Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
421
JPEG-Download
 

Cr,

oote

■‘Olc.

V A N J A P A N. V. Boek. XV. Hoqfdst* 410

gingen wy over een graspark,iets bovende gemcene grond verheven, naar eengroote bygelege Tempel, ondersteuntdoor dertig sterke houte pylaaren, ofliever door zes en vystig, daar onder ge-test, die de gallery,die buyten omloopt,ondersteunen. In het midden van denTempel stond een kleine geverwde Ka-pel , heetiyk opgepronkt met Namandasen andere kostelyke vercierièlen. Aanweerkanten stonden andere Kapellen metAfgoden. De Tempel quam in grootteover een met een Europiiche Kerk. DeMatten waren van de -vloer opgenomen,en lagen by elkanderen in een hoek ; overal voorde Afgoden brandden de Lampen.Wy oordeelden het ons niet de moeytewaard alle de andere Tempels en huysente zien die in de nabuurschap lagen, wy jwierden evenwel omtrent vier honderd |treden ver den berg opgcieydt om een ;groote Gum of Klolt te zien. Ze was Íeerder grooter in hoogte en om trek dan jde tweede in grootte tot Moscouw , dochqualyk gemaakt, zynde de randen aan ’tbeneden eind binnenwaards, recht andersdan onze klokken in Europa, waardoorhet geluydt gelyk als binnen de klokverstikt. Toen wy verder quamen sloeg’er ymandmet een groote houten stok opom ons pleyzier aan te doen. Het scheenmy evenwel toe, dat zy weinig of geengebruyk daar van maken, zynde de stoknoch volkome nieuw, en daar aan ge-bonden. De klok was ander zins ookruuw en qualyk gegoten. Ze was, zoals men ons zeide een Slaks dik, zestienSiakfs en acht duym hoog , en acht entwintig Stak ft en achtduymen in den om-trek. Een Siakf is tien Sums ; een halveSlaks word genoemt Gojum , dat iets min-der is dan onze span, zynde zo veel alsymand met zyn duym en voorste vingeruytgestrekt kan bereyken. Vier Siakfs byhaar maken uyt een Ftofiro , zo dat eenIkm , of de lengte van een Mat, ’t welkzo veel is als een vadem by ons,by hen istwee Siakfs en dne Snm of duymen. Vandeze klok (waar van het afbeeldsel tezien is in de 55 Tafel de 6 fig.) wierdenwy door twee munniken die bevel had-den ons te verzeilen, geleydt naar de anderepoort van hun Klooster, alwaar wy ons af-scheid van hen namen. Van daar quamenwy aan een ander staatelykGebou w,ondersteunt door zestien pylaren, met tweehuylen aan yder zyde een, in welke eentrap was naar het gemelde gebouw opley-dende. Van de andere zyde van dit gebouwdrie trappen neergaande, de een van twin-tig, de andere van twee, en dc derde vandrie treden, van welke deze laatste van

steen waren, quamen wy aan een andereberg naar de Stad ziende , en met veeleTempels bezet. Wy zonden onze Non-mons ledig voor ons uyt, en te voet gaan*den omtrent een half vierde uurs ,dwerschdoor een aangenaam bofch, quamen wyaan een vierkant pleyn, op ’t welk een Gstwon Tempel stond, met meer dan twin-tig kleiner Mïd’s of kapellen, met lampenen schotelen spyze op een tafel voor de- TeSzelve gezet. Tegen over den Tempel*na by den ingang van het pleyn van den.Tempel, zaten de Cannjis , in witte geesttelyke tabberden , met styve geverwdemutsen. Onze Tolken vraagde onsafee-nige puties om aan haar te geven. Vandit pleyn komende gingen wy verby eenprachtige Tori, of Tempelpöort, en tra-den toen in een straat vol hoerhuyscn.

De Waarden in deze huysen mogen yderniet meer dan twee hoeren houden, opdat niet deze of geene door dien handelmocht te ryk worden. De prys voordeallerichoonste is voor eene nacht drieMaas, voor een van het middelloon,twee Maas , en voor de leelykste eeneMaas ; uyt deze straat een ander aan deLinkerhand instaande , quamen wy aaneen kleine Tempel Kmumado genoemt,staande in dezelve ry met de andere huy-sen. Binnen dezen Tempel aan de rech-terhand stond een klein Autaar,en tegenover dit eenige treden van daar, stondeen andere kleine, doch grooter met bran-dende lampen. In een hoek aan de lin-ker zyde, binnen een groote houtetraa-ly, viel ons oog op een zeshoekigen lan-taarn , met zwarte gaas bedekt, dewelkekon omgedraait worden gelyk een rad ,en gezegt word van groote nuttigheid tezyn in de ontdekking van onbekende entoekomende dingen. Ons wierd ook ge-zegt, dat in dezelve Lantaarn lag eengroot boek van hunne Goden en Gods-dienst, van welkers inhoudt zy ons gee-j ne byzonderheden wilden of konden zeg-

I gen, maar ons alleenlyk wilden doen ge-| looven, dat het een zeer zeldfaam en won*

! derwerk was. Onze Bu?jo door onzen> waard in dezen Tempel gedragen wor-! dende, nam ik de gelegentheid waarom[ hem te volgen terwyl de andere op de\ straat bleeven wachten. Van Kmumado\ gaande verby een prachtige tooren, in ’topklimmen van een berg gebomvt, estvan zeven verdiepingen hoog met vytomgangen , quamen wy aan aeoroote K’lomidz Tempel, die insgelyksgebouwt is in ’t opgaan van een berg,en de voorgevel wierd inzonderheid on-dersteunt door eenige houte paaien. Indeze en in de, twee bygelegene kleinerH h h 3 houte