Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
419
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V. Boek. XV. Hoofdst. 427

afgezondert door wallen en breede grach-ten , over welke een brug legt van tweehonderd en acht matten lang. De Staden eerste voorstad, daar de bergen eindi-gen in eene vlakte , dewelke voorlooptnaar de zeekant heeft zeer goede, ruymeen gemakkelyke huylen. Van Okasakireeden wy door de dorpen Utoo , Ojumaen UJsita , en aten in de Burgt Isiriju.Op den middag reeden wy weder vanTJìrìjn , enreyzende door de dorpen Imo-gava , Ano , Armatsi , Nanima en Kaffa-d/>ö,daar men ons van verre toonde Mu-safifyro , quamen wy aan de voorstedenen Stad Mia.

Aan den intree van deze Stad is eenmerkwaardige Tempel, van wegens deongemeene gevaarte van een honte Afgodtdie in dezelve bewaart word. Hy be-slaat den ganschen Tempel, en heeft zy-ne linkerhand leggen op zynlinkerknie,en de rechterhand op de rechterknie, wel-Te hy iets hooger ophoud dan de linker.Indezelve Stad is een andere Tempel metdiergelyken Afgodt, doch dezerempel ismeer beroemt van wegen deiïèlfs oudheidZynde zo als men zegt gebouwt door dienvermaarden Bouwkunstenaar Ficlano Jako ,op zullcen zonderlingen manier, dat alledestèlfs deelen op eene byzondere wyzezamengevoegt zynde, ze haar zelf onder-steunt zonder onderfchraagt te zyn doorpylaaren, gelyk de andere Tempels zyn.Om hier niet te herhaalen ’t geen gezegtis in het dertiende hoofdstuk van dit boekop den twaalfden van grasmaandt, vanden Tempel Asta of Atzta in dezelve stad.Onze herberg tot Mia is zeer goedt enheeft een schoone plaats en Hof achter hetHuys.

Op den vyfden Mey gingen wy tenhalf zes ’s morgens in fchuytjens, wyhadden schoon weder, enden wind gun-stig, en Nagafima of het Eyland Nagaverby gevaaren Zynde, quamen wy om-trent ten tien uuren aan de Stad van diennaam, alwaar wy aten en redelyk ont-haalt wierden. Het Kasteel Nagafima isgebouwt aan de zeekant en heeft geen too-ren. Omtrent Elf uuren vertrokken wyvan Nagafima en onder andere reysden wydoor deze volgende dorpen-, Ja [naga Fon-da, Jawatta, fazemuva , Fadsitonka , Oi-nvake , ende Ongofogg, iommige dezer ver-kocht men Man»e. Omtrent vyf uurentegens den avond quamen wy aan onzeHerberg in de Burgt IJyakus , en bleevendaar dien nacht.

Op den zesdenMey reeden wy uyt ’s och-tens ten vier uuren. De voornaamsteplaatièn, welke wy doortrokken, warende dorpen Sjoono , Kumigaivara , Tomida ,

Odamura , Seïkmfi , Waddamura , de StadSimmatz of liever voorstad van Nabi J a -matz , welke Stad ik in myn eerste revsonder den 14 April genoemt heb Kammìj>'anima, het dorp N ostri, de Burgt Sekt ,alwaar byna in yder huys zwavelstokverkocht word, en in welkers nabuur-schap is een Tempel van Amïda en eenandere van Dfifio met een steene water-bekken vol waters voorden Tempel,voor de aanbidders om hunne handen tewaslehen; de Burgt Sawa of SaviabenoKinofia , en somtyds Sakanosita genoemt,alwaaar wy aten, het dorp Jamanaka , ’twelk een Mia heeft, het dorp Tjutfi Ja-ma , alwaar wy zeer veele Isje pelgrimsontmoeteden, verfcheide andere dorpenmeer , welke ik stilzwygensj voorbyga,tot aan de Stad M'makutz daarwy ’s nachtssliepen.

M'makutz verlieten wy op den zeven-den van Bloeymaand met het krieken vanden dag, en trekkende door de dorpenKitawaki , Idfimnimura ,? Nat fume, Fari yKoofibukuro , den Burgt Jffibe , het dorpTakanomura , het dorp Menoke daar meneen bitter poeder maakt en verkoopt,welk sommige drinken in plaats van Thee,en het dorp libara, quamen wy omtrentten tien uuren aan de kleine Stad Ku/atz,alwaar wy aten. Na den Eeten trokkenwy door de dorpen Satznanofi, Okmiotficfi,Stnde , Seta, en de Stad Dfiedfi tot aanOotz, alwaar wy gedwongen waren teblyven door de koppigheid van onze Tol-ken, die niet verder gaan wilden, daarhet nochtans even over twee uuren desnamiddags was.

Vroegtyds ’sochtensden achtsten reys-den wy van Ootz, en komende door hetdorp of Burgt Odani , en de dorpen Ja-kotfieja en Jabunofta, byna aaneengehegt,quamen wy aan een dorp gelegen aan denvoet van den berg Finoo. Naby dit dorpwas een steen opgerecht in welken uyt-gehouwen was het woord Namandabudz.Tegen over den steen hongen ’er tweeaan het kruys. Voor en achter den steenhoewel redelyk ver van den zelven enuyt het gezicht der gerechte persoonenzat een priester op een lomp vloerkleedmet zeven tafeljens voor hem in de grondstekende. Op yder dezer rafel tjens was ge-schreven de naam van eenen dooden, enover die hong een bannier met de woor-,den Namandabudz. De priester zelfshadzyn hoofd gedekt meteengrootegeverw-de zomerhoed, en een plank voor hem,op welke lag een omgekeerde klok, wel-ken hy van tyd tot tyd met een hamersloeg, zingende Namanda. Hy had ookeen groote tob met water voor zich staanHhh 2 OD