maatzgafakidorp van omtrent honderd en vystig but-sen , van hier te Maatzfaki een ander dorp,van hier weder door een klein vlek cno-ver eene rivier, aan de grenspaalen vandit klein gebied aan de Kroon behooren-de , daar het zich afscheid van de heer-fchappyen van Ifiku(en of Fakatta. Vanhier sloegen wy in den grooten weg,dievan Akitfuki in Tfiktmgo komt. De eersteplaats daar wy aanquamen was Iftbitz ee»
kkin