Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
448
JPEG-Download
 

448 A A N H A N G S

eerste betekent den Hemel, en een wer-kend begintzel, de tweede de aarde eneen lydendt begintzel , d’eene opent engeeft, deze stuyt ende neemt. Beide had-den zy het aangezicht van een Leeuw.Beide droegen zy kroonen op hunne voor-hoofden , en een korte bevelhebbers stafmet eene siange omwondenin hunne han-den. Geene, In genoemt, dezelve in derechterhand na boven houdende, deze Jogenoemt, in de linker drukkende den-zelve benedwaards dicht tegen zyn borst.Beide waren zy naakt, en droegen alleeneen los stuk stofs om hun midden. Deeene had den mond wyd open, de ande-re toe. Zy ontleenden hunne naamenvan hunne ampten en gebaarden. Heteerste en voortteelende begintzel wordgenoemt In, Ni, en A. in de taaie dergeleerden, en in de gemeene Rikkisiivoo ;het tweede en verdervend begintzel, Jo ,tvo , en wun in de taaie der Geleerden,en in de gemeene Konpjnxtoo. Deze tweeAfgoden stonden, gelyk’gezegt is, aan deningang van den Tempel, gelyk zy tenhuydigen dag staan aan den ingang vanverschelde Tempels in Japan , en het wasdoor het veranderen der aangezichten ineen roode koleur, dat de Koning zoudegewaarschouwt worden van het aannade-rend verderf van het Eylandt. Zulkendringend gevaar, over de hoofden zyneronderdaanen hangende, en de tekenen,waar by zy mochten weeten de aanna-dering van zulken ramp, deed hy op staan-de voet over al afkondigen, op dat zyhunne leven mochten redden door eenspoedige vlucht, doch in plaats dat zydaar na hoorden, lachteden zy hem uytvoor zynen yver en bezorgtheid, en hywierd vei acht en gesmaadt door zyne on-derdaanen. Lenigen tyd daar na ging opzekeren nacht een losse ydele quant ter-wyl niemant hem merkte, om des Ko-nings bygeloovige bevreestheden nochmeer ten toon te stellen voor bespotting,en verwde beide de aangezichten der Af-goden roodt. Den volgenden morgenwierd den Koning gebootfehapt, dat bei-de de aangezigten root waren, waar ophy, weinig denkende, dat zulks geschiedwas door zulke godtloiè handen, maarhet zelve aanziende als een wonderbaar-lylce vervulling en als een ontwyffelbaarteken van des Eylands ondergang nu ophanden zynde, aanstonds aan boord gingvan zyne schepen met zyn geheele fami-lie , en alle die hem volgen wilden, enspoedde zich door alle de zeylen te latenbyzetten, om van deze doodelyke kustenaf te raaken,en naar de Provintie Fokts-ju in China te steevenen. Na ’s Konings

EL VA N D E

J vertrek zonk het Eylandt, en de spotterj met zyne medeplichtigen niet minderi denkende dan dat hunne snaakery zoudej vcrzelt worden door zulken gevaarlyken! gevolg, wierden door de baaren inge-! zwolgen, met alle de ongeloovigen diei op het Eyland waren gebleven, en met! een onnoemeïyke veelheid porceleyn. DeICoiling en die by hem waren quamenbehouden in China, alwaar de gedachte-nis van zyn wedervaaren noch jaarlyksdoor een feest word geviert, op welkfeest de Chineeièn, inzonderheid de In-woonders van de zuyderlyke Zee Land-schappen , zich verlustigen op het water,met hunne booten, gins en weder roey en-de , als of zy zich gereedt maakten totden vlucht, en zomtyds roepende metluyder stemme Peiruun , het welk denaarn van dien Prins was. Het zelve feestis door de Chineeièn ingevoert gewordenin Japan , en word nu daar geviert, voor -namentlylc op dc v/dtersche kusten vandat Ryk. De Porceleyne vaten, die tegelyk met het Eyland naar de grond derzee zonken, worden nu door 't duykenopgehaalt. Ze worden gevonden vast aande rotsen en klippen, en moeten van de-zelve met veel omzichtigheid, uyt vredevan ze te breeken, worden afgenomen :zy zyn doorgaans zeer mismaakt door dcfchulpvisschen, Coraalen, en diergelykeondérzeeichc stostèn aan dezelve groeyen-de, welke afgelchrapt worden door degeene, die dezelve schoon maken, hoe-wel niet volkomen, want zy laten ’eraltyd eenig klein gedeelte aan zitten toteen bewys, dat ze oprecht zyn. Ze Zyndoorfchynende, uytsteekend dun, van ee-ne witachtige koleur , hellende na dengroene, in gedaante niet ongelyk kleinetonnetjens of wynvaatjens , naauw vanhals, en ten eenemaal bequaam om de Theein dezelve te bewaaren, als of ze voor-bcdachtelyk met dit inzicht waren gemaaktgeworden. Ze worden in Japan , hoe-wel zeer zelden, ingevoert door de Chi-neefche Koopluyden van de ProvintieFoktsju , die dezelve van deDuykerskoo-pen, en dan verkoopen, de stechtste vooromtrent twintig Tbails , het middelilagvoor een of twee honderd, en de beste,die groot en geheel zyn, voor drie, vier,tot vyf duyzen j Ihaits. Niemant durftzich onderwinden deze laatste te lcoopen,dan de Keyzer zelf, die zulk eene menig-te derzelve in zyne treforie heeft, voor-namentlyk van zyne voorzaten geërft,dat ze eene onnoemeïyke iomme geldszouden bedragen. Het is zeer moeye-lyk dezelve zonder barsten of scheuren tekrygen, maar de menfehen die dezelve

zuy.