Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
413
JPEG-Download
 

I

Gehoorh deCouver»ft îurs.

VAN JAPAN, V.

gewoonte van het Land.Terwyl wydüsonthaalt wierden, quam de Hofmeestervan den Opperrechter binnen met tweepaspoorten, dewelke hy behandigde aanónzen DireBeur , die dezelve aannam meteene diepe buyging, dezelve ophouden-de tegen zyn voorhoofd , ten teken vanachting en toen dezelve overgaf aan deneersten Tolk, om dezelve te bewaaien.Dit geschied zynde dankten wy den Hof-meester en namen ons afscheid. De Hof-meester deed ons uytgeleyde tot buytende groote wachtkamer, alwaar wy hemweder bedankten en ten tweeden maal af-scheid namen. Hy was een lang, enwakker man, hy had een groot hoofd, eneen aangenaam gelaat, rondachtig vanaangezicht, met een middelmatige neus,en scheen omtrent dertig jaarert oudt.Hy ging met eenige moeyte als of hemiets gedeert had, maar toonde anders zeerveel vrypostigheid en goedaardigheid inzyn gedrag;. Ik heb wat omstandig ge-weest in dit verhaal van ons gehoor byden Opperrechter van Miaco, om dat wyop onze eerste reys naar ’t Hof de : Eereniet konden hebben van hem te begroe-ten-, nadien hy toen zelfs aap ’t Hof was.Op een andere plaats heb ik gewaagtvan ’t aanzien en groot gezag van zynAmpt.

Van den Opperrechter gingen wy naai-den tweeden Gouverneur , een stuurschoud man, hy toonde evenwel een vrinde-lyk gelaat, doch dit scheen Zeer klaar,dat hem niet natuurlyk was. W y ver-loren geen tyd in hein op te wachten.Want zo ras als men ons Thee en tabakvoorgezet had,wierden wy begeleydt naarzyne kamer, in welke] wy hem vondenzitten, vier matten van de plaats, daarwy verzocht wierden de onze te nemen.Hy verwelkomde ons en wy bedanktenhem, ’t welk uytterlyk bleek dat hemenoegen gaf, toen het hem herhaalt wasoor zyne Hofmeester, wegens de zach-te en flaauwe stem van onzen Tolk. Toenwierden wy te rug geleydt naar de vertrek-kamer, daar wy ons afscheid namen vanden Hofmeester, in de groote wachtka-mer en het pleyn over zynde gegaan, stap-ten wy weder in onze Cungos. De Hof-meester was een lyvig man van omtrentzes en vyftig of zestig jaaren, van eenvriendelyk gelaat en wel gemaakt. Vanhier wierden wy gedragen naar ’t Huysvan den anderen Stadsvoogd, die ons fiazyne voorige gewoonte een geheele wylliet wachten. Na het Gehoor ’t welkop dezelve wyze toeging als ’t verledenejaar, met over en weerfche plichtple-gingen cn beleefdheden , hoewel zonder

Boek XIV. Hoofdst. 413

ft aar het een of ’t ander van onze dingentc vraagen, wierden wy onthaalt op thee,tabak, en banket. Hy had twee Hof-meesters , beide Edellieden, van eenzachtzinnig en zedig gedrag en omtrentvyftig járen otldt. Na ’t gehoor verbywas, Wierd ons getöont een Ikernmneter’t welk hem was vereert over omtrentdertig jaaren geleden door een Nederlan-der, waar toe men my verzocht den aardtcn ’t gebruyk van dit werktuyg aan hetgezelschap open te leggen en te verklaa-ren.

Op den twintigsten/WiMrt reeden wy uytMiaco , en namen ons afscheid in de voor-stad, toen wy de groote brug over waren.Van daar onze reys vervolgende quamenwy aan het dorp Finookatogge , tuilenen debergen gelegen , twee mylen van Ootz ,van daar aan het lange en ryke dorp Ja-bunofta , alwaar ongemeene schoone Tabakgroey t, en schoone Bambous in groote me-nigte, van daar aan het dorp Jakotsiera ,omtrent een myl afgelegen is het vermaar-de klooster Morotuunofm met een prachti-ge poortjaan den weg, derwaafds leyden-de, en een Quahvson Tempel , met hetberoemd groot goud Beeld van Dfifo ineene zeskantige kist bewaart. Niet vervan daar lag het dorp Iivanotjieja van hetwelk wy quamen aan het dorp Ohvaki ,gelegen aan den voet van een hoogen berg,die aan de rechterhand legt. Van daardoor eenige andere dorpen trekkende, ensommige aan onze rechter en linkerhandlatende , quamen wy een uur voor hetondergaan der zon aan onzen Herbergin de Stad Ootz , dezen dag regende ensneeuwde het sterk.

Ten vyf üuren s’morgens van den een-en twintigsten Maart verlieten wy onzeherberg, en quamen eerst aan een Tem-pel van Fatzman, van daar door de poor-ten aan de Stad en bet Kasteel 'Dsictlfi,van hiér aan meer andere Tempels, on-der welke Ook eerte van Fatzvian was,toen door de volgende plaatsen trekkende,Kutangmara , Sinde , Satznanofi , alle dor-pen, Kufatz , óen groote Burgt, het dorpTibortt, het welk genoegzaam vast is aanMenoke , daar zy het bitter poeder ver-koopen, waar van ik gesproken heb inmyne eerste reys, en eenige andere ge-neesmiddelen quamen Wy tot JJJibe eengroot dorp óf Burgt, alwaar wy aten.Na den Eeten trokken wy door de vol-gende dorpen Koofibtikuro , Firamutz , Fa-rt t ' Nut fume , foflsmakavara , Tanguvu j Id~fumhnura , merkwaardig wegens destelfslengte, en de Kitwvouki , tot aan de StadMmakutz , vaft daar verder door de dor-pen Djïnjo , Kosatto, Imafuku , Ono , To-