Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
409
JPEG-Download
 

VAN JAPAN V

klein dorp, van Xvaar wy den Burgt Ja-mayo bereikten, alwaar ’s nachts te voo-ren geslapen had een der Prinstèn vanhetRyk, zynde op zyne te rug reys vanhet Hof, het welk de reden was, waarom wy de wegen zuyver en schoon von-den. Tot Jamayo aten wy, en na deneeten vervolgden wy weder onze reys inCangps , wordende voorgegaan door tweeBoddens van den Prins van Tfikufen. Eerstqmimen wy te Togenotfieya een klein vlek,toén aan het dorp Ut Sym , alwaar Wyonze Cangos verwisselden tegen versschepaarden. Wy kreegen twee Steenbraafjems(een vifch by de japoneefen zeer hooggelchat ) in eene herberg op deze plaats,en wierden zeer beleefdelyk door som-mige Mevrouwen onthaalt op Sacki. Vandaar quamen wy aan het dorp Oimatz ,niet ver van welk dorp een Tempel,staat, toen overdwarschten wy de rivier,die wy tot nu toe hadden gehad aan on-ze rechterhand, naar het groot dorp Naga-wa, van daar naar het dorp Mamiaa , toennaar de Burgt Tentornatz , van daar naarhet dorp Akïmatz , en toen over een hou-ten brug naar de voorsteden en Stad Ma-midfuka , anders genoemt Itzka, alwaarwy dien nacht bleven.

Op den vyfden Maart reedenwys’och-tens ten vier uuren uyt met flambouwenen na een uur rydens quamen wy aanhet dorp Kaïuabukura , twee uuren daarna aan het dorp Kootüki óf Bambou , vandaar over eene rivier aan het dorp AkaR ,een uur daar na eene andere rivier over-vaarcnde naar het dorp Sak ai , van daar naarNagatta, de woonplaats van Ifyno, zoonvan den Prins van Tfikufen, welke wyopmerkten dat geen toorens had, gelykde andere prinslelyke wooningenbebben.Van daar quamen wy tot Kujanojp , eengroote burgt, daar het volk zwart enzeer-rnorslig uyt zag , misschien van we-gen de brandende kooien. Dit Land vande gebergtens van Fiamitz tot aan dezeplaats was keurlyk schoon en vruchtbaar;doch hier wierd het slechter en bergach-tig. Wy reysden dezen dag voornament-lyk over dyken aan de oevers van de ri-vier opgeworpen. Te Kujamjje aten wy,en na den Eeten quamen wy aan het dorpTfieijanofaru ', van daar aan een ander dorpIsysakt, daar de weg meer den berg op loopt,van daar aan het dorp Koofiakf, toen toteen ander dorp Ujenofar , van daar aaneen groote burgt Kurosakki, daar wy on-ze paarden wisselden tegen Cangos , diemen hier altyd gereedt vindt , zyhde hetzeer vochtig weder, en de wegen zeermorffig en ongelyk. Toen quamen wyaan het dorp Nandoki , van daar aan het

. Boek XIV. Höofdst. 409

dorp Kimmütz , en van hier aan de voor'stad en Tempel Fijomi, van welken wyde Stad Kokura inquamen. Wy wierdenhierdoor onzen waard volgens gewoon-te onthaalt op Japanfche spys, en ble-ven daar tot elf uuren des nachts, gedu-rende welken tyd de Bugjo zyne brievenafzond naar Nagasaki. Zo ras als hetgetyvoor onzen overtocht begon te dienen,voeren wy van Kokura af in twee fchuy-ten, en geraakten ten twee uuren’s mor-gens op den zesden Maart te Simonojcki.Korts na dat wy in onze Herberg wa-ren gekomen, was het ontbyt klaar ge-maakt, eerst voor de japoneeièn , toenvoor ons,doch wy weigerden het te ne-men. Onze andere boot quam niet voorzes uuren des morgens te Simonojcki na-dien ze zo veele roeyers of Bootgezellenniet in had. Den zelfden dag gingen wyaan boord van onzen bark ; doch gingenniet onder zeyl, zo om dat de wind onstegen was, als ook om dat het streed te-gens de oude gewoonte.

Op den zevenden Maatt Was de windwestelyk en gunstig, doch na het gevoe-len der Japoneeièn te sterk, zoo dat zyons eenen dag langer op ’t anker hielden*voorwendende , dat het kleine fehuytjödat ons Volgen moest, de schokken enbonllèn der zee niet zou kunnen uytstaan,Zoo als Zy meenden, wyl het dus storm-achtig en ruyzig wéder was. Het waseen zeer koude en sneeuwachtige dag.

De wind tot op den achtsten Maartgunstig bly vende haalden wy ten vier uu-ren ’s morgens, met een heldere maane-fchyn de zeylen op. In ’t gezicht van’tEyland Fimefima, oost zuyd oost afleg-gende, hadden wy aan ons bakboordthetLand en dorp Iwaja. De hooge Bergentusschen Fimefima en Busjen waren toenmet sneeuw bedekt, zo als ook warendie van Nagatta aan ons bakboort. Tuf-fen dezelve uytziende zagen wy de vollezee ten zuyd-oosten, en ten zuyd-oost tenoosten ; wanneer wy tot Fimefima qua-men, het welk omtrent drie of vier my-len afgelegen is, lagen het Land van l-'waja, en de twee nabuurige EylandenKansju ten Noorden,omtrent anderhalvemyle ver. Muko legt achtien mylen vanSimoriofieki. Op den middag passeerdenwy de straaten Caminojeki en hadden het^Eyland 'Jjokofima recht voor ons, het Ey-land en den berg Sembo aan ons bak-boord en den streek naar Genjuri aan onsstierboord. Ten twee uuren’s namiddagszeylden wy langs het Eyland Okino Camiro ,’t wellc wy aan bakboord hadden, in ’tgezicht van Itfnsima aan stuurboord, eenehalve myl afgelegen. Ten half vier had ;

Fff dent

Kokutü