Mineraal-
water*
4ZL DE BESCBRYVING
b De ronde brug. |
c. De voornaamste Tempel waar de ;Canusts zitten in ’t witgekleedt.
d. d. De steene brugoverdevifchvyver.
e Een plaats om een kop thee te drin-ken, gebouwt op de wyze van een por-taal.
ff.f Tempels daar Kuge’s opwach-ten.
A. Eiwonimatz of Eifonomatz , éen den-neboom na by de tronk in tween gesple-ten , van welke eene imalder en teerderbladen dragende, de vrouw,en d’ander,die breeder en sterker bladen heeft, deman-denneboom genoemt word.
B. Een kleine langwerpige Eironde ka-pel, uyt welke de beelden worden geno-men , wanneer ze Ín Processie omgedragenworden.
C. Een groote prachtige Tempel.
D. D, Twee andere deftige Tempels,tegen elkander over staande,met dubbel-de geboogde daken, en dubbelde galle-ryen rond heen.
't Geen op deze plaats merkwaardigswas gezien, cn de vistchen d d gevoedt,en een kopje thee, op de plaats ee, ge-dronken hebbende, en een Itzebo daar voorneerleggende, stapten wy weder in onzeCangos , om weder langs den ouden wegzoo als men ze noemt gedragen te wor-den naar Tenofi. Een breede Laan, metlantaarns bezet, en beide kanten met heg-gen omheint bracht ons aan een staately-ke poort, met geboogde daken,naar eenandere Tempel leydende, op welkers pleynwy niet zonder verwondering zagen eenvierkante tooren, van acht verdiepingenmet acht aflopende daken kostelyk ge-sneden bedekt. Achter dezen tooren, eenweinig na de linkerhand is de voornaameTempel van Sotoktaïs , alwaar de voor-naamste Afgod verheven was in het mid-den , en een ander beeld van anderhalfElle hoog aan zyne rechterhand, en om-ringt wierd door de vier Beelden dervier Elementen, en een dubbeld kleed.De geheele Tempel was zwart van rookvan het groot getal van brandende lam-peil die van binnen en van buyten wa-ren. Van dezen wierden wy gebrachtnaar een andere lange Tempel, die vyfgroote beelden boven de vloer verhevenin had, met een groot getal kleiner, bo-ven dezelve staande in verfcheide ryen.Van daar bracht men ons in een naauwekamer, daar men ons toonde Mineraalwater, dat eenig yzer of Vitriool meevoert,loopende in een trog, in welke het zichallengskens gezet had tot een bezinkzel,in deslelfs maaksel niet ongelyk aan eenschildpadtjwaar van zy het ook noemen,,
EN GESCHIEDENIS
het Zes-Scbilpadt-Water. Een Emmer vanBambous hong daar by Voor de menschenom uyt te drinken.
Deze Tempel, mede bezichtigt heb-bende , gingen wy tc rug naar onze Her-berg, die daar eenige straaten van afwas,en te gelyk met de buurhuysen en eenQuawwon Tempel op een verheve grond, lag, welke een heerlyk uytzicht heeft o-ver de Stad en ’t land van Ofacca in dezee. W y bleeven hier eenige uuren, enwierden vry wel door onzen waard om-,haalt. Des namiddags keerden wy naarOfacca,e. n onder weegs wierd ons getoonteen Tempel Ik u dama genaamt, gelegenaan de linkerzyde van den weg in eenbosch, aan den voet van een berg. Nietver van den Tempel was een vyver. Vandaar quamen wy aan de voorsteden vanOfacca , die vol Tempels zyn, van daaraan Ofacca Firamatz , alwaar wy gingen1 verby een Hof vol van Ftidfi hoornentoen in bloey, en quamen dus tuslèhenvyf en zes uuren des avonds in onze Her-berg te rug.
Op den dertienden des morgens tenacht uuren gingen wy in Cangos vanOfacca. W y hadden onze nacht kleede-ren op drie paarden voor uyt en onzezwaare bagagie scheep afgezonden. Deeerste plaats, daar wy aanquamen washet dorp Kbitama , ’t welk wy haddenaan onze Linkerhand, en aan Ofacca vastwas, van daar quamen wy aan het dorpFamma aan onze rechterhand, toen aan dedorpen Sanba, Sinke , Dfiufo , Midfuja, al-waar een langwerpige Tempel van denMspilt Soofukuf is. Deze plaats is tweemylen van onze Herberg tot Ofacca. On-ze waard wilde zo ver met ons gaan, enonthaalde ons hier ter jnaaltydt. Vandaar voortreysende door het dorp Fatfima ,voeren wy over de rivier Kanfackigava,die van Dfufo of Itzibangava afkomt, entoen, gelyk ze altyd is, vol schepen wasdie naar en van Ets mi heen en weer voe-ren. Deze is een breede rivier metveelekleine Eylanden, en deslelfs bochten loo-pen zeer ongelyk. Van daar trekkendedoor het dorp Maju, quamen wy aan deStad van Amagafacki. Deze Stad bestaatuyt omtrent twee duyzend huyscn. Devoorgemelde rivier loopt door dezelve1 heen, en rondom het kasteel, ’t welkeen tooren, en hartsteene muuren heeft.De straaten wierden over al waar wyquamen afgefpoek, op bevel van tweeHeeren die gezonden waren om ons opte wachten en te begeleyden in onzendoortocht, en de menschen zagen alknielende aan de deuren van haare huy-fen ons voor by gaan, tonnende noch
daar
i