Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
411
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V.

de vermoeytheden van onze voorigereys.

Op den zeventienden hadden wy onsGehoor by den Stadsvoogd : wy wiel-den behalven de wachtkamer, geleydtdoor twee andere vertrekken, in welkewaren opgehangen vericheide wapenen ,by voorbeeld, in de eerste twintig kleineSnaphaanen met kopere floten ; zwarteen blaauwe speeren van Bambous -, bus-schen om buskruydt in te bewaaren, enandere werktuygen om te laaden, gelykook veele groote zwarte verlakte boogen,yder van de lengte van twee matten, meteen paar Iedere handschoenen aan dezelvevast gebonden, en even zo veele verlaktepylkookers met pylen gcvult. In hettweede vertrek waren opgehangen twee-maal zo veel wapenen. Een weinig tydsgewacht hebbende in een klein vertrek,wierdenwy van daar geleydt in een groo-te kamer, in welke de Gouverneur kortdaar na quam , en zich in ’t begin zeerver van ons af neerzette, maar hy quamras nader by, tot binnen de twee mattenvan ons af ; na de gewoonlykc begroe-tingen vraagde hy zeer beleefdelyk naonze persoonen, bedieningen en jaaren.Hy verhaalde my toen eene byzondereziekte, waar aan een van zyn huysgezinonderhevig was, toen reeds zedert tienjaaren, vraagende of ik my wilde onder-winden dezelve te geneden ; waar op ikverzocht den Lyder te zien, en hy myantwoorde, dat het was aan een geheimdeel van zyn Lichaam, en verzocht mydaar benevens myne voorschriften en ge-neesmiddelen, zo wel als ik konde , teschikken na de beschryving, welke hymy van de ziekte had gegeven, hetwelkik dien na de middag deed. Het overigevan ons Gehoor ging door met het be-zien onzer hoeden , met ons te doenschryven, tekenen, en te zingen, Wywierden ook verzocht om te danslèn, enhen meer van onze gewoontens en Cere-moniën te toonen, doch wy weigerdendit. Kort daar na namen! wy ons af-scheidt. De Gouverneur was een langman, bleek van gelaat, omtrent vystigjaaren oudt, nieuwsgierig, en onderzooleende. Hy sprak veel van onze ldee-ding, en hy verzocht zeer beleefdelyk,den Kapitein, om zynen mantel af te leg-gen , op dat hy hem volkomentlykermocht bezichtigen.

De andere Stadsvoogd was naar’t Hofgereyst. Wy waren niettemin verpligtom aan zyn huys te gaan, en deedenonze begroetingen aan zyne Hofmeester,die ons in de wachtkamer ontfing. HetGouverneurs huys aan het bovenend van

Boek. XIV. Hoofdst. 411

een enge laan, omtrent vystig tredenVan de straat, staande,zo lieten wyonzeCangos daar, en gingen te voet, schoonhet redelyk sterk regende. Omtrent denmiddag quamen wy weder t’huys, enbrachten den namiddag door met onzebagagie te pakken.

Op den achttienden Maart reeden wyeer den dag aanquam, van O [accu , dochkonden de gemeene weg niet gebruyken,om dat die toen gemaakt werd en opge-floten was, weshalven wy over dykenenbywegen reeden , omtrent twee mylenver,en voor eerst quamen aan den Tem-pel van Montodira, toen aan het dorpNuda , toen aan het - dorp Tfitziwanagara ,aan welks rechterhand legt het dorpKafsmgat , omtrent eene myl van onzeherberg, toen aan het dorp Tomobntz ,tegen over,’t welk aan de rechterhand,en aan de andere kant van de Rivier legthet dorp Symanagara, toen aan het dorpKimma , waar tegen over legt het grootdorp Sarra/y , voornamentlyk bewoontdoor bleyksters, die haare Linnens was-fchen en bleyken op den Oever van dezeRivier. Van daar verder rydende,qua-men wy aan het dorp Akagawa, toen aanhet groot dorp Nagi , van hier aan hetdorp Imaïitz alwaar de gemeene en korsteweg van O face a inschiet by den byweg,op welken wy tot hier toe waren geweeit,en op welke onze reys vervolgende wyquamen aan het dorp Ogire, eerst verbygereeden zynde twee andere dorpen, aanyder kant van de Rivier een. Van daaraan het dorp Sadda , aan welkers regter-hand staat de vermaarde Tempel ¥ enfin ,die eene deftige steene poort heeft, ley-dende naar een ruym plcyn Sadda 'smfingenoemt. Van hier quamen wy aan hetdorp Symminotsuja of Symmi daaraanhet dorp Begutz , toen aan eene Stad vandien naam, alwaar wy een TempelIkosja genaamt, zagen, toen aan hetdorp Firaca'tta , gelegen aan den voet vaneenen hoogen berg, alwaar wy aten. Náden Keten vervolgden wyonze reys doorde dorpen Nangifa , Siuke , Finoje , endeKudsjtrxa , tegen ’t welk over aan de an-dere kant van de Rivier legt het dorpJamafiakki , gelegen aan den voet van ee-nen berg, vermaart van wege tweekloosters en Tempelsboven op denzelvengebouwt. Weinig daar na quamen wyaan de Stad *Jodo. Aan de rechterhand vanJodo aan den weg legt de Stad Juwatta ,buyten welke vericheide goede huyièn enandere gebouwen staan in het opgaan vaneenen pleyzierigen berg, op welken ee-ne vermaarde Fatzman Tempel is. Hierzagen wy verschelde Priesters en andereLff 2 men-