Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
423
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. V.

word 'er tabak met den geheelen toestelom te rooken, met een kop thee binnengebracht, daar na gedisteleerde waters,met een tafel op welke gelegt zyn vyfzilvere schotels met banket. Deze tafelword gezet voor den persoon , die hetgeschenk bracht, en hy word vrindelykverzocht van de Nederlandsche op Bata-via gedisteleerde dranken te proeven, enniet te zien op de geringheid vanher gee-ne hem aangeboden word , maar op deoprechtigheid en goede wille, met welkeze worden aangeboden. Daar word eenBrandewyns glaasje ingeschonken metwynTint, welken de Japoneesen Sintinoemen, welk glas hy op dejaponeeschemanier met beide handen aanneemt, aanzyn mond brengt , en met eenige schy-nende greetigheid, uytdrinkt tot denlaatsten drup, in twee of drie slokken-,dan het glas voor de tabak , of de ledigeplaats tuilchen de matten houdende, omhet te laten schoon uytdruypen , en denbodem van buyten met zyn duymofmeteen stukje papier afveegende, geeft hy hetover aan den Gezant, die hem met de-zelfde drank en op gelyke wyze bescheiddoedt. Hy drinkt den Ambassadeur we-der toe, en geest het met dezelve plechtig-heden aan den Joriki , die het aan een an-der overbrengt, en zo gaat het rond.Opdeze wyze worden ver.cheide soorten vandrank omgebrocht, tot dat yder een vandezelve geproest, en als Mïseraaties ge-prescn heeft. Ten laatsten word hetglas weder gegeven aan den Gezant, diealleen een weinig drinkt, en daar op be-veelt dat de dranken weg gebracht w or-den. De waard pakt midlerwyl het Ban-ket op in papieren , en bindt ze toe metzyde koorden, en geeft ze aan een zynerknechts. Dan neemt de Heer zyn af-scheid dankzeggende voor alle aan hembetoonde beleefdheden, en inzonderheidvoor de uytstekende Miseraatie dranken.De Ambassadeur verzoekt hem nochmaalszynent wegen zynen Meester te verzeke-,

Boek. XIV. Hoofdst. 4x3

ren van zyn oprechte 1 achting, en onge-veinsde dankzegging voor zyne gunst enhulp. De Joriki maakt ook een Com-pliment voor zich zelven , op 't zelveuytlopende. Dan word.de Heer uyt dekamer geleydt, alwaar hy, met onderlin-ge plichtbetuygingen en buygingen,ten tweedemaal zyn afscheid neemt.

Op den vyfentwintigsten van Aprilwierden ons tien schoone tabberden ge-zonden van Bingo , vyf gebloemde zokostelyk als 'er konden geweeven wordendoor den jongen Prins van Firando , dieonlangs geworden v/as een der Heerenvan den Tempel, in plaats van den gee-nen, die nu Opperrechter tot Miaco is 3een paar slechte ontfingen wy van dentweeden Gouverneur van Je do , die hetgezag en opzicht heeft over alle , aan ’tlyf strafbare zaaken , en over de Ge-rechts oeffeningen en uytvoeringen indeze Hoofdstad. Daags te vooren hadons de andere Gouverneur ook twee ge-zonden, al zo slecht als deze. Het getalder tabberden, die wy ontfingen, warendertig van den Keyzer, tien van Bingo ,en van yder der vier gewoonlyke Raadenvan Staate mede tien, van yder der tienbuytengewoone Raadsheeren zes, vanyder der drie Heeren van den Tempelvyf, en twee van eiken Gouverneur vanJedo, in 5 t geheel honderd en drie entwintig, van welke de dertig door denKeyzer gezonden , behooren aan deMaatschappy, en alle de anderen aan denAmbassadeur. Dit geheele werk wasverricht ten twee uuren ’s namiddags.

Op den zes en twintigsten waren wybezig met onze bagagie op te pakken, eneen genoegzaam getal Kul'ds of dragersen vyftien paarden tot onze reys te huu-ren. Wy gevoelden dezen morgen eeneaardbeving , de schuddingen waren hef-tig, dog langzaam, zo dat men tusschenyder veertig tellen kon : na midnachtquam ze weer met groot gewelt.

V

XV. HOOFD-