t
460 AANHANGSEL VAN DE
Beschry- Eer ik voortgaa om te wonen öp ■wel-ving van de leen byzonderen wyze de Japoneesen voort-naalden. g aan j n à geneesing van deze ziekte,die door de naaide geschiedt, zal het nietqualyk voegen aan te tekenen, dat 'ertwee zonderlinge hulpmiddelen zyn inde Heelkonst die men stelt beyde van e-ven groote kracht en gevolg te zyn inde geneesing en verhoeding of voorko-ming van ziektens, en die men om dezereden in deze waerelddeelen te hulproept, Zo wel by de gezonden als by dezieken, door de ordentelyke Geneeshee-ren en door de Quakzalvers, door rykenen armen. De Coraanen , Cbineefen enJaponeesen , alle groote Lief hebbers vande Oudheid, en by uytstek yverig in deoude gewoontens hen van hunne Ou-deren overgelevert , in zwang engebruyk te houden, geven voor eenpa-riglyk, dat ze in de eerste eeuwen be-leent geweest zyn , langen tyd 'voor deUytvinding van de Geneeskunde. Denaamen alleen zullen den Lezer waarlykvreesselyk en yflelyk voorkomen, zyndeniet minder dan vuur en metaal. En e-venwel moet men rechtswegen ter eerevan de Japoneesen belyden , dat het verdaar van daan is, dat zy toelaten al dienwreeden , en men mag zeggen, barbaar-schen toestel van onze Europische Heel-konst. Gloeyende yzers en die verande-ring van fnymeisen en andere werktuy-gen, die vereifcht worden tot onze hand-werken, een gezicht zo vreeslèlyk voorden Lyder om te aanschouwen, en aande medehulpers zelf zo ergerlyk, indienze niet ten eenemaal ontbloot zyn van al-le gevoelen en menfchclykhcid cn mede-dogentheid, zyn dingen waar van deJaponeesen geheel en al onkundig zyn.Haar vuur is slechts gematicht, en daarin is niets dat den Lyder verfchrikke ;het is zodatting dat de Goden van hetLand zelve welgevallen nemen dat voorhen gebrant worde, en in een woord,niet anders dan een zachte gloeyendetonteerstokje van de plant, welke denmam voert van die vermaarde KoninginArthemisa. Zo zyn ook de metalen, vanwelke zy zich bedienen in haare heel-kunstige handwerken, de edelste van al-le, en gelyk de Wysgeeren voorgeven ,de cieraadsien van Koninglyke Paleysen,de voortbrengsels van Zon en Maan ,rykelyk voorzien met de hoedanighedenen krachten van deze twee HemelfcheLichamen. De Lezer begrypt lichtelykdat ik meene Goud en Zilver, van wel-ke zy naalden hebben gemaakt op eenebyzondere wyze, die zeer schoon zyngepolyst, en uytnemende bequaam om
de steeking te doen in der menschenlichaamen , en die om deze reden dooi-de Inboorlingen worden gehouden inzodanige achting, dat zy diegestadiglykby zich dragen waar zy gaan of staan,gelyk zy doen geheele doosjens met zo-danige andere werktuygen en fraaiighe-den , voor welke zy eene byzondereachting hebben , of na allen fchyn ’tmeest zullen benodigt zyn. Het gebruyken de toepassing van beide deze middelenis een zaak van zulken gevolg , dat dekennis zelf van de deelen , die de be-quaatnstezyn om gebrant te worden doorde Moxa , of te worden gestoken door denaalden, het voorwerp is van een by-zondere kunst, welker meesters genaamtworden Tensajt , het welk zo veel is alsaanrakers en onderzoekers van de deelen , omdat het voornaamste werk bestaat in deverkiesing van het deel, op het welkeeen van deze beyde hun werken staat tegeschieden. De geene die de naaldenhanteeren, het zy rta hun eige bevatting,of ten genoege en voldoening van desLyders begeerte , hebben eene byzonde-re naam, Farïttatte , ’t welk betekentnaal/leprikkelers. Ik ga nu over om dezenaalden te beschry ven. Het zounaauw-lyks moogelyk zyn een zeer dikke naaidete vertrouwen in het lichaam , zonderhet een of het ander gevolg : hierommoeten de naalden, met dewelke dezehandwerken zullen geschieden, zeer uyt-nemende kleyn zyn , gemaakt uyt eenvan de twee bovengemelde metalen , zozuyver ende fyn als ’t mogelyk is dezel-ve te kunnen krygen, volkomentlyk vryvan het allerminste koper, en buygzaara.Het is eene byzondere kunst om dezenaalden te temperen , en om dezelve tebrengen tot een zelve maate van hardig-heid die vereifcht word om ze bequaamte maken tot dit handwerk, welke kunst,schoon ze slechts van zeer weinige per-soonen is bekent , deze evenwel zelve,die ze v/eten, echter niet toegelaten worddezelve te maken zonder een octrooydaar toe te hebben met het Keyzerlykzegel. Daar zyn twee verscheidene foor-ten van deze naalden, ten aanzien vanderzelver maaksel. De eerste soort wordzonder onderscheid gemaakt, van goudtof van zilver ; deze zyn niet ongelyk(omtrent het maaksel) de priemen ofnaalden die onze jonge kinderen gebruy-ken, als zy keren spellen, of gelyk depriem of styl, met welke de Indiaanenschryven, doch zy zyn kleiner, omtrentvier duym lang, dun, eyndigende ineen zeer scherpe punt met een gevluchtehandvatsel, op daq ze konnen wor-den