Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
JPEG-Download
 

V OORREDEN.

van de Aarde byna zoo naukeurig gewesten beest, als tegenwoor-dig; dat al de voornaamste Wiskonstenaars, van den ouden Tyd,daar in volmaakt overeen komen, en dezelve op geen ruwe manierbepaald hebben, als men tot nog toe gemeend heest.

Het vierde betrest de Maarts Dampkring ; veel Sterrekundigegeloofden wel, dat de Maan daar meede omringd was > dog de bewy-zen waren niet kragcig : ik geef een ander Verfchynzel op, tenvoordeele van hun, die de gemelde Dampkring toestemmen.

Dan laat ik , tot nut van de Chronologie, of de Tydreekening,volgen ,t Onderzoek over eénige oude Echpzen ; waar toe my aan-leiding gaf, de groots verwarring in de Verduistering, die Thaïesvoorzeid heeft, daar zoo veel geleerde Mannen om overhoop ge-legen hebben , en waar van de itryd, in plaats van af te neemen,nog van tyd tot tyd toenam. Door de onvoorzigtige behandelingvan dit Voorval, en door andere , van de zelfde natuur, wierdhet gezag van de Hemelsloop niet weinig gekrenkt, als of dezelveniet in staat was, om, in diergelyke zaaken,t regte wit tetreffen. Om de tyd .in veel Historien en Chronyken vast te stellenen te verbeteren, voeg ik nog verschelde Verduisteringen daar by,die door andere niet bereekend zyn.

Verders ontmoet men een korte Historie van de Comeeten. Ikhebbe in den Text het wezentlykste gesteld, dat ik uitdeSchryversheb kunnen bestuiten, daar af laatende de Verdigtzelen , die vooreen Eeuw of twee de Sterrenwekkers by de oude Comeeten ge-voegd hebben. De Waarneemingen van de Staartsterren, dieeenigzins net zyn , zullen kunnen dienen , om de Omloop vandezelve te vinden ; dog het waar te wenschen , dat men van deoudste Comeeten naukeuriger berigten had, van hunnen loop, detyd, en de plaats in de Lugt, daar men die gezien' heeft. ' Deberoemde Sterrekundige , Johannes Hevelius , heeft, van 2,2,92.Jaaren voor Christus, tot 519 Jaaren na Christus, niet meer alsvan vyf Comeeten kunnen vinden de Maanden, in welke dezelvete zien waren; maar als men die ter toets brengt, dan vind men,dat maar van één de Maand bekend is, te weeten , van die, de-welke Arifioteles verhaalt, die gezien wierd, doe de Zon omtrenthet Winterfclie Keerpunt was : de andere vier moet men verwer-pen