Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
418
JPEG-Download
 

'Japatisch

onthaal.

4x8 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

ten. Op het groot plein voor het Kasteelzagen wy een Comptoir van eenen ge-heym schryver, in welk behalven deverfcheide Dooien en Kabinetten met pa-pieren gevult allerley soorten van wape-nen opgehangen waren. Aan ’t huys vanden eersten Gouverneur, wierden wyalleenlyk onthaalt op Thee, en daar wa-ren ook geen Mevrouwen by, toen wyby hem ter gehoor waren. Wyleydentoen noch twee andere bezoeken af, engingen eindelyk naar de twee KeyzerlykeGevolmachtigden, die ons met zeer groo-te beleeftheid ontfingen, en ons zeer heer-lyk onthaalden, zo dat wy op geenerleywyze eenige de minste zwarigheid maak-ten, om op hun verzoek het gezelschapmet een gelang te onderhouden. Aan ’thuys van den eersten Gevolmachtigdenbestond het onthaal uyt de volgende din- •gen. (1) Thee, (2,) Tabplt met den ge-leden toestel om te rooken. (5) filosofi-sche of witte syroop. (4) een stuk vaneen Zeebraajsem , een zeer raare visch, ge-kookt, in een bruyne saus. (y) Een an-dere schotel met visch, toebereidt metbloem van boonen en speceryen. ( 6 )koeken van eyeren toegerolt. (7) gebra-de visch, welke ons wierden aangebo-den aan groene Bambous speettjens en (8)geconfyte Limoen schillen. Na yder de-zer schotels lieten zy ons drinken eenkopje Sackï , zo lekker als ik ooit geproesthad. W y wierden ook tweemaal beschonken met pruyme wyn, een zeer lieffely-ke en aangename drank, met een woord,het geheele onthaal was even fraay,goedcn vericheideötlyk opgedist, alleenlyk ishet, dat wy niets van ryst hadden. Tenlaatsten wierden wy weder beschonkenmet een kop thee, en namen dus ons af-scheid, na een verblyf van anderhalfuur.

Aan het Huys van den tweeden gevol-machtigden wierden wy na de thee ende tabak, onthaalt op de volgende din-gen. (t) Twee lange sneden van Mangein een bruyne sop of saus gedoopt, met,een weinig gengber. (2.) harde eyeren.

(3) vier gemeene viflehen gebraden, enaan Bambous speettjens, binnen gebracht.

(4) de maagen van ingezoute karper ineen bruyne fauiè. (f) Twee kleine snee -den van een gebzaaden gans , en warm,opgedischt in onverglaasde schotels. Dengeheelen tyd door wierd ’er schone drankin overvloed t gedronken, en de Heel-meester van den gevolmachtigden die onszoude ontharden, was niet nalatig zynevolle portie van den drank binnen teslaan. Recht voor ons achter een schut,omtrent twee en een halve uiat van ons

af, zat een Heer, wien wy niet kenden,en aan dien kant verschenen ooksomtydseenige Mevrouwen. Maar het grootstegedrang van vrouwspersoonen was aande linkerhand in een gallery. Het ge-hoor verby zynde, gingen wy, na ver-loop van anderhalf uur, recht naar onshuys, eer het donker wierd.

Op den drie en twintigste» ontfingenwy het tegen bezoek van de Heercn,welke wy den voorigen dag'hadden be-zocht ; des namiddags wierd ons geboot-schapt, dat wy ons hadden vaardig tcmaken tegens den volgenden dag, omons gehoor van afscheid te hebben. W ygingen, gelyk het de gewoonte is, de-zen dag de Gouverneurs niet bezoeken,om dat het een rouwdag was over dendood van Jejas , vader van den nu regee-renden Keyzer, op welke dagen het zougehouden worden voor eene verontwaar-diging des Keyzers, ymant te ontharden.Hy is begraaven in Gofio , een Tempelachter Atago omtrent twee mylen van on-ze herberg. De] Begraafplaats van devoorzaaten des Keyzers is tot Nikho , driedag reyzen van Jedo. Myn knecht, een zeerverstandig jongeling in de zaaken vanzynland, verhaalde my, dat de Tempelm welke Jejas begraaven legt, gedekt ismet goude Obanis in plaats van tegels endat zyne graf tombe , omvangen is metzwarte pylaaren, Hy moest dezen dagby my komen, om dat hy aan ons gezon-den was door een aanzienlyk Heer, zyn-de het aan onze knechts verboden by onste komen, en met ons teipreeken, zolang als wy tot Jedo blyven.

Op den vier en twintigsten van Gras-maandt reeden wy te paard naar ’t Hof,’s morgens ten zeven uuren, gelyk tevooren, vergezelt wordende door drieJorik't’s van de Gouverneurs van Nagasaki.

Wy bleven in de Fiakninban of wachtvan honderd mannen, tot dat wy op be-vel der Gouverneurs en Gevolmachtigdengeleydt wierden in het paleys. Omtrenteen half uur in de vertrek kamer hebben-de gewacht, wierd de Gezant binnen ge-roepen voor de Raadsheeren van Staat,die aan eene der Gevol machtigden bevolende gewoonlyke ordres aan hem voor teleezen, bet welk zy by beurre doen ■ on-der andere waren deze bevelen, en voor-namentlyk hier op uytloopende, dat wyaan geene schepen of schuyten der Chi-ncefèn of Liqzzeaanen eenigen overlastzouden doen, noch eenige Portugeeiènof Priesters aan boord van onze schepenoverbrengen, en dat wy onder deze be-dingen zouden genieten een vryen Koop-handel. De bevelen gelezen zynde,

wierd