Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
442
JPEG-Download
 

Aanquee-king vande Thee.

441 A A N H A N G

zynde wel zamentrekkend en bitter, dochniet walgachtig. Zy verschillen 'veel inwezen, grootte, maaksel en fatsoen, welkonderscheid sprayt na de ouderdom vande plant, en na de gelegentbeid en denaardt van de grond is, daar deze heestergeplant word. Hier van is het, dat menniets tellen kan noch gisten uyt de ge-droogde bladeren, wanneer ze in Europagebracht worden, van derzelver fatsoenof grootte. Zy zouden het hoofd zeernadeelig zyn, indien ze versch gebruyktwierden, iets staaps verwekkens in zichhebbende, ’t welk de dierelyke geestenvergiftigt, en eene bevende, zamentrek-kende beweging in dc Zenuwen veroor-fiiakt. Deze dronken makende of beto-verende hoedanigheid verliesen zy even-wel gedroogt zynde, en in dezelve blyftalleen over een lcragt van een aangenameverfiisiching der dierelyke Geesten. Inden Herfst worden de takken dik bezetmet bloemen, dewelke tot laat in denwinter groeyen, en bestaan uyt zes bla-deren , van welke een of twee gemeenlyk,als of het door ziekte was, gerimpelt zyn,en ver te kort schieten in grootheid enschoonheid by de andere. Zy zyn vaneen zeer onaangename bitterachtige smaak,die voornamentlyk den rug van den tongaandoed. Binnen in den bloem zyn veelewitte draadjens ofvezeltjens, uytnemendklein, gelyk in de roosen, met geelekopjens, in maaksel het hart niet ongelyk.In een bloem heb ik ’er twee honderd cndertig van deze draadjes getelt. De kernsbinnen de vracht hebben een groot deeloly, en worden zeer licht ranzig , hetwelk de reden is, dat ’er jvantiennaauw-lyks twee zuilen uytfpruyten als ze ge-zaayt worden. De Inboorlingen gebmy-ken nergens toe de bloemen noch ook depitten of kerns; hoewel dat ikniettwyf-fel, of, de kerns in ’t byzonder, zoudenvan een goede uytwerking zyn in ver-scheide zicktens.

§. 4. Ik gaa nu over totdeteelingvandeThee-struyk, eerst beginnendejmet depooting van het Zaadt. In de eersteplaats, moet ik aanmerken, dat de In-boorlingen geene byzondere hoven nochakkers aan de Thee vergunnen, maar datze word aangequeekt alleen langs de Zoo-men en kanten van andere Akkers, zon-der eenige verleiding ten aanzien van degrondt. De zaaden worden ook niet ge-plant op een aan een geschakelde ry, ’twelk ze zou doen opgroeyen informvanheyningen , maar op eenige wydte vanelkander, op dat de struyken door dentydt met haare schaduw ’t gewasch op ’tveld niet verhinderen, of door te dicht

5 E L VAN DE

in een te groeyen, beletten zouden om debladeren af te plukken. Gelyk de zaadenbehouden worden in haare huysjens, wor-den ze gestoken in gaten van vier of vyfduymen diep , ten minsten zes, en tenhoogsten twaalf in een gat ; welk getalvereischt word, om dat ’er naamvlyksvan vier of vyf een is, dat uytipruyt,zynde het meeste deel loos of rans, ’t welkhet in zeer korten tyd wordt. Dit meenikdat |de reden is, te weten dat het zaad zo rasbederft, waarom de planting van dit ge-wafch tot dus ver in Europa van zo wei-nig vrucht geweest is. Om evenwel deaanqueeking voorttezetten, het welk hetbest zou te doen zyn in Italien , Spanjen,of Sicilien , dan in kouder gedeeltens vanEuropa, zou ik raaden, om ze in hetLand daar ze natuurlyk.gi'oeyt, te latenplanten in groote potten met defl’elfs ei-ge Lands aarde gevult, en ze dus over tebrengen, zynde het niet veel werks, omnaderhandt de jonge fpruytjens en telgenna genoegen te verplanten : Doch mendiendt noch aan te merken, dat de plan-ten op deze wyze overgebracht, niet metevengelyk gevolg haar eige soort in Eu-ropa zullen voortbrengen, om dat in denvaart doodden heeten Oostersehe Oceaan,ze zeer onderhevig zyn van aangedaan teworden door een soort van verteering ofverwelking, waar door ze haare levendigekracht verliesen, in zo ver, dat haarezaaden byna nooit zullen typen en be-quaam worden om te planten. Maar omweder te keeren, tot de manier van deaanqueeking der Thee in Japan : wanneerde plant opkomt, zullen de zorgvuldigeen vlytige menfehen de grond, daar zegroeyt eens in ’t jaar bemesten, met men-leken drek, met aarde gemengt, ’t welkandere verwaarlofen en niet doen. Deplant moet ten minsten drie jaaren oudtzyn , eer men de bladen kan plukken,dewelke ze dan in eene groote overvloed,en zeer goed in soorten, voortbrengt. Inden tyd van zeven jaaren of daar omtrentgroeyt deze heester een mans lengtehoog, maar gelyk ze dan stegs langzaamgroeyt, en fléchs weinige bladeren draagt,is het de manier dezelve geheel af te ihy-den tot aan den stam, hebbende eerst deweinige bladeren van de takken afgeplukt.

Het volgende jaar sprayt ’er menigte vanjonge takjens en telgen uyt de overgeble-vene stam, die zulken overvloedt vanbladen voortbrengen , dat ze ruym hetverlies van de voorige plant goed maken.Sommige fhyden ze niet eer af tot aanden stam, voor dat de plant tien jaarenoudt is. Vergaf

§. 5. Wat aangaat de bequaarae tyd ring der

< om blader-